Landbouwbedrijf wordt hippe stokerij

03-12-2013 Bron: OneWorld
hop – 

De jeneverindustrie zit in zwaar weer. De Nederlandse borrel heeft een oubollig imago, en verzuipt in de strijd tegen whisky en wodka. In de afgelopen vijf jaar daalde de consumptie van binnenlands gedistilleerd met ruim 26 procent. Geheel tegen deze trend in begon Lisanne Benus (24) in 2009 Kalkwijck Distillers. Met succes. De jongste distillateur van Nederland maakt in het Overijsselse Vroomshoop smaakvolle likeuren en jenevers die wél goed verkopen. Haar geheim? Duurzame gerst van eigen land, een ambachtelijk productieproces, en een exceptionele neus.

“Eigenlijk was het een logische stap om zelf drank te gaan maken” licht Lisanne haar opmerkelijke carrièrekeuze toe – ze is niet alleen de jongste distillateur van Nederland, ze is ook de enige vrouw die jenever stookt. De jonge vlotte Twentse stamt uit een oud geslacht van graantelers, dat tweehonderd jaar geleden teruggaat. Sinds 1904 is het landbouwbedrijf van de familie Benus gevestigd in de statige Groninger boerderij 'Pertjatja' (Maleis voor 'geloven', of 'het is goed') in het kleine dorpje Vroomshoop. Toen haar opa overleed, besloot ze samen met haar vader Bert om het familiebedrijf een nieuwe wending te geven. “Mijn vader en ik dachten: 'We verbouwen al zolang brouwgerst, waarom zouden we dat niet zelf gaan verwerken?'”

Kalkwijck1

Op haar achttiende liep Lisanne stage in een slijterij om te kijken of de alcohol haar lag. Daar viel ze voor de drank, zoals ze het zelf met een knipoog zegt. Bovendien kwam ze erachter dat ze bijzonder goed kan ruiken. “Dat is van onschatbare waarde als distilleerder,” zegt ze. “Mijn neus is het essentiële onderdeel van het bedrijf.” Bij stokers in het buitenland leerde ze het vak. In 2009 richtte ze Kalkwijck Distillers op met een heldere bedrijfsvisie: het maken van ambachtelijke, duurzame alcoholproducten van korrel tot borrel.

Die korrel wordt door haar vader Bert (50) verbouwd op de 30 hectare grond rondom de boerderij, en daarmee is Kalkwijck Distillers het enige bedrijf in Nederland dat zelf graan verbouwt én distilleert. Van de ruim 80 ton per jaar die hij ophaalt gaat tien ton naar zijn dochter. De boer is continu zoekende naar een manier van verbouwen die zo goed mogelijk is voor de bodemstructuur, en tegelijkertijd een constante opbrengst van hoge kwaliteit garandeert. Biologische teelt valt voor hun grond helaas af, legt Bert uit. “We verwachten dat we dan slechts de helft van de opbrengst halen, met een gewas van veel mindere kwaliteit.” In plaats daarvan richt hij zich op een zo duurzaam mogelijke landbouw: alleen spuiten als het echt niet anders kan, geen zware machines op het land, geen kunstmest en afwisselende gewassen op het perceel om de grond tot rust te laten komen. “Uiteindelijk,” zegt Bert, “ben ik rentmeester van dit land, geen eigenaar. Je kunt je bedrijf niet meenemen als je dood bent. Het is mijn taak om het land goed te verzorgen voor de komende generaties.”

Kalkwijck6

Met dezelfde zorg tovert Lisanne de graan om tot een smakelijke borrel. Waar de meeste jevenerstokers in Nederland de basisalcohol inkopen van en alleen het eindproduct maken, houdt Lisanne bij vrijwel het gehele productieproces de touwtjes ferm in handen. Het graan verlaat alleen de boerderij om gemalen te worden in de 150 jaar oude Leenmansmolen in het naburige Vriezenveen. Branden, distilleren, flessen vullen, verkopen; Lisanne doet het allemaal zelf vanuit het oude achterhuis van de boerderij van haar voorouders. Zo blijft de productieketen klein, en wordt de ecologische voetafdruk tot het minimum beperkt.

Haar assortiment bestaat momenteel uit verschillende likeuren en jenevers. Het populairst is de Kozakkenrutter, een zachte kruidenlikeur naar oud Vriezenveens recept. Ook maakt ze een exclusieve koffielikeur voor sterrenrestaurant De Bloembeek. En dan is er natuurlijk de authentieke graanjenever. “Proef maar,” zegt ze, terwijl ze een glas voorhoudt. “Dit is eigenlijk blanke whisky.” De kruidige jenever vol bloemige graantonen is mijlenver verwijderd van de geur- en smaakloze jenever van de grootgrutter.

De volgende stap is het maken van gelagerde producten. In het magazijn liggen grote eikenhouten vaten met korenwijn en, jawel, Twentse whisky te rijpen. In juni mag de korenwijn in de fles, en over twee jaar weet Lisanne pas of de whisky de smaak heeft die ze voor ogen heeft. Het distillaat moet minstens drie jaar op het vat liggen om whisky te mogen heten. “Maar,” vertrouwt ze ons toe, “als ik hem niet goed genoeg vindt laat ik hem nog een jaartje liggen.”

Kalkwijck4

Want kwaliteit is de belangrijkste graadmeter van de kritische meesterdistillateur. En dat is precies wat de grote jeneverstokers lang uit het oog hebben verloren, denkt ze. De grote jongens hebben zich decennialang gericht op het produceren van een zo goedkoop mogelijke borrel, in plaats van smaakvolle jenever. Gelukkig ziet ze dat diverse collega's zich ook toeleggen op bijzondere jenevers van hoge kwaliteit. “Ambachtelijke stokerijen zoals Van Wees in Amsterdam en Zuidam maken mooie jenevers van oude receptuur, zoals roggejenevers en oude korenwijnen.”

Zelf verkoopt ze vooral in Overijssel, in exclusieve horecabedrijven en lokale bedrijven, maar ook vanuit haar eigen slijterij. Wekelijks kunnen nieuwsgierige bezoekers een kijkje achter de schermen nemen, en de jenevers en likeuren in het monumentale pand proeven. De zaken gaan boven verwachting goed, maar bij de Mitra of de Gall & Gall zul je haar jenevers niet snel tegenkomen, zegt ze stellig. “Ik wil geen massa-product worden.” In plaats daarvan gaat ze bewust op zoek naar partners die met dezelfde liefde en passie werken als zij. Zoals de vijf ambachtelijke bierbrouwers, waarmee zij en haar vader recentelijk de handen ineen sloegen. Zij zullen voortaan de resterende gerst van het landbouwbedrijf afnemen die eerder naar een grote commerciële bierbrouwer ging. Zo werkt de jonge Twentse gestaag verder aan waar haar hart ligt: pure, 'echte' producten maken van hoge kwaliteit, waar smaak, liefde en een verhaal achter zit.

Reacties