Groei, Biggie, Groei!

02-12-2013 Bron: OneWorld
fabriek – 

Meer mensen zijn op zoek naar diervriendelijk en milieubewust geproduceerd vlees. De Groningse varkenshouder Annechien ten Have wil de kritische vleeseter bedienen. OneWorld trok naar het noorden, alwaar het bezoek een onverwachte wending nam.

"Je ben toch géén vegetariër, hè?" roept de Groningse varkensboer Adri Boonman terwijl hij mij een bord met stukjes varkensvlees voorhoudt. De tengere Boonman en ik zijn op bezoek bij zijn collega-varkensboer Annechien ten Have in Beerta, Oost-Groningen. De kortgeknipte blonde boerin heeft zojuist een lapje varkensvlees gebakken en in stukjes gesneden.

Boer Boonman prikt met een cocktailprikkertje in een stukje roze vlees, tuit proevend zijn lippen en knikt bevestigend: "da's toch lekkerder dan gewoon varken".

Sojaschroot
Het varken dat boerin Ten Have ons voorschoteld is groot gegroeid op lupine. Een eiwitrijk gewas dat vroeger geteeld werd als veevoer maar ook als wisseloogst omdat het de grond verrijkt met stikstof. De afgelopen decennia is de lupineteelt echter zo goed als verdwenen van Hollandse bodem. Verdreven door het gebruik van kunstmest en de komst van zeer goedkoop sojaschroot uit Noord-en Zuid-Amerika.
Op deze importsoja is veel kritiek. De productie ervan zou het Amazonewoud ontbossen, kleine boeren van hun land verjagen, genetisch gemanipuleerd worden en CO2 uitstoot veroorzaken door het vervoer.

Zelf fokken
Ten Have heeft de lupineteelt, zij het kleinschalig, weer opgepakt. Niet omdat zij wakker ligt van de wereldwijde sojaproblematiek, maar omdat ze de 'de productiekringloop weer lokaal wil rondmaken'. Die kringloop is door schaalvergroting en specialisatie verdwenen. Er kwamen megaboerenbedrijven voor in de plaats. Net als haar eigen varkensfokkerij met 4500 varkens.
Nu wil Ten Have terug naar varkens zelf fokken, met zelf geteeld voer voeden, afmesten en laten slachten in het naburige dorp.

Ik heb Adri Boonman uitgenodigd om te zien of Ten Have’s plannen ook bij de meer conventionele varkensboer aanslaan. Boonman heeft een intensieve varkenshouderij waarin hij drie keer per jaar een lichting van 22 duizend varkens ‘afmest’ voor de slacht. Niet bepaald een biologisch keuterboertje.

Zwangere zeugen
Een grote trekker scheurt langs het keukenraam, we kijken naar buiten. "Kom, ik zal jullie een rondleiding geven", zegt Ten Have. Laarzen en jassen aan. De felle winterzon hangt laag boven de velden waaraan geen einde lijkt te komen.

Op dit moment zijn er nog slechts zeven Lupinevarkens op de boederij, vertelt Ten Have terwijl we aankomen bij de stal met zwangere zeugen. Maar ze heeft plannen klaarliggen voor nieuwe 'dartelstallen' waarin zij al haar 4500 varkens op het Lupinedieet wil grootbrengen tot aan de slacht.

"De consument vraagt om meer dierenwelzijn", vertelt Ten Have verder. Zij speelt daar op in door de mannetjes (beren) niet te castreren en als het wat warmer is, kunnen sommige varkens in een smalle doorgang tussen de stallen in de buitenlucht staan. Als gevolg hiervan liggen Ten Have’s varkens met een ster van de dierenbescherming in het supermarktschap.

Comfort class
De varkenssector heeft gepoogd de behoeftes van een varken te inventariseren, vertelt Ten Have. Men kwam tot tien, waaronder: privacy tijdens het poepen, behoefte aan sociaal contact, behaaglijke temperatuur en veiligheid. De behoeftes werden verwerkt in een teststal genaamd ‘comfortclass’, maar tot nu toe is er geen boer die dit vermeende varkensgeluk rendabel acht.
"Veiligheid en alleen willen poepen, vind ik een beetje vreemd.", zegt een moeilijk kijkende Boonman. "Lekker groot en gezond zijn, dát maakt een varken gelukkig!".

Precies óók de twee belangrijkste eigenschappen van een goed verkoopbaar varken.

Winkelwagentje
Het Lupinevarken van Ten Have vindt Boonman desalniettemin 'geweldig' en 'goed om het onterecht slechte imago van de varkenssector te keren'. Niet dat Boonman zich zorgen maakt over dat imago.

"Weet je, mensen zeggen van alles, maar als ze met het winkelwagentje in de supermarkt staan, kiezen ze toch voor het goedkoopste lapje."
"Ieeeeeek!" Achter ons klinkt schel varkensgekrijs, links en rechts happen zwangere zeugen naar elkaar. "Gewoon even de pikorde bepalen", zegt Adri Boonman. Met zo’n 450 zwangere dames staat het flink vol. Ze hebben één m2 per varken maar de zeugen zijn groot.

groei_biggie

Blauwgekleurde vloer
Als de zeugen gaan bevallen worden ze apart gezet in een groter stallencomplex. We lopen ernaartoe, verwisselen jas voor overall en gaan de hygiënesluis door.
Een allesdoordringende ammoniaklucht hangt zwaar in de lage gangen van het grauwe betonnen bouwwerk. Door vieze raampjes kijken we ruimtes in waar varkens bij elkaar liggen op een betonvloer. Het lijkt alsof hierbinnen geen kleuren bestaan alleen maar tinten grijs. En die lucht...
Dan komen we in de kunstmatig verlichte kraamruimtes waar de moeders met hun worp biggetjes verblijven. De moeders staan of liggen hier vier weken in dezelfde houding ingeklemd tussen stalen buizen, ze kunnen praktisch niet bewegen. De biggetjes krioelen op een blauwgekleurd rooster waardoor hun poep wordt afgevoerd, of liggen bij de moeder te drinken. Er hangt een warmtelamp waaronder de biggetjes zich kunnen warmen.

Rekenen
In een volgende ruimte worden de biggetjes van de moeder gescheiden groeien tot ze zo'n 25 kilo wegen. Daarna verkoopt Ten Have ze door aan een 'afmester' zoals Adri Boonman, die ‘er in 16 weken 100 kilo aanmest' voor de slacht. Intussen zijn de moeders bij Ten Have al weer geïnsemineerd voor een nieuwe productieronde. Er valt geen tijd te verliezen. Een varkensboer moet efficiënt zijn en rekenen, vertelt Ten Have, die lange tijd voorzitter was van de vereniging voor varkenshouders.

Gelukkig voor de boer is een zeug kort zwanger (precies drie maanden, drie weken en drie dagen) en kan per jaar twee tot drie zwangerschappen uitdragen waarbij ze gemiddeld 12 biggetjes werpt. Dat houdt ze ongeveer vier jaar en 120 biggetjes vol.

groei biggie groei

Daarna kan ze niet meer zwanger worden en volgt verplaatsing naar een aparte ruimte waar ze met andere onvruchtbaar geworden dames wacht op de vrachtwagen naar het slachthuis. We lopen langs deze varkens weer terug door de hygiënesluis. De overalls gaan in de wasmand.

Machinekamers
Buiten zuig ik de frisse lucht mijn longen in. Het is alsof ik in een andere wereld ben geweest, 'backstage' bij de boerderij. In een machineruimte waar in een efficiënt doorberekend systeem nonstop varkens geproduceerd worden. En daartegenover het boerenerf, nu, een façade van rust, zonlicht en frisse lucht.

En dan dringt het door: niet alleen deze boerderij, maar heel Nederland heeft een enorme verborgen machinekamer waar 12 miljoen varkenslevens met een druk op de knop worden gestart en beëindigd. Samen met de machinekamers met 100 miljoen kippen, 4 miljoen koeien en god mag weten wat nog meer, vormt deze industrie een van de peilers van de Nederlandse welvaart.

Dochters
Deze gedachte verdringen lukt niet, al was het maar omdat de zware ammoniaklucht nog diep in mijn neusgaten hangt.

Het varken in Nederland is een productiemiddel dat zo efficient mogelijk voer om moet zetten in vlees. Niet meer niet minder. Je moet er tegen kunnen. Als de varkenshouderij van Ten Have een ster beloning krijgt van de dierenbescherming, dan is Nederland vandaag in ieder geval één vegetariër rijker.

Maar hoe het te vertellen aan boer Boonman van wie ik aan het begin van de middag nog een hapje
Lupinevarken aannam? Hij zit al bijna in zijn auto als ik hem vraag wat hij denkt van vegetariërs. Gedecideerd kijkt hij mij in de ogen.

“Laat ik het niet merken dat een van mijn dochters met zo’n vegetariër komt aanzetten.”

Dan rijdt hij weg. Achterop zijn auto valt een sticker te ontwaren: ‘passion for pigs’.
 

Martijn van Tol

Martijn van Tol is freelance journalist met een oog voor verhalen in de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties