Dertig kilo paprika per vierkante meter

08-04-2015 Bron: OneWorld
Ondanks een flinke bijdrage aan de vaderlandse economie, heeft de kassenteelt een slecht imago. De gemiddelde biologische groente-adept gruwelt van het energieverbruik, de steenwol waarop die ‘waterbommen van tomaten’ gekweekt worden, de pesticiden en waterverbruik. De gemiddelde tuinder ziet zijn kas juist als het kruispunt van techniek en duurzaamheid. OneWorld ging de boer op in de Wieringenmeer en ontdekte wat ‘zo goed als biologisch’ betekent in het achterland van Nederland.
Interview – 

Jeetje, jullie zitten wel heel ver weg van de bewoonde wereld. Waarom helemaal hier?
“Wij zijn hier jaren geleden naartoe verhuisd om met een paar telers te kunnen samenwerken. Binnen ons telersgebied, de Agriport, kunnen we met negen andere telers samen besparen op energie, oogstverlies en water. Maar niet alleen telers hebben daar wat aan. Microsoft is nu ook bezig om hier een mega-datacentrum te bouwen. Binnenkort draait ‘the cloud’ op onze restenergie.”

Gaaf. Maar hoe telen jullie ‘duurzamer’?
“Een van onze doelen was de energiekringloop te sluiten en alle energie, warmte en CO2 nuttig te (her)gebruiken. Een eigen WKK (warmte-krachtkoppeling) was toen wij hier begonnen het ideaal voor een moderne kas. Met deze generator kan namelijk gas op maat, precies genoeg voor onze kassen, verbrand worden. Maar energiebedrijven durfden het niet aan om met ons telers in zee te gaan. Wij hebben daarom met negen telers het bedrijf ECW (energie combinatie Wieringermeer) opgezet, de negen telers zijn de enige aandeelhouders maar ook de enige klanten.”

Kwekerij de Wieringermeer is een samensmelting van vier bedrijven uit het Westland. Hier wordt op 40 hectare paprika’s verbouwd. Op jaarbasis produceert het bedrijf zo’n 13 miljoen kilo, dit zijn ongeveer 75 miljoen paprika’s.  In Nederland wordt er jaarlijks 365 miljoen kilo paprika's in kassen verbouwd. De export van groenten en fruit, waarvan een groot deel uit deze kassen, levert jaarlijks zo'n 13 miljard euro op. 


Ik hoor heel veel gas, dat is toch helemaal niet duurzaam, het uitputten van de aarde?
“Natuurlijk gebruiken we liever andere vormen van energiewinning, zoals bijvoorbeeld aardwarmte, maar voor nu is dit nog betaalbaar en best wel oké. Het resultaat van de verbranding van gas met de WKK komt in drie vormen: energie, warmte en CO2. Wij zorgen ervoor dat er niets van die drie vormen verloren gaat; de energie wordt als elektriciteit naar huizen en andere bedrijven doorgesluisd, de warmte opgeslagen voor de kas en de CO2 gereinigd en gebruikt voor de groei van de planten. Op deze manier zijn we een stuk zuiniger dan de gemiddelde energiecentrale, zij laten de CO2 en warmte namelijk verloren gaan.”

Je noemt aardwarmte als alternatieve energiewinning, wat houdt dat in?
“Aardwarmte is ons paradepaardje, een project wat afgelopen juni van start is gegaan. Wij gebruiken nu water om warmte uit het middelpunt van de aarde te oogsten, op twee en een halve kilometer diep is dat water namelijk 90 graden. Er wordt 500.000 (90 m3 per uur) liter water per uur naar boven gepompt en dit verwarmt de kas via een ingenieus buizensysteem. Na gebruik wordt het water met 30 graden weer terug de aarde in gepompt, dus hier geen gaten, geen Groningen-taferelen.”

.

Vanwege de water-infrastructuur die door de ECW gelegd is, kan de warmte alle telers bereiken. Uiteindelijk hopen we ook door middel van aardwarmte energie op te wekken. WKK’s zijn dan niet meer nodig, al moeten we wel op zoek naar een andere CO2-bron. Met aardwarmte besparen we nu per jaar 18 miljoen kuub aardgas met alle telers samen, voor ons bedrijf alleen besparen we hier een derde van. De besparing van al dit aardgas geeft ook 32 miljoen kilo minder CO2-uitstoot.”

Hoe blijven jullie jezelf verbeteren dan?
“Geen verspilling meer, dat is het uiteindelijke doel. We hopen de kringloop te sluiten, zoals bij het water. Het water dat wij in de kassen gebruiken is opgevangen regenwater, het water wat de plant niet gebruikt wordt vervolgens gerecirculeerd. We hebben niets extra’s nodig. Ook zijn we bezig om een vestiging van een composteerbedrijf naar hier halen. 

We proberen onze methode ook in het buitenland te introduceren. Londen heeft sinds een paar jaar zijn eerste kleine achtertuintje, Thanet Earth in Kent. Samen met andere Nederlandse telers hebben wij hier een klein aantal kassen gebouwd. Ook zijn we bezig met het bouwen van kassen in onder andere Oekraïne. Klanten willen groenten gewoon geteeld in eigen land. Daarnaast geldt; hoe minder transport, hoe beter voor de paprika en het milieu.”

De paprika heeft dus een duurzaam leven, biologisch ook?
“Wij telen maximaal biologisch maar niet ‘echt’ biologisch. Omdat we bijvoorbeeld telen op steenwol en niet in volle grond, wat een vereiste is voor biologisch. Naar ons idee is dit minimaal even goed, als dan niet beter. De steenwol, gemaakt van het gesteente basalt, wordt twee jaar gebruikt waarna het wordt gerecycled tot baksteen. Het is vooral handig wat watertoevoer en voedingsstoffen betreft, je kunt water voor 100 procent hergebruiken en voedingstoffen tot in detail sturen. Dat kan niet met teelt in aarde.”

Wij gebruiken ook liever geen bestrijdingsmiddelen omdat dit slecht is voor de plant. Tenzij de nood hoog is en we moeten kiezen tussen twee kwaden, een slechte oogst of bestrijdingsmiddelen. In eerste instantie gebruiken we alleen natuurlijke middelen: als preventie van virussen gebruiken we bijvoorbeeld melk. Andere ziekteverspreiders proberen we tegen te houden met onze beestjes. We hebben in de kas bijvoorbeeld planten met luizen, die niet op de paprikaplant willen maar wel natuurlijke beschermers, zoals andere kleine insecten, aantrekken.”

Noor Bouwdewijn
Lees meer van deze auteur >

Reacties