Kernenergie zal onze hongerigen voeden

06-06-2014
Door: Emma Meelker
Bron: OneWorld
straling – 

Je ontmoet niet snel iemand die zo liefkozend over kernenergie praat als Kwaku Aning, adjunct directeur van het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Voor hem is radioactieve straling  “de potentieel meest krachtige techniek op aarde, die op een zachtmoedige manier menselijke problemen op kan lossen.” Volgens Aning misgunnen we de techniek zijn rechtgeaarde plek in ontwikkelingshulp:  “als voeder van onze hongerigen, als wichelroede voor onze dorstigen, als heler van zieken. De mogelijkheden zijn eindeloos”.

Op OneWorld Food hebben we gelukkig alleen oog voor eten. Kunt u vertellen hoe u dat doet, honger bestrijden met radioactieve straling?
“Onze voedselgewassen moeten zich constant aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Wanneer zeewater langzamerhand een rijstbed in Bangladesh binnendringt of een nieuwe ziekte het graan in Kenia aantast. Volgens de Darwinistische principes evolueren planten: er zijn altijd spontane genetische mutanten die goed blijken te gedijen in dat zoute bed, of bestand zijn tegen hagelstormen. Het probleem is dat dat niet snel genoeg gaat: een plant doet er wel vijftig jaar over om die mutant te produceren en herproduceren.

Vooral met het oog op klimaatverandering moeten wetenschappers zich in het zweet werken om op tijd nieuwe soorten te maken.
“Precies. Met radioactieve straling kun je  het proces van evolutie versnellen. Door de genen van een plant flink door elkaar rammelen maken we heel aantal mutanten. Die mutanten, van 10.000 tot wel miljoenen, testen we. Wanneer  we een goede en weerbare soort vinden, vermeerderen we die. De landbouworganisatie van de VN, FAO, verspreidt die dan weer in de gebieden die de nieuwe soorten nodig hebben.”

Klinkt eng: rommelen met genen, radioactieve straling.
“Ik moet altijd benadrukken dat wat wij doen niets te maken heeft met genetische manipulatie: we voegen niet iets van een andere plant toe. Het enige wat we doen is het natuurlijke proces versneld herhalen. En dat doen we trouwens, onopgemerkt, al meer dan vijftig jaar: we hebben duizenden soorten succesvol aangepast. 

Aha. U moet in uw werk vaak tegen dat soort twijfel aanlopen.
“Het vervelende is dat de atoomtechniek op de vleugels van oorlog is geboren en meteen zijn vernietigende kracht liet zien in Nagasaki. Ook nu denken mensen bij wat wij doen meteen aan Fukushima. Mensen hebben niet door dat straling al overal is: op vliegvelden, bij de tandarts, in het ziekenhuis. Het blijft moeilijk om dat behapbaar voor mensen te maken. Een tijdje geleden was ik in Indonesië. Een journalist vertelde mij over zijn neef die mango’s bestraalde om ze langer houdbaar te maken.  Dat vond hij eng. Ik legde hem uit dat er geen straling achterblijft op die mango zelf, net als dat hij zijn neef prima een knuffel kan geven als hij een foto heeft laten maken bij de tandarts. Het hangt allemaal op hoe veilig je omgaat met wat je doet: een auto heeft ook een riem, een airbag – veiligheidsmaatregelen die normaal vinden.

Vertel me meer over die mango
“In het Westen gebruikt men die techniek al heel lang: een lage dosis straling kan de pathogenen doden die fruit laten bederven. Maar het kan juist voor ontwikkelingslanden handig zijn: zij verliezen veel van hun oogst door bederf in het warme klimaat en kunnen bovendien producten veilig maken voor export naar de Europese Unie: er reizen geen gevaarlijke ziekteverwekkers mee.  Dat heeft enorme economische implicaties voor dat soort landen.

Hoe helpen jullie arme boeren verder vooruit?
We maken op dit moment grote vooruitgang met het bestrijden van de tseetseevlieg, die zorgt voor de vernietiging van hele veestapels en mensen ziek maakt. We maken de vliegen met straling onvruchtbaar, en zetten ze dan uit in de gebieden waar er problemen zijn. In Ethiopië sprak ik laatst een boer die door ons werk zijn kudde koeien weer had kunnen opbouwen: aan de tseetseevlieg was hij eerder al zijn koeien op een na verloren. Voor iemand wiens leven daar vanaf hangt is dat natuurlijk desastreus. Belangrijk is dat wij zelf niets doen in het veld, we dragen de kennis van onze technieken over aan lokale wetenschappers,  maar het insectenlaboratorium wordt in dit geval door Ethiopiërs gerund.

Radioactieve techniek is vooral nuttig als meetinstrument. Wat heb je daar als boer aan?
Het kan boeren helpen veel precieser te werken. Zeventig procent van het water dat we gebruiken, is voor het bewateren van akkers. Daarbij gaat een heel groot deel weer verloren doordat boeren het zomaar op hun grond gooien. Ook met kunstmest gaat het mis: veel boeren gebruiken veel te veel -- wat weer in de zee uitspoelt en vervuiling veroorzaakt. Ten eerste kunnen we helpen met het vinden van water: met straling maken we blauwdrukken van de bodem. Bovendien kunnen we van de planten meten wat ze nodig hebben: hoeveel water en hoeveel en welke voedingsstoffen. Boeren kunnen met dan met heel goed toegesneden druppelirrigatie aan de slag en weten welke voedingsstoffen ze moeten toevoegen. Dat levert bovendien enorme oogstvoordelen op.

Wat is het grootste probleem dat uw techniek in de toekomst zal oplossen?
Mijn laatste obsessie is drinkwater. Daar gaan de komende generaties over vechten: water is de basis van het leven en het is heel erg schaars aan het raken. Maar ook daar zie je: er zijn technologische oplossingen, als landen bereid zijn om investeringen te doen. In Singapore wordt al het water al gerecycled. Techniek zou een heel grote rol in onze ontwikkelingsdoelen moeten hebben.

 

Reacties