Moestuinieren is niet voor berooide bejaarden

27-06-2014
Door: Hans Ariëns
Bron: OneWorld
Is moestuinieren een interessante manier om na je pensionering je etensbudget te drukken, zoals staatssecretaris Klijnsma oppert? Hans Ariens, inmiddels verwoed spittend en schoffelend, betwijfelt het: moestuinieren drukt hooguit de kosten voor je therapeut.
column – 

We besloten toch maar de proef op de som te nemen, mevr. Ariens en ik. Twintigduizend mensen staan op de wachtlijst voor de naar schatting tweehonderd duizend Nederlandse volkstuinen, maar wij bleken verrassend snel een tuintje te kunnen bemachtigen. En dan nog wel op onze favoriete plek ‘recreatie-eiland’ Koudenhoorn in de Kager Plassen. Daar ligt een door heggen omzoomd terrein met echte moestuinen, zonder de geïmproviseerde bouwsels die veel volkstuincomplexen ontsieren. Op een paar steenworpen afstand van Maartens Moestuin, waar de gevierde schrijver met veel moeite zijn groenten en fruit opkweekt en onder het slaken van verrukte kreten  naar binnen propt.

Vorig jaar ventileerde ik op deze plek nog mijn scepsis over de tuiniertrend. Mijn stelling toen was dat groenten verbouwen een vak was dat het beste aan de professionals kan worden overgelaten. Maar dat was gebaseerd op onze eigen ervaringen met potten en kisten in de achtertuin, en op hearsay over de hordes die je als echte moestuinier moet overwinnen. Nu, na vier maanden noeste arbeid op onze eigen 80 vierkante meter, kan ik de volgende conclusies trekken:

1. Moestuinieren is inderdaad een gevecht. Niet de veenmol is je grootste vijand. Zeker, het is een griezel van jewelste die zonder scrupules en zonder duidelijk plan  jonge plantjes doorknaagt. Remedies zijn er niet echt. Van fietsmaat Kees uit Hoogmade heb ik de tip gekregen zijn kop fijn te drukken en ‘m vervolgens aan de vogels te voeren. Collega-tuiniers in Warmond hakken ‘m in tweeën. De fijnbesnaarde stedeling in mij verzet zich daartegen.

Nee, veel erger is het welig tierende onkruid heermoes, een grasachtige plant die nog uit de tijd van de dinosauriërs stamt. Het is een overlever dus. Bij gewoon schoffelen breken de wortels en delen ze zich. Ze kunnen tot 3 meter diep zitten. Chemische middelen deren de heermoes niet, alleen stuk voor stuk uitsteken helpt.

En dan kunnen je groenten ook nog gewoon verpieteren. Omdat ze te weinig water hebben gehad of juist te veel, of omdat ze er domweg geen zin in hadden.

2. Moestuinieren is niet rendabel. Een beetje spitvork kost al gauw vijf tientjes, hetzelfde geldt voor de jaarlijkse huur van je tuin. Tel daar nog even zaden, plantjes en bemesting bij op. Die investering verdient zich niet snel terug. Veel groenten zijn goedkoop in de supermarkt op het moment dat jij ze in je tuin oogst – tenzij je aan grootschalige aspergeteelt begint.

Vroeger was dat anders. Mijn ouders exploiteerden een tuin louter om financiële redenen. Tassen vol snij- en tuinbonen werden op de keukentafel vermalen of gedopt en verdwenen in de diepvrieskist of de weckfles. Maar in die tijd was de tuinbouw nog niet zo ver als nu, was het aanbod minder en lagen de prijzen hoger.

Wij hebben geen enorme vrieskist en wecken niet. Dat betekent weken achter elkaar sla en spinazie eten. Gelukkig hebben we makkelijke kinderen.

Rationele redenen om op de wachtlijst voor een moestuin plaats te nemen zijn er dus niet. De korting op je pensioen kun je er niet mee opvangen. Maar…

3. Moestuinieren is verdomde leuk. Het genot van in de aarde wroeten is lastig te beschrijven. “Ik heb er helemaal geen hekel aan om uren heermoes te steken. Eigenlijk vind ik het best wel leuk”, liet mevr. Ariens zich laatst ontvallen. Het is de ultieme vorm van onthaasting, bed na bed heermoesvrij maken.

Ons leven is misschien wel te comfortabel geworden – zo ervaar ik dat zelf tenminste. Je voelt behoefte aan weerstand, aan gezwoeg, aan hard labeur. En in de moestuin moet geknokt worden. Het uiteindelijke resultaat, je zelf geteelde groenten, onderscheidt zich niet door zijn betere smaak – dat probeert Maarten je alleen maar te wijs te maken. Nee, het is de voldoening die je proeft, dat die groente ondanks alle bedreigingen om ‘m heen toch maar mooi tot volle wasdom is gekomen.

Dat doet veel met mensen. Onder onze  medetuiniers zijn er ook die door het leven teleurgesteld zijn. Ze raakten hun baan kwijt of hun geliefde, verbittering ligt op de loer. De moestuin helpt dan.

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties