Wonderdorp? Of chemieverslaafd?

01-06-2017 Bron: OneWorld
Michael Rhebergen
Reportage – 

In het westelijk hoogland van Guatemala ligt het dorp Almolonga als een groene oase in een vallei die ook wel ‘de tuin van Centraal-Amerika’ genoemd wordt. Het dorp van bijna 20.000 inwoners produceert voornamelijk groenten voor de export naar zijn buurlanden Honduras, Mexico en El Salvador.

Op het eerste gezicht lijkt het een vreedzame boerengemeenschap waar de groenten in grote hoeveelheden, en met een uitzonderlijk groot formaat van het land komen, maar dat is niet altijd zo geweest. De inwoners zijn er heilig van overtuigd dat zich een wonder voltrokken heeft en dat hen vruchtbare aarde is geschonken. Lopend door de groen getinte velden waar mannen en vrouwen met de voeten in de aarde staan, laat een licht briesje uit de bergen je kennismaken met de realiteit. Een zware, bittere geur dringt de neus binnen. Het resultaat van het gebruik flinke hoeveelheden van bemestings- en bestrijdingsmiddelen


“Vroeger besteedden de mensen hun geld aan alcohol en kenden vele families problemen door alcoholmisbruik”, verklaart Nicolas Riscajche (60), eigenaar van de zaak Semillero el Jardin, waar hij buitenlandse agrochemische producten verkoopt. Door het grote alcoholprobleem in combinatie met armoede was er in Almolonga veel criminaliteit. “Dat is nu allemaal anders”, vervolgt Nicolas, “het geloof heeft onze ogen geopend en ons denken veranderd, wij zijn gezegend.”

Almolonga is een voorbeeld van hoe kleine boeren voedsel produceren voor export naar andere ontwikkelingslanden. Wereldwijd zijn er 500 miljoen kleine boerderijen die voor tachtig procent worden beheerd door kleine boeren en zorgen voor tachtig procent van het voedsel dat geconsumeerd wordt in de ontwikkelingswereld, volgens IFAD en UNEP, twee organisaties van de Verenigde Naties gespecialiseerd in milieu en landbouwontwikkeling.

Gezegend met vruchtbare aarde die het aangezicht en de problemen van Almolonga veranderde in voorspoed, zoals men doet geloven. Waar men eerst produceerde voor het eigen gezin, was er ineens voldoende voor de export. Maar deze vruchtbare vulkanische aarde heeft er altijd gelegen en in Almolonga - dat in het precolumbiaanse Nahuatl ‘de plaats waar het water ontspruit’ heet - wisten de mensen niet anders dan dat er water in overvloed was. Hoe heeft deze verandering dan plaats kunnen vinden? Heeft de komst van het geloof de mensen het juiste pad gewezen of was er meer aan de hand?

Groene revolutie
In de jaren ’70 kwam er een toestroom van missionarissen naar Guatemala die het woord van God verspreidden. De neutraliteit die de kerk bood tegen de guerrilla’s en het leger gaf mensen aanleiding om de kerk binnen te laten. Tegelijkertijd ontstond de ‘Groene Revolutie’, waarbij nieuwe agrarische technieken in de ontwikkelingswereld werden geïntroduceerd. Enerzijds om deze landen tot investeringsgebieden te ontwikkelen en anderzijds om de productie van voedsel te vergroten om de dreigende honger door de toenemende bevolkingsgroei het hoofd te kunnen bieden. In de praktijk hield dat in dat mensen chemische producten gingen gebruiken om hun oogsten te vergroten.

Pesticiden, herbiciden, fungiciden, insecticiden, kunstmest en hybride zaden werden de norm. Groenten kregen een buitensporig formaat en de mensen zagen hun oogsten groeien, waardoor export ineens mogelijk werd. Radijs, aardappelen, broccoli, wortels (zo groot als een onderarm), uien, koriander en kroppen sla worden iedere dag vrachtwagens vol naar de buurlanden gereden. De gevangenissen die vol zaten en de cafés waar men op iedere hoek van de straat drank kon kopen sloten hun deuren; de problemen losten zich langzaam op. De handel in groenten begon en het wonder in Almolonga had zich voltrokken.

NIcolas Riscajche in zijn zaak.


Paradoxale afhankelijkheid
De economische voorspoed die de verandering in Almolonga in eerste instantie met zich mee bracht is langzaam omgeslagen naar afhankelijkheid. Paradoxaal genoeg is datgene wat de mensen de vrijheid liet zien, nu hetgeen dat ze tegenhoudt om hun eigen ontwikkeling vorm te geven.

Waar men voor de komst van de agrochemische producten hun eigen zaden oogstten en hun land bewerkten met eigengemaakte organische mest, “gingen mensen vanaf de jaren zeventig buitenlandse producten gebruiken”, verklaard Nicolas. Er werd meer en meer gebruik gemaakt van hybride zaden. Dat zijn zaden die door speciale veredelingstechnieken tot stand zijn gekomen en maar één keer de gewenste eigenschappen vertonen. Boeren zien zichzelf daardoor genoodzaakt voor iedere oogst nieuwe zaden te kopen.

 

Miguel Sanchez (74) bewatert zijn wortels in Almolonga.

De macht die bedrijven als Bayer uit Duitsland en Bejo uit Nederland hebben op deze markt, is door het kleine aantal spelers groot. De mensen uit Almolonga zien de prijzen gestaag stijgen. “De producten (die je nodig hebt voor de landbouw) waren vroeger goedkoop, toen kocht je wat je nodig had voor een kleinigheid. Dat is inmiddels wel veranderd”, zegt Miguel Sanchez (74) terwijl hij zijn wortels besprenkelt met water. Bovendien raakt de grond uitgeput door wat de industriele landbouw ervan vraagt, en worden sommige plagen en insecten in de loop van de tijd resistent tegen de bestrijdingsmiddelen. “Om dezelfde opbrengst te krijgen gebruiken we dus steeds meer middelen.” Daniel Madric (36), een dagloner die voor een landeigenaar werkt, legt mij uit hoe zij uien verbouwen. “Na het zaaien brengen we gelijk kunstmest op het land, dan sproeien we om de zes tot tien dagen (met chemische middelen) om te voorkomen dat er ziektes in komen.”

Sproeien gebeurt in vele gevallen preventief en consequent. De hoeveelheid en de frequentie liggen over het algemeen hoger dan de voorgeschreven norm, die nauwelijks in acht genomen wordt. Het almaar groeiende gebruik van chemische producten levert bewijs voor de resistentie en langzame uitputting van de aarde.

Daar komt bij dat de meeste boeren niet meer hebben dan een klein perceel, dat door overerving in de familie blijft. “Ik heb niet zoveel land, dus ik moet er voor zorgen zoveel mogelijk oogsten van het land te krijgen”, verklaard Juan Siquiná (58), terwijl hij bezig is verschillende chemische middelen te mengen met water om zijn land mee te besproeien. Door de veelal grote families blijft iedereen met een steeds kleiner stukje grond over. Anderen zijn zelf geen eigenaar maar huren een stukje grond om op te kunnen verbouwen. Weer anderen werken als dagloner om de oogst voor een landeigenaar te bewerken.


Iedereen in deze keten, van marktkoopman, loopjongen, vrachtwagenchauffeur tot de boer op het land is afhankelijk van de oogst en daarmee van de agrochemische producten die de oogsten mogelijk maken. De optie om over te stappen naar een organische manier van produceren voor de eigen gemeenschap is voor velen gewoonweg niet haalbaar, omdat het land dan jaren braak moet liggen om te herstellen van het gebruik van de bemesting- en bestrijdingsmiddelen. De mensen hebben niet de economische middelen om de tijd te overbruggen. Het dorp zit daarmee vast in de greep van de agrochemische industrie.

“Ik heb hard gewerkt om mijn eigen leven op te bouwen, nu ik een gezin heb en de opbrengsten laag zijn denk ik er aan om naar de Verenigde Staten te vertrekken”, legt Lorenzo Cotocal (33) uit. Met de hoge kosten en lage opbrengsten voor de oogst zien mensen zich gevangen in een net waar ze niet uit lijken te kunnen ontsnappen, waarbij sommigen een uitweg zien in een vertrek als arbeidsmigrant naar Amerika.

Michael Rhebergen
Lees meer van deze auteur >

Reacties