Een Friese koe in de Sahel

28-08-2014
Door: Ilona Eveleens
Bron: OneWorld
De zon is nauwelijks boven de horizon geklommen wanneer Alihu Mohamed begint met het melken van zijn witte zebu koeien. Hij doet dat zoals zijn ouders en voorouders dat deden. Er is echter een verschil met vroeger. Toen gebeurde het melken ergens op de savanne in de noordelijke Sahel regio waar Fulani herders met hun vee altijd op zoek waren naar weidegronden en water. Nu staan de koeien te wachten binnen een omheining in de modder bij het gehucht Kelebe, in het zuidwesten van Nigeria.
reportage – 

Mohamed, en vele herders met hem, gaf de trektochten in Oyo op omdat hij dagelijks melk levert aan Friesland Campina, de grootste zuivelproducent in zijn land. Het bedrijf, 46 procent Nigeriaans en 54 procent Nederlands, importeert tot nu toe nog veel melkpoeder omdat er te weinig regelmatige  aanvoer is van lokale verse melk. Nigeria met 170 miljoen mensen is een enorm afzetgebied voor zuivelproducten.  Sinds de vondst van olie in 1956 begon het land te lijden aan de zogeheten Dutch disease. Sectoren zoals landbouw werden verwaarloosd omdat opeenvolgende regeringen dachten genoeg te verdienen aan het zwarte goud. Voedselproducten zoals granen,  rijst en suiker, die vroeger lokaal werden verbouwd,worden nu voor het overgote merendeel  geimporteerd.  

“Mijn koeien missen wel een beetje hun lange wandelingen  maar ik verdien meer geld als we op dezelfde plek blijven”, vertelt Alihu Mohamed hij terwijl  hij na het melken koe Dawan aait. Ze is zijn favoriet en geeft het kopjes als het eerste de beste huisdier. Tijdens een lange droogte,  jaren geleden, trok  de herder met zijn vee naar de deelstaat Oyo. “Ik ben nooit meer teruggegaan omdat het hier veel meer regent en er altijd volop gras en water is voor mijn dieren.”

Poeder
Friesland Campina probeert steeds meer melk te kopen van Fulani herders. Dat betekent dat de veehouders in een straal van dertig kilometer rond een verzamelcentrum moeten verblijven om ’s morgens snel  de verse melk in een koeltank te krijgen. “Ons leven is verbeterd sinds we een regelmatig inkomen hebben. Nu ben ik met advies van een veearts van het bedrijf begonnen enkele Zebu’s te kruisen met Friese koeien zodat ik nog meer melk kan produceren”, vertelt  Alihu Mohamed terwijl hij een schaal schuimende melk giet in een melkbus.     

Wantrouwen
Vier jaar geleden begon het Nigeriaans/Nederlandse bedrijf met de aankoop van melk van Fulani herders. “Dat was nog een hele toer want ze vertrouwden ons voor geen cent”, grinnikt veearts Samson Akinade. “Ze dachten dat wij hun dieren kwamen stelen.” Inmiddels zijn er zo’n 450 Fulani herders in de deelstaat Oyo die in het half jaar durende regenseizoen dagelijks tussen 12000 en 15000 liter melk leveren. In het droge seizoen daalt het volume tot 8000 liter. De lokale melk vormt een kleine drie procent van wat Friesland Campina nodig heeft voor Nigeria. Het streven is zo snel mogelijk tien procent te halen. Daarvoor wil het bedrijf ook in andere deelstaten verse melk gaan kopen.     

In Oyo zijn inmiddels vier verzamelcentra geopend waar herders hun melk kunnen afleveren.  Voordat de melk de koeltank ingaat wordt het eerst uitgebreid getest. “De herders moeten voldoen aan onze vijf geboden anders kunnen we de melk niet accepteren”, vertelt veearts Akinade. Er moet hygienisch gemolken worden, met schone handen, nagels, schalen en melkbussen. Dieren die antibiotica krijgen, mogen geen melk leveren. “Wij spotten niet met die regels. De melk wordt rigoreus getest en als geconstateerd wordt dat herders zich niet aan de regels hebben gehouden, worden ze bestraft.  Dan kopen we een of twee weken geen melk van ze.”

Friesland Campina heeft in het woongebied van de Fulani in Oyo tien waterputten geslagen. Vier anderen zijn bijna klaar. Daarmee wil het bedrijf zich verzekeren dat er atijd schoon water is voor de vereiste hygiene. “Dat is een mooi extraatje”, vindt Alihu Mohamed. “Onze vrouwen hoeven nu ook niet meer zover te lopen naar waterplaatsen en we zijn gezonder dan toen we water uit de rivier haalden.”

Bankrekening
Het leveren van melk aan het bedrijf heeft Alihu Mohamed en de andere herders ook voorzien van een bankrekening. Toen het project startte met zo’n veertig Fulani werden zij dagelijks contant betaald. Maar naarmate er meer veehouders gingen meedoen, werd deze betalingsmethode  te chaotisch. “Nu stort onze accountant elke dag via het internet het bedrag op de rekening van de leveranciers. Het kostte wat moeite om de herders te overtuigen dat een bankrekening te vertrouwen was”, vertelt John Adekunle,  verantwoordelijk voor de verzamelcentra en het vervoer naar de fabriek in Lagos, zo’n 150 kilometer zuidelijker. “Ze wenden echter snel  aan het bankieren want tegenwoordig storten ze zelf geld op hun rekening als ze een koe hebben verkocht.”

Geen gesjoemel
Alihu Mohamed laadt volle melkbussen op een houten stellage achter op zijn brommer en vertrekt naar het melkverzamelpunt in Maya. Daar is het lopende band werk. Melkbussen worden afgeladen en getest. Binnen tien minuten is het resultaat binnen en wordt de melk door een filter de koeltank ingegoten. De hoeveelheid wordt genoteerd in het boekje van de leverancier en in de computer van het bedrijf.

 “Wij hebben in elk van de centra een Fulani aangenomen die is gekozen door de gemeenschap. Hij ziet er namens de andere Fulani leveranciers op toe dat er niet wordt gesjoemeld. Nigeria heeft een corrupte reputatie en vertrouwen wil nog wel eens ontbreken. Zo is iedereen tevreden”, legt John Adekunle uit. 

Later in de ochtend komen robuuste kleine tankers de melk ophalen om naar een centraal depot in Oyo te brengen. Daar vandaan wordt de melk eens in de twee dagen in grotere tankers naar de fabriek in Lagos gereden. “Koelen is heel belangrijk. We willen niet boven de 3 graden uitkomen. Er staat vaak een lange file op de weg naar Lagos en we willen zeker zijn dat de melk goed aankomt”, zegt John Adekunle. Het bedrijf kan niet vertrouwen op elektriciteit van de staat. Nigeria mag een olieproducent zijn maar stroom is er vaker niet dan wel. Dieselgeneratoren  houden de koelingssytemen dag en nacht aan de praat in de verzamelcentra.

De jonge John Adekunle studeerde voedingskunde en twijfelde lange tijd of hij in de commerciele sector zou gaan werken of bij een ontwikkelingsorganisatie. “Met mijn huidige baan hoef ik die keuze niet te maken. We doen zaken met de Fulani en brengen en passant ook ontwikkeling.  Een combinatie die past bij Nigeria”.

Reacties