Ontwikkelingslanden staan alleen in bescherming tegen genvoedsel

21-03-2006
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

 

Maandag is de achtste VN-conferentie over biodiversiteit (COP8) in Brazilië begonnen. Voorafgaand aan deze top had een bijeenkomst plaats over het Cartagena Protocol voor Bioveiligheid of Bioveiligheidsprotocol. Dit stelsel van regels moet ertoe bijdragen dat landen worden beschermd tegen de risico's van de - grensoverschrijdende - verplaatsing van, handelingen met en gebruik van genetisch gemodificieerde organismen (gmo's). Genzaden bijvoorbeeld kunnen de traditionele gewassen en daarmee de biodiversiteit van een land in gevaar brengen.

Het Bioveiligheidsprotocol, dat van kracht is sinds 2003, is door 132 landen geratificeerd. Grote gmo-producenten als de Verenigde Staten, Argentinië en Canada doen niet mee.

De 132 landen hebben afgelopen weekeinde afgesproken dat voedselproducten die de grens overgaan, voortaan het label 'bevat gmo's' moeten bezitten. Als de aanwezigheid van gmo's niet 100 procent zeker is, krijg het product een etiket met 'kan gmo's bevatten'. Om deze handelwijze in te voeren, krijgen landen een overgangsperiode van zes jaar.

Vrijblijvend

De duur van die overgangsperiode stuit op kritiek. 'De agro-industrie heeft al zes jaar gehad om zich aan te passen. Het Cartagena Protocol werd al in 2000 goedgekeurd', aldus Marijane Lisboa, hoogleraar aan de Universiteit van Sao Paulo (Brazilië) tegenover persbureau IPS. Volgens Lisboa was in het laatste jaar al sprake van besmetting in een dozijn landen en is het systeem te vrijblijvend. 'De bedrijven kunnen in het nieuwe systeem stappen als ze er zin in hebben.'


De regels voor grensoverschrijdend verkeer betreffen overigens alleen het verkeer tussen de 132 partijen van het protocol. Onder meer Mexico wilde niet verder gaan, omdat dit land niet wil dat het protocol de regionale vrijhandelsakkoorden (zoals NAFTA) doorkruist. Mexico past ervoor haar handelsrelaties met de Verenigde Staten en Canada in gevaar te brengen.

Te weinig labs

Juist de handelsbelangen van een aantal landen, zoals Mexico, hebben een veel beter akkoord over etikettering geblokkeerd, reageert de milieuorganisatie Friends of the Earth in een persverklaring. Zonder duidelijke identificatie en eenduidige etikettering zijn ontwikkelingslanden met hun beperkte middelen niet in staat hun voedselzekerheid te beschermen tegen risico's van gmo's.

Volgens Hartmut Meyer, adviseur van de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ op het gebied van bioveiligheid en spreker op genoemde bijeenkomst, is Zuid-Afrika het enige land dat over een laboratorium beschikt dat producten volgens internationale standaarden kan testen op gmo-eigenschappen.

Maar zelfs als alle Afrikaanse landen over zo'n laboratorium zouden beschikken, zijn er volgens Meyer nog te weinig mensen opgeleid om de testen goed uit te voeren. Bijkomend probleem is dat bepaalde westerse technologie gepatenteerd is. De vraag is of die op korte termijn tegen een voor ontwikkelingslanden betaalbare prijs beschikbaar kan komen.

 

Reacties