Gebrek aan nuance en hapklare argumenten: Voedseldebat wekt irritatie

01-03-2017
Door: Merel Meessen
Bron: OneWorld
Een van de dilemma's tijdens het Voedseldebat. Bron: FNLI
Nieuws – 

Hoe moet de politiek zich opstellen in prangende voedselvraagstukken? Dat was het onderwerp van discussie tijdens het Voedseldebat op 28 februari in Den Haag. Negen (kandidaat) kamerleden van verschillende partijen kwamen bijeen om tegenover een zaaltje vol mensen uit de agro- en voedselsector te sparren over hun standpunten. Aan verkiezingsretoriek geen tekort, maar voor visie en originaliteit moest het debat het vooral van het publiek hebben.

In de line-up van het Voedseldebat waren de volgende negen (kandidaat) kamerleden te vinden: Anna-Lena Hedin Penninx (PvdA), Helma Lodders (VVD), Suzanne Kröger (GL), Henk van Gerven (SP), Jaco Geurts (CDA), Esther Ouwehand (PvdD), Tjeerd de Groot (D66), Carla Dik-Faber (CU) en Sjaak Simonse (SGP).

Drie grote belangenorganisaties uit de voedselsector, de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO Nederland), de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), organiseerden het Voedseldebat. Het doel: "het belang van de landbouw en vooral ook de gehele keten voor het voetlicht brengen", aldus Marc Calon, voorzitter van LTO Nederland.

Volgens Calon wordt dat nu veel te veel ondergeschoven. “Niemand maakt zich druk zo lang er geen honger is. Er is genoeg te eten, het is goedkoop. Maar als we verandering willen moeten we er onze aandacht op richten.” Daar sluit Philip den Ouden, directeur van FNLI, zich bij aan. “Veel van de grote problemen in de sector, zoals het bereiken van 40% minder CO2 uitstoot en de Parijse afspraken, kan je alleen maar oplossen met alle partijen bij elkaar,” zei hij, duidend op productie, retail en beleid. Hij riep de politici dan ook op om ‘in godsnaam’ beleid te maken voor de hele keten.

Vooral politieke verdeeldheid
Die boodschap leek echter nog niet helemaal te zijn doorgedrongen op het podium, waar liever verschillen dan aanknopingspunten werden geaccentueerd, zowel onderling als tussen de kamerleden en het aanwezige bedrijfsleven. Zowel de leden als de zaal werden vraagstukken voorgelegd over gezondheid, duurzaamheid en voedselverspilling. Pogingen om het onderling gezellig te houden werden afgewisseld met schampende opmerkingen tussen de kamerleden, die ieder uit hun eigen partijprogramma reciteerden.

Zodoende werd het Voedseldebat ongeveer net zo voorspelbaar als een gemiddeld partij-spotje: VVD wil consumentenvrijheid en weinig regels (lees: geen extra etiket-informatie), SP denkt vooral aan de mensen met een kleine beurs, CDA wil dat we weer samen gaan eten, PvdA denkt aan de prijs voor de boer, de CU benadrukt de gezondheid van de consument, van de SGP is moeilijk hoogte te krijgen, GroenLinks wil de ‘reële kosten’ doorberekenen in voedselprijzen (lees: vleestax), de Partij voor de Dieren hamert op welzijn van mens, dier en natuur. En D66, toevallig precies in het midden van het podium gepositioneerd, probeert de boel te verbinden.

Over één ding konden de kamerleden het wél allemaal eens worden, namelijk dat er meer marktkracht dient te zijn voor de producerende sector. Daarin loopt samenwerking nu vaak vast door de wetgeving rondom mededinging. De tragedie wilde echter - beëindigde het opmerkzame publiek de kortdurende eenheid - dat dit zeldzame punt van consensus nou net niet binnen de beslissingskracht van Den Haag valt, maar binnen die van Brussel. En dus ging men maar weer door met redetwisten over andere onderwerpen.

Minister van Voedsel?
Nadat gesproken was over gezondheid, duurzaamheid en voedselverspilling, kwam de vraag of er een Minister van Voedsel dient te komen. De meeste partijen waren kritisch op het feit dat het Ministerie van Landbouw is opgegaan in dat van Economische Zaken en wilden in het nieuwe kabinet weer een minister rondom de thema’s landbouw, voedsel, duurzaamheid en/of natuur. Alleen VVD was geen expliciet voorstander en vond dat dit moest afhangen van het coalitieproces, terwijl de SP zich afvroeg 'waarom dit toch zo’n issue is' terwijl het volgens het SP kamerlid toch vooral gaat om welke persoon er zit, niet welke naam zijn portefeuille heeft.

De Partij voor de Dieren ging enkele stappen verder dan de rest en stelde dat er een Minister van Duurzaamheid dient te komen waar landbouw en voedsel bij in zouden vallen, met dezelfde status als het Ministerie van Financiën. Dat zou inhouden dat ieder wetsvoorstel vooraf aan implementatie zowel langs Financiën als langs Duurzaamheid moet gaan om te worden getoetst op impact. In dit standpunt vond de PvdD zich een eenling.

Verbinding ondergesneeuwd in strijd om kiezers
En dat verbindende beleid dan, waar de organiserende sectororganisaties de politiek zo duidelijk toe opriepen? Een enkele poging hiertoe kwam vanuit D66, die ter plekke een pact voorstelde tussen de aanwezige partijen en de sector. Dit voorstel verdween echter net zo snel als het gekomen was in de politiek strategische reacties van de volgende spreker (VVD). Verder sprak alleen GroenLinks herhaaldelijk over het belang van een integrale aanpak voor de voedselsector, maar deze geluiden klonken net als bij de rest vanaf een eiland zonder resonantie te vinden bij anderen.

Vanuit de toehorende voedselsector werd meerdere malen irritatie geuit over het gebrek aan nuance en de hapklare argumenten die vanaf het podium klonken. “Ongelofelijk hoe stellig ze spreken over dingen waar ze geen verstand van hebben,” vond Bert Urlings van Vion (vleesindustrie) achteraf, die het tijdens het debat aan de stok kreeg met de PvdD. Een andere pijnlijk verduidelijking van de mate waarin de kamerleden bleven vastzitten in eigen retoriek kwam naar voren toen Karin Bemelmans van het GroentenFruit Huis de leden vroeg in te gaan op gezondheidsbescherming. Het bleek nodig een tweede keer op te staan om na wat onduidelijke reacties maar even uit te leggen wat gezondheidsbescherming was. Wie in de zaal van stemkeuze was gewisseld aan het einde van het debat? Alle handen bleven omlaag.

Reacties