Onze groene auto maakt Afrikanen hongerig

25-07-2013 Bron: OneWorld
landgrab – 

Deze weken was er weer gerommel in biobrandstof-land. Het Europees Parlement stemde namelijk over het aan banden leggen van deze groene energiebron. Waarom zouden we duurzame energie in hemelsnaam weer aan banden leggen?

Waar hebben we het over?
Biobrandstof is benzine en diesel gewonnen uit biologisch materiaal, zoals planten, afval en in sommige gevallen, dierlijk vet. Biobrandstof werd jaren geleden enthousiast onthaald als hét duurzame alternatief voor fossiele brandstof. De zogenoemde ‘bijmengverplichting’ werd ingevoerd: die stelt dat 10% van onze benzine en diesel uit hernieuwbare energie, vooral biobrandstoffen, moet bestaan. Hoewel biobrandstof uit afval natuurlijk positief kan zijn, komt op dit moment zo’n 90% uit landbouwgewassen die hier speciaal voor verbouwd worden. Deze zogeheten ‘eerste generatie’ biobrandstoffen wordt met name gewonnen uit voedselgewassen zoals maïs, granen en palmolie, en niet-voedselgewassen als Jatropha. Vooral gewassen dus die ook voor menselijke consumptie geschikt zijn en bovendien veel land gebruiken. En daar zit precies het probleem…

Landjepik
Om 10% van onze energie uit dit soort gewassen te halen is heel veel land nodig. We hebben niet genoeg land in Europa, laat staan in Nederland, en importeren steeds meer uit bijvoorbeeld Indonesië en Brazilië. Bovendien hebben bedrijven de afgelopen jaren hun pijlen gericht op Afrika, waar land goedkoop en makkelijk voorhanden is. Of lijkt. Het massaal opkopen van land in Afrika komt met een hoge prijs. Landroof is namelijk aan de orde van de dag. Landrechten van lokale gemeenschappen zijn vaak erg slecht beschermd en liggen lang niet altijd goed vast, ook al woont en werkt een familie of gemeenschap al generaties op een zelfde stukje land. Als een buitenlandse investeerder het land wil kopen of pachten worden zij gemakkelijk van hun land verdreven. Of staan zij het voor weinig geld af omdat een bedrijf of lokale overheid beloftes maakt die vaak niet worden nagekomen.

Dit terwijl land voor veel Afrikanen van levensbelang is: voor het verbouwen van voedsel, maar ook voor water, brandhout, zaden, noten en vruchten. Voor eigen gebruik of voor handel. Vooral vrouwen spelen een belangrijke rol in het produceren van voedsel voor gezin en gemeenschap. Tegelijk zijn hun rechten het minst beschermd. Zij zijn dan ook vaak de dupe van landroof. Biobrandstof blijkt een van de belangrijkste aanjagers van landinvesteringen en landroof.

Uit onderzoek van ActionAid blijkt dat tussen 2009 en 2013 6 miljoen hectare grond in Afrika is overgenomen door Europese biobrandstofbedrijven; bijna twee keer het oppervlak van Nederland.

Meer honger
Naast het massale verlies van land voor die mensen die hiervan het meest afhankelijk zijn, ontstaat er competitie tussen de productie van gewassen voor voedsel en brandstoffen. Waar eerst voedsel werd verbouwd, staan nu steeds vaker gewassen voor biobrandstof. En op de internationale markt wordt voedsel opgekocht om aan de Europese biobrandstofvraag te voldoen. Dit leidt niet alleen tot minder voedsel maar ook tot hogere voedselprijzen. En dit terwijl nu al 1 miljard mensen chronisch ondervoed is en de wereldwijde vraag naar voedsel hard groeit. Hoewel honger een complex probleem is met vele oorzaken, is duidelijk dat minder voedsel en hogere prijzen juist de allerarmsten raakt en honger vergroot. Mensen die van 1 of 2 dollar per dag leven geven vaak meer dan de helft van hun inkomen uit aan voedsel. Een prijsstijging kan dan het verschil betekenen tussen voldoende voedsel of ondervoeding. Zo berekenden wetenschappers van de Wereldbank in 2012 dat armoede in Afrika zou toenemen als gevolg van voedselprijsstijgingen door biobrandstoffen.


Het goede nieuws is dat steeds meer mensen zich realiseren dat biobrandstof niet het duurzame alternatief is dat we dachten. Ontwikkelingsorganisaties als ActionAid, maar ook veel milieuorganisaties wijzen al jaren op de negatieve gevolgen van biobrandstoffen. Naast de enorme impact op landrechten en voedselprijzen, blijken de meeste biobrandstoffen namelijk ook nog eens slecht voor biodiversiteit én het klimaat.

Gelukkig heeft zowel de Nederlandse overheid als de Europese Unie inmiddels (deels) erkend dat deze risico’s er zijn en beloofd stappen te nemen om dit beleid te herzien. Het is belangrijk dat burgers zich blijven uitspreken. En de consument heeft aan de pomp helaas weinig te kiezen, maar minder rijden is natuurlijk altijd goed: dat betekent minder biobrandstof én minder CO2 uitstoot. Daarnaast roepen wij overheid en consument op tot échte alternatieven als openbaar vervoer en elektrisch vervoer uit bijvoorbeeld zon en wind.

Barbara van Paassen werkt bij ontwikkelingsorganisatie ActionAid. Zij geeft advies op het gebied van landzaken.

Reacties