Lage olieprijs en toch meer groene energie – hoe kan dat?

03-02-2015 Bron: OneWorld
Hoe kan het dat dalende olieprijs geen invloed heeft op hernieuwbare, groene energie?
Bron: Flickr/Mike Steinhoff
De prijs voor olie heeft een historisch dieptepunt bereikt. Slecht nieuws voor groene energie, zou je denken. Een lage olieprijs maakt wind- en zonne-energie immers relatief duurder. Toch lijden investeringen in groene energie nauwelijks onder de lage olieprijs. Hoe kan dat?
Achtergrond – 

Niet lang geleden was ‘peak oil’ het buzz word onder energie-experts: de vraag was niet óf, maar wannéér de olieproductie zijn piek zou bereiken. De prijzen voor olie zouden torenhoog worden, met alle economische en geopolitieke gevolgen van dien. Des te meer reden om te investeren in het opwekken van hernieuwbare energie, zoals uit wind, zon of biomassa.

Nu verkeert de olieprijs op een historisch dieptepunt: de prijs is in een jaar gehalveerd en het laagst sinds 2009. Er is een overvloed aan olie op de markt, als gevolg van verminderde vraag en vooral een veel groter aanbod (onder andere door een toename van het winnen van schaliegas en -olie in de Verenigde Staten). Slecht nieuws voor groene energie, zou je denken: goedkope olie maakt wind- en zonne-energie immers relatief duurder. Toch lijden investeringen in groene energie nauwelijks onder de lage olieprijs. Hoe kan dat?

Elektrische auto’sDe verkoop van elektrische auto’s zal volgens sommige analisten dalen door de lage olieprijs. Een lagere olieprijs maakt benzine- en dieselauto’s immers goedkoper ten opzichte van elektrische auto’s. Klanten zullen dus minder snel een elektrische auto willen. Het aandeel van elektrische autofabrikant Tesla is de afgelopen zes maanden flink gedaald, en de lage olieprijzen zullen hier ongetwijfeld iets mee te maken hebben.

Het valt evengoed te bezien of de lage olieprijs op de lange termijn de opkomst van de elektrische auto remt. De kilometerprijs van elektrische auto’s is nog altijd fors lager dan die van ‘fossiele’ auto’s: een elektrische auto kan voor een paar euro honderden kilometers rijden. Daarnaast hebben fiscale maatregelen die elektrisch rijden aantrekkelijk maken, grote invloed.

Appels en peren
Olie en hernieuwbare energie hebben minder met elkaar te maken dan je zou verwachten. Ze zijn als appels en peren, schrijven twee analisten op de website van Forbes: je maakt er verschillende sapjes van om te drinken. Olie wordt met name gebruikt voor vervoer (auto’s) en met hernieuwbare energie wordt vooral elektriciteit opgewekt. Deze twee energiesoorten zijn geen substituut voor elkaar, en dus is er nauwelijks interactie. De belangrijkste energiebron voor de mondiale productie van elektriciteit zijn kolen, niet olie.

Er zijn uitzonderingen. In ontwikkelingslanden worden bijvoorbeeld dieselgeneratoren gebruikt om energie mee op te wekken. Maar dit gaat om slechts 5 procent van alle elektriciteit wereldwijd. En zelfs voor die 5 procent is de invloed van de lage olieprijzen minimaal, omdat het opwekken van elektriciteit met diesel en andere fossiele brandstoffen duurder is dan elektriciteit van schone bronnen als zon. De financiële prikkel om over te stappen naar schone brandstoffen was er dus al, en wordt pas substantieel groter bij een prijs van 60 dollar per vat. 

En de gasprijs dan?
Maar de prijs van gas is toch gekoppeld aan die van olie? In Nederland wordt ruim de helft van alle elektriciteit opgewekt door het verstoken van aardgas. Een lagere olieprijs zou dus moeten leiden tot een lagere gasprijs, waardoor het opwekken van elektriciteit met behulp van wind- en zonne-energie relatief duurder wordt. Naar verwachting blijft de prijs van olie nog wel even laag, dus waarom zou je investeren in grootschalige wind- en zonneparken?

Klopt, en elektriciteitscentrales zouden op de korte termijn meer gas kunnen verstoken omdat de prijs lager is (hoewel de relatie niet één-op-één is: vorig jaar daalde de prijs van gas eerder dan die van olie). Andere elektriciteitscentrales die bijvoorbeeld biomassa stoken, zouden dan een tandje lager gezet kunnen worden. Maar zo’n besluit is van een geheel andere orde om wel of niet in hernieuwbare energieopwekking te investeren. Dan gelden heel andere factoren.

Het Energieakkoord

In september 2013 sloten ruim veertig organisaties – waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties en financiële instellingen – het Energieakkoord voor duurzame groei. De belangrijkste afspraak is een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking (nu circa 4,5 procent) naar 14 procent in 2020 en een verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023. Deze doelen zijn cruciaal om aan eisen van de Europese Unie te voldoen.

In Nederland en veel ontwikkelde landen heeft overheidsbeleid een grotere invloed op het opwekken van elektriciteit dan de prijs van olie, gas of steenkolen. Door het stellen van concrete doelen, zoals in het Nederlandse Energieakkoord (14 procent hernieuwbare energieopwekking in 2020, zie kader), stuurt de overheid de manier waarop energie wordt opgewekt. Ook subsidies, belastingen, vergunningen (wel of niet een kolencentrale) hebben veel invloed, al dan niet als gevolg van Europees beleid of internationale klimaatakkoorden.

In de woorden van Steve Sawyer, secretaris-generaal van de Global Wind Energy Council, de mondiale belangenbehartigers van bedrijven in de windenergie: “Wij concurreren niet met olie.”

Gratis
En zo kan het gebeuren dat de lage olieprijs nauwelijks effect heeft op de vraag naar zonne-energie, blijkt uit een rapport van Deutsche Bank. En bedrijven uit binnen- en buitenland staan in de rij om miljarden te investeren in nieuwe windmolenparken op de Nederlandse Noordzee, blijkt uit een recente inventarisatie van de Volkskrant.

Ondertussen dalen de investeringskosten voor het opwekken van elektriciteit met hernieuwbare energie. Volgens het goed aangeschreven onderzoeksbureau Lazard worden ze in toenemende mate concurrerend met elektriciteitscentrales die draaien op gas en zelfs goedkope kolen. In sommige landen zijn ze dat al, zelfs zonder subsidies.

Volgens sommigen, waaronder de klimaatchef van de VN Christina Figueres, zijn de sterk fluctuerende olieprijzen juist een prikkel om te investeren in hernieuwbare energie: de prijzen van de grondstoffen voor wind en zonne-energie fluctueren nooit. Sterker: ze zijn gratis. 

Evert Nieuwenhuis
Lees meer van deze auteur >

Reacties