Goed werk militairen Baghlan mag geen wederopbouw heten

29-09-2006
Door: Bas Bergers
Bron: OneWorld

Baghlan is een provincie in het noorden van Afghanistan, die in oppervlakte ongeveer de helft van Nederland beslaat. Bergen, steppen en rivieren kenmerken het landschap. In Baghlan speelde de Taliban nauwelijks een rol. De provincie is dan ook een relatief rustig gebied in vergelijking met het woeste zuiden van Uruzgan waar zich momenteel een Nederlands PRT ophoudt.

 

'Er ontploft nog wel af en toe een bom, maar het is hier veiliger dan 5 jaar geleden', zegt Nikaj van Wees. 'De mensen kunnen zich weer vrijer bewegen. Je ziet veel kleine handeltjes ontstaan.' Van Wees is de projectleider van het Dutch Committee for Afghanistan(DCA), de enige Nederlandse niet-gouvernmentele organisatie in Baghlan.

In oktober 2004 zond Nederland 180 militairen uit naar het relatief rustige Baghlan in het noorden van Afghanistan. De Taliban was grotendeels verdreven door de operatie Enduring Freedom onder leiding van de Amerikanen. Na decennia van oorlog en armoede was het volgens de Nederlandse regering tijd voor stabiliteit en welvaart in Afghanistan. Militairen zijn daarvoor noodzakelijk, want zonder veiligheid geen ontwikkeling, is het credo.

DCA houdt zich bezig met de ontwikkeling van de veeteelt. Ze is onder meer betrokken bij de bouw van een kaasfabriek die in oktober gaat produceren. Daarvoor kreeg DCA ruim drie ton van de Nederlandse ambassade. De NGO heeft bovendien melkkoeien en schapen geschonken aan lokale boeren.

 

Van Wees is erg te spreken over het werk van het Nederlandse PRT. 'Ze hebben in tegenstelling tot de Amerikanen geen agressieve uitstraling. En ze informeren me over de veiligheidssituatie.'

 

Vijf scholen

Het PRT heeft vooral in en om de grote steden Pol-e Khomri en Kunduz gepatrouilleerd. Mariniers wandelden door de straten en knoopten hier en daar een gesprek aan. Maar er waren ook de zogenaamde Mission Teams. Zij onderhielden contacten met alle delen van de provincie, verkenden de behoeften van de bevolking en werkten aan de wederopbouw.

 

'We hebben vijf compleet nieuwe scholen gebouwd', zegt Peter de Harder, die het afgelopen half jaar het PRT leidde. Maar er is meer gebeurd. Een bestaande school is ommuurd om het te beschermen tegen overstromingen. De politie heeft een nieuw wachthuisje en het dak van het ziekenhuis in Pol-e Khomri is hersteld. Hetzelfde geldt voor de watervoorziening in een dorp en de plaatselijke radio- en televisiezender.

 

'Bezoekers die al een tijdje niet in Baghlan zijn geweest, zien vaak een toename in bedrijvigheid', zegt van Harder. 'Het valt ze op dat er meer handel is. Op de weg komen we steeds meer vrachtwagens tegen.'


kaart van noorden
 

Naamsverwarring

'Volgens mij heeft het PRT zijn werk goed gedaan', zegt Paul van den Berg van ICCO. 'We hebben weinig wanklanken gehoord van onze partners in Afghanistan.'

 

'Het had alleen geen wederopbouwmissie moeten heten. Opbouwen is niet wat ze doen. Deze naam schept verwarring. De belangrijkste taak van het PRT is het handhaven van de veiligheid. Wij zouden liever zien dat de PRT's Provincial Stability Teams gaan heten.'

 

De Harder heeft in ieder geval wel begrip voor de kritiek van Van den Berg. Uit een evaluatie over 2005 die het ministerie van Defensie in mei 2006 naar de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat het PRT de verwachtingen van de Afghaanse bevolking en de lokale autoriteiten niet waar heeft kunnen maken. De Harder: 'Misschien heeft dat inderdaad met de naam te maken.'

Veel geld had De Harder uiteindelijk ook niet tot zijn beschikking. In 2005 was er voor de wederopbouw van Afghanistan meer dan 40 miljoen euro begroot, waarvan het meeste naar internationale hulpprogramma's ging. Voor de wederopbouw van Baghlan was 5 miljoen euro gereserveerd. Ongeveer 90 procent daarvan werd door de Nederlandse ambassade in Kaboel verdeeld onder ontwikkelingsprojecten. Het PRT besteedde slechts 500.000 euro aan wederopbouwprojecten.

De wederopbouwactiviteiten van het PRT zijn vooral bedoeld om als militairen goodwill te kweken bij de plaatselijke bevolking. In het militaire jargon heten ze niet voor niets force acceptance activiteiten. 'Wij spelen voornamelijk een faciliterende rol', zegt de Harder. 'De echte wederopbouw is werk voor andere partijen.'

 

Zakken vullen

Te veel optimisme over de ontwikkelingen in Afghanistan is volgens Den Harder niet op zijn plaats. 'Er moet nog zoveel gebeuren voordat je het kunt vergelijken met een beetje beschaafd land.'

Volgens Van Wees heeft dat alles te maken met het kortetermijnperspectief van de meeste Afghanen. 'Ze zijn meer bezig met overleven dan met structurele ontwikkeling. En ik begrijp dat wel. Hier ging het altijd op en af. Ze zijn bang voor de Taliban en de Mujahedin. Ze willen snel de zakken vullen om slechtere tijden door te kunnen komen.'

 

'Ik kom nogal eens op een ministerie in Kabul', zegt Van Wees. 'Daar zitten ze voornamelijk thee te drinken en moet je over de slapende mensen heen stappen. Salarissen worden vaak niet uitbetaald. Als je eindelijk iemand met gezag te spreken krijgt, vragen ze of hun broer een schaap kan krijgen, of een baan in de kaasfabriek.'

 

Vriendelijk

Om er achter te komen hoe de bevolking over de aanwezigheid van de Nederlandse militairen denkt, heeft het PRT zogenaamde polling-teams de provincie in gestuurd. 'Het blijft natuurlijk moeilijk en subjectief', zegt De Harder, 'maar de meeste mensen lijken wel te weten dat we iets komen doen aan de opbouw van het land. En de meeste denken dat onze aanwezigheid de veiligheid vergroot. Maar ze vinden ook dat we hier op een gegeven moment weer weg moeten.'

 

Volgens De Harder reageert de bevolking vriendelijk op de aanwezigheid van zijn mensen. 'Vooral de jeugd begroet ons enthousiast als we langs komen. Ouderen zijn vriendelijk tot zeer vriendelijk.'

 

Van Wees is wat voorzichtiger. 'De enige Afghanen van wie ik weet wat ze van het PRT vinden, zijn mijn collega's.'Volgens hem doen zich onder de lokale bevolking wilde verhalen de ronde. Er zouden mensen zijn die denken dat op het terrein van de basis naar goud wordt gegraven, of naar doden. En dat er rare dingen gebeuren met vrouwen. Ze geloven hier alles, en dat is gevaarlijk.'

 

De Harder erkent dat hun bedoelingen niet voor iedereen even duidelijk zijn. 'Onze lokale contacten zeggen geregeld tegen ons dat we meer moeten vertellen. En dat we nog beter moeten uitleggen wat we doen. Maar dit gebied is uitgestrekt, moeilijk begaanbaar en de mensen zijn ongeschoold. Ze zijn heel moeilijk te bereiken. De communicatie blijft een belangrijk aandachtspunt, aldus de Harder. 'Dat is een les die we hebben meegenomen naar Uruzgan.'

DCA

Reacties