Geboorte van staat Oost-Timor is langdurig en pijnlijk

29-08-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Een jaar geleden stemde 80 procent van de Oost-Timorezen voor de onafhankelijkheid. Maar er is nog steeds een zeer lange weg te gaan naar échte onafhankelijkheid, zoals de voormalige Oost-Timorese verzetsleider Xanana Gusmao het zegt.

Oost-Timor is een natie-in-wording. De voormalige Indonesische provincie zal pas aan het einde van 2001 onder de vlag van de Verenigde Naties komen. Er is nog geen definitieve beslissing genomen over de eigen munt, de nationale taal en de grondwet.

Op 30 augustus 2001 zijn er in principe verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering. Tot die tijd vervullen de VN-missie Untaet en de Nationale Raad met Timorese leiders de rol van dagelijks bestuur.

Het land ligt in puin, als gevolg van 24 jaar onafhankelijkheidsstrijd tegen de Indonesische annexatie en de extreem gewelddadige acties van pro-Indonesische milities vorig jaar.

Naar schatting 70 procent van de infrastructuur op het eiland is, net als veel winkels, banken en hotels, verwoest. 80 Procent van bevolking is werkloos. Er is een tekort aan medicijnen en voedsel.

Oost-Timor kan in principe rekenen op inkomsten uit olie- en gaswinning, koffie, rijst en maïs. Maar voorlopig moet het het hebben van de internationale goodwill. Belastingen en andere heffingen brengen op een totale begroting van ruim 130 miljoen gulden slechts een kleine veertig miljoen gulden op.

Het eiland is in veel sectoren afhankelijk van buitenlandse hulp. Internationale donoren, waaronder de Wereldbank, de Europese Unie en de Verenigde Staten, hebben ruim 1,1 miljard gulden toegezegd voor humanitaire hulp en de wederopbouw van de nieuwe staat.

Concurreren om fondsen te werven
Ramos-Horta wil meer betrokkenheid en hulp van het Zuidoost-Aziatische samenwerkingsverband Asean, waar Oost-Timor lid van wil worden. Het is essentieel voor de toekomstige veiligheid van het land, verklaarde Ramos-Horta in de Financial Times.

Endie van Binsbergen van de Nederlandse Stichting Vrij Oost-Timor zegt dat er na een jaar onafhankelijkheid nog weinig verbetering is. 'Het probleem is dat alle geldstromen voor hulp nu via Untaet verloopt. Dat is een erg logge en bureaucratische organisatie,' zegt Van Binsbergen vanuit Dili.

'Ik sprak Franse hulpverleners die verpleegsters opleiden en daarvoor altijd steun vanuit Frankrijk kregen. Nu kregen ze plots te horen dat Untaet het opleidingsprogramma niet wil financieren. Binnen enkele weken moeten de Franse terug en kunnen de verpleegsters hun opleiding niet voltooien,' zegt de Nederlandse.

Van Binsbergen is erg negatief over de effecten van de beloofde hulp. 'Vijf tot zes bekende organisaties (NGO’s) op het vlak van gezondheidszorg zitten in de problemen en worden nu gedwongen met elkaar te gaan concurreren om fondsen te werven.'

De Stichting Vrij Oost-Timor ondersteunt vooral lokale Timorese NGO’s. 'US Aid (het officiële Amerikaanse orgaan voor ontwikkelingshulp, red.) heeft hier honderden computers uitgedeeld, maar vele ngo's kunnen er niet goed mee overweg. We verzorgen nu basistrainingen op het vlak van internet en andere toepassingen waar de organisaties baat bij kunnen hebben.'

Bent u blij met de vrijheid?
Nog altijd terroriseren de pro-Indonesische milities Oost-Timor. Van Binsbergen: 'Ik was vorige week nog in een stadje op anderhalf uur van Dili, dat er nog steeds voor 90 procent platgebrand bijligt. Mensen daar waren echt bang voor de pro-Indonesische milities die vanuit West-Timor opereren.’

Op muren verschijnen teksten als 'Emangya enak merdeka?' (vindt u de vrijheid fijn?), grafitti van de milities. Zij hebben twee VN-blauwhelmen gedood en vielen op 22 augustus medewerkers van de VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr aan.


De Indonesische overheid beloofde al meermaals iets te doen aan de aanvallen van pro-Indonesische milities, maar zegt er bij monde van de Indonesische generaal Kiki Syahnakri geen grip meer op te hebben.

De milities voeren strijd tegen de 'blanke vreemdelingen' verenigd in Untaet. 'Er zullen nog meer doden vallen,' waarschuwde een lid van de militie.

Het Unhcr bevroor als gevolg van de agressie een repatriëring van Oost-Timorezen. Nog steeds leven 120.000 van hen in kampen in West-Timor. De Indonesische minister van Buitenlandse Zaken Hassan Wirajuda beloofde op 23 augustus aan Ramos-Horta en Untaet-chef Sergio Vieira de Mello dat de kampen gesloten zouden worden. Maar militieleden verhinderen dat nu en Indonesië doet er weinig aan.

Op 29 augustus kondigden de VN aan de hulp aan de vluchtelingen weer te hervatten.

Volgens Van Binsbergen krijgt de voormalige Oost-Timorese verzetsgroep Falantil binnenkort toestemming van Untaet om de grens met West-Timor te bewaken. ‘Dat zal de Oost-Timorezen al iets meer veiligheid bieden.'


Volgens Van Binsbergen 'verkeert Dili momenteel in opperste staat van paraatheid en wordt elk voertuig gecontroleerd'. Dit vanwege de angst voor aanvallen van de milities en het tiendaags congres van de CNRT in de hoofdstad.

Toch herleeft Dili langzaam na de verwoestingen van vorig jaar. Er is weer elektriciteit en stromend water, openbaar vervoer en ook telefoonverbindingen zijn weer mogelijk. Sommige nog gehavende winkels openden hun deuren. Hier en daar is er ook alweer wat handel op de markt. In de meeste delen van Oost-Timor is hier evenwel nog geen sprake van.


Xanana Gusmao, die het bevel over Falantil neerlegde, zegt dat het nog veel te vroeg is om te juichen en het nog jaren zal duren om van Oost-Timor een echt land te maken: 'We hebben geen ervaring als staat. Het is dus logisch dat we steun nodig hebben.'

Reacties