Oud beddengoed in een nieuw (winter)jasje

31-03-2016
Door: Emy Demkes
Bron: OneWorld
Yoni (links) en Manon showen hun zelfgemaakte jas op het strand. Foto: Wintervacht
Wat ooit begon als naschoolse bezigheid aan de keukentafel in het Brabantse Diessen groeide uit tot een fulltimebaan met atelier in Amsterdam-West. De 25-jarige Yoni van Oorsouw en Manon van Hoeckel van Wintervacht maken van oude, afgedankte wollen dekens een nieuw succesverhaal.
Reportage – 

Met zijn drieën staan ze in een kamertje van zo’n 24 vierkante meter. Freka, de moeder van Yoni, staat samen met Manon achter een werktafel. Terwijl ze een patroon uit een lap stof knipt, geeft Yoni instructies over een groene wollen deken die ze zojuist uit een doorzichtige plastic zak trekt. Op een ingebouwd zoldertje liggen zo nog tientallen zakken, volgepropt met dekens, te wachten op een nieuw bestaan.

Yoni: “Deze dekens lagen vijftig jaar geleden nog op de bedden van veel Nederlandse huishoudens. Nu worden ze bijna niet meer gebruikt, terwijl de kwaliteit vaak nog erg goed is. De dekens, die voor 100 procent bestaan uit scheerwol, werden gebruikt tegen de kou. Door er jassen en wanten van te maken geven wij ze hun functie - het bieden van warmte – terug.”

Dames van wintervacht
Yoni (boven) en Manon bekijken hoe ze een deken gaan omtoveren tot hippe jas. Foto: Wintervacht

Wintervacht

Zo’n vier jaar geleden kwam Manon op het idee voor Wintervacht nadat Yoni’s moeder voorstelde een jas voor haar te maken. Ze klaagde namelijk vaak dat het zo koud was in haar studentenkamer zonder centrale verwarming. Manon: “Ik moest zelf voor de stof zorgen. Bij het zien van de wollen dekens die op mijn bed lagen, dacht ik dat die wel geschikt zouden zijn voor het maken van een jas.”

Hoewel Yoni zelf niet te spreken is over de jas die haar moeder voor haar vriendin had gemaakt, draagt Manon hem graag. “Ik kreeg heel veel reacties van mensen. Niet alleen vrienden en kennissen reageerden enthousiast maar ook mensen op straat kwamen spontaan naar mij toe om te vragen waar ik die jas vandaan had.”

Uiteindelijk weet Manon haar vriendin te overtuigen en beginnen ze meer jassen te maken en te verkopen. Yoni: “Omdat ik het model in eerste instantie niet mooi vond, heb ik samen met mijn moeder een nieuw ontwerp gemaakt.” Het lijkt te werken, want nog geen twee weken nadat ze een eigen online webshop openen, zijn ze al door de collectie heen. Vrienden en familie schieten Yoni en Manon te hulp, die op dat moment zelf nog studeren en aangewezen zijn op de avonduren en weekenden om te werken aan Wintervacht.

Dreamjob

Sinds kort hebben de twee een eigen atelier in Amsterdam. Yoni: “Hier knippen we de patronen voor de jassen die we laten maken in een naaiatelier hier in de buurt.” Om kosten te besparen, maar vooral ook omdat ze het leuk vindt, komt Yoni’s moeder elke vrijdag helpen knippen, strijken en stomen. Freka: “Het was vroeger stiekem ook wel een beetje mijn droom om dit te kunnen doen als werk. Dat het hen is gelukt om een eigen kledinglabel op te zetten, vind ik heel knap, en ik help ze graag een handje mee.”

Ik was onwijs bang voor slechte reacties toen we ons tweede model gingen lanceren


Naast een strijkplank, een werktafel, wat kasten en stoelen, hangen aan de zijkanten van het atelier de gekleurde jassen van Wintervacht. Omdat Yoni en Manon de dekens zelf niet bewerken, zijn ze afhankelijk van de oorspronkelijke kleuren en prints. Manon: “Sommige dekens zijn wel vijftig jaar oud en zien er nog uit als nieuw. Vroeger zijn er in Nederland zoveel van gemaakt, dat we nu nog steeds nieuwe kleurcombinaties en prints tegenkomen.” Yoni: “De dekens krijgen we via via of kopen we in bij textielrecyclebedrijven en tweedehands winkels.”

Hoewel Yoni en Manon niet snel door de voorraad wollen dekens die op het zoldertje liggen heen zullen zijn, experimenteren ze al wel met andere ‘oude materialen’. “Onze nieuwste modellen, de bombers, zijn bijvoorbeeld gemaakt van acryl. Het is net zo zacht als wol alleen gemaakt van een synthetische materiaalsoort waardoor ook ‘vegans’ onze jassen kunnen dragen.”

Geen massaproductie

Terwijl Yoni instructies geeft aan haar moeder over wat er met de donkergroene deken moet gebeuren, vertelt Manon over de minder leuke en moeilijke aspecten van het hebben van een eigen kledingmerk. “Ik weet nog goed dat ik onzeker was toen we ons tweede model gingen lanceren. Ik was onwijs bang dat we slechte reacties zouden krijgen. Dat het eerste model een groot succes was, betekende nog niet dat mensen de rest ook mooi zouden vinden.”

Ook het zoeken naar de juiste balans blijft lastig, vult Yoni aan. “Om te kunnen blijven investeren en vernieuwen moet je groeien, maar je wilt niet aan massaproductie gaan doen.” Manon: “Het is voor ons vooral belangrijk dat we kunnen leven van wat we nu doen. En je ziet: met elkaar, onze vrienden en familie komen we al een heel eind.” Yoni: “In plaats van een gigantisch bedrijf, zijn we alleen maar meer richting een familiebedrijf gegroeid.”

Emy Demkes

Emy Demkes is freelance journalist en schrijft voornamelijk over de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties