Klaar voor de slacht

13-12-2010
Door: Wies Ubags
Bron: IS Online
kippen

Als het aan de Colombiaanse boer ligt, eten wij binnenkort in Nederland een sappig Colombiaans biefstukje of kippenpootje. Alleen werken de Europese autoriteiten nog niet zo mee. “Wie zegt dat kippen in de legbatterij slechter af zijn?”

Het is hem al drie keer gelukt in 2009 en al zeker één keer in 2010. De Colombiaanse veeboer Juan Manuel Charris gaat zijn collega’s in het Caribische gebied af met de vraag of ze koeien aan Libanon willen verkopen. Als de boeren tienduizend stuks levende have bij elkaar krijgen, hebben ze een schip vol en kan het vertrekken. Maar de Colombiaanse autoriteiten zijn er niet happig op om op deze manier vee te exporteren. “Ze verdienen er te weinig aan”, zegt Charris. “Ze willen dat het hier geslacht wordt. Dat levert geld op en werkgelegenheid.” De ondernemende veehouder heeft contact gelegd met Zweden om diepgevroren vlees te leveren, maar of hem dat gaat lukken is nog ongewis. “Ons vee staat zijn hele leven in de wei. Geen sprake van kistkalveren of ander dierenleed”, verzekert hij nog. Is zijn optimisme terecht? Nee, denkt Álvaro Lemus van Proexport, een organisatie die de export vanuit Colombia promoot. “Colombia voldoet niet aan de sanitaire eisen om vlees naar Europa te exporteren”, luidt het kortweg.

Malser vlees
Colombia is hard op zoek naar nieuwe afzetgebieden. Voorheen ging 90 procent van de export naar Venezuela, maar daar is een eind aan gekomen sinds een diplomatieke ruzie vorig jaar. “Europa stelt als eis dat voor elk beest een paspoort wordt bijgehouden vanaf de geboorte tot aan de slacht”, verklaart Alfonso Santana, hoofd economisch onderzoek van de Federatie van Rundveehouders. “Daar werken we aan. Net als aan de sanitaire eisen, onder andere de hygiëne in de slachthuizen.” Het meeste vlees uit Latijns-Amerika dat op de Europese markt terechtkomt, komt uit Argentinië en Uruguay. Santana: “Door hun veevoer, gebaseerd op andere soja dan de onze, slagen ze erin hun runderen na 30 maanden klaar voor de slacht te hebben. Wij doen er nog 42 maanden over. Het vlees van koeien uit Uruguay en Argentinië is dus malser dan dat van ons. We zullen efficiënter moeten worden in onze productie.“
In tegenstelling tot Argentinië en Brazilië heeft Colombia niet ingezet op de grootschalige aanleg van sojavelden. “Onze regering ging voor de Afrikaanse palm”, legt Santana uit. Buitenlandse investeerders hadden wel belangstelling om grootschalige sojabedrijven op te zetten, maar dat is niet van de grond gekomen, omdat de Colombiaanse wet tegenwoordig een maximum stelt aan de oppervlakte van een landbouwbedrijf om excessen in grootgrondbezit te voorkomen.
Toch hebben Colombiaanse rundveehouders wel een paar troeven in handen, meent Santana. “Wij zijn goedkoper dan Argentinië en Uruguay. En ons vee ontwikkelt het vet niet door de spieren heen, maar eromheen. Dat betekent minder cholesterol.”

Scharrelkippen
Ook de pluimveehouders hebben hun zinnen gezet op de Europese markt, al leveren zij al aan Arabische landen, Zuid-Korea, Japan, China en Rusland. Die stellen minder hoge eisen dan Europa. Voorzitter Jorge Enrique Bedoya van de Federatie voor Pluimveehouders kan geen begrip opbrengen voor de groeiende afkeer van legbatterijen van de kritische westerse consument. “Wie zegt dat die kippen slechter af zijn dan scharrelkippen”, moppert hij. “Het welzijn lees je af uit de sterfte en het aantal gelegde eieren. Als dat percentage oké is, is er niets aan de hand. Als wij zouden overstappen op scharrelkippen, neemt de productie af en kan de doorsnee Colombiaan straks geen kippenpootje of ei meer betalen.”

Wies Ubags

Wies Ubags is een Nederlandse journalist die vanuit Brazilië verslag doet...

Lees meer van deze auteur >

Reacties