Duurzaamheid is niet zwart-wit: zes voedseldilemma's

20-02-2017
Door: Zita Veugen
Bron: OneWorld
Foto: De Gewilde Keuken
Interview – 

Duurzaam voedsel is zo zwart-wit nog niet. OneWorld legt zes dilemma's voor aan Groene Avonturen-blogger Marin Leus, vegetarische slager Jaap Korteweg en veganistische chefkok Jantien van der Meer.

Dilemma 1: de voedselsector van binnenuit veranderen of je eigen pad kiezen? 


Marin Leus, Groene Avonturen:
“Als je als individu iets in de wereld wilt veranderen, is het lastig om bij grote bedrijven te beginnen. Gelukkig zet je al een eerste stap wanneer je op een andere manier gaat leven. Het leven is wat dat betreft maakbaar. ‘Be the change you want to see in the world' (Mahatma Gandhi). Ik wilde mijn invloed nog wat vergroten, daarom ben ik met mijn blog begonnen. Nu probeer ik steeds groener te gaan leven - van de verwarming omlaag tot lokaal voedsel eten - en daarover te schrijven. Bepaalde beslissingen lijken misschien extreem, ik vlieg bijvoorbeeld niet meer, maar door verhalen te delen en toegankelijker te maken, merk ik dat het vanzelf normaler wordt. De ene levensstijl lijkt misschien enorm van de andere te verschillen, maar daartussen zitten gewoon kleine stapjes.” 

Jantien van der Meer, De Gewilde Keuken: 

"Ik geloof zeker dat grote bedrijven een groener beleid moeten gaan voeren en duurzaamheid doet er steeds vaker zichtbaar toe voor bedrijven. Maar ik geloof ook dat een betere wereld bij jezelf begint. 'Never doubt that a small group of thoughtful committed citizens can change the world, indeed it’s the only thing that ever has' (Margaret Mead). In een grote organisatie kan een betrokken en idealistische werknemer weinig veranderen, als de hoogste bestuurslagen niet meewerken. Die hebben vaak heel andere belangen: ze zitten ook in andere besturen, waar ze nog weer andere belangen hebben, en willen niet af van hun hoge salaris.
Daarom ben ik zelfstandig ondernemer geworden en heb ik nu een eigen bedrijfje. Alles wat ik maak of waar ik een recept voor bedenk, is veganistisch, want daar geloof ik in. Via mijn eten probeer ik anderen te inspireren om vaker plantaardig te eten en hun ogen te openen voor dierenleed, milieuproblematiek en eerlijke handel.
Als ik aan jou vraag: 'wil jij je hond braden?', dan vind je dat een gek idee. Maar bij een varken reageer je niet zo, dus kennelijk maak je onderscheid. Ik wil mensen de ogen openen voor deze gedachtengang. In mijn blogs vertel ik daarover en geef ik diervriendelijke alternatieven, bijvoorbeeld voor wijn of voor kaas."

Jaap Korteweg, De Vegetarische Slager:
“Wij maken plantaardig vlees en daarbij werken we bijvoorbeeld samen met Unox en Unilever. Het heeft geen zin de voedselproducenten op te roepen zelf met plantaardig vlees aan de gang te gaan, we zijn dat zelf gaan doen en hebben daar een directe markt voor gevonden bij de consumenten, die dat waarderen. Zo stimuleren we voedselproducenten via een u-bocht om zelf ook meer plantaardig te gaan produceren, omdat ze zien dat het succesvol is." 

Jaap Korteweg. Foto: Bart Homburg


Dilemma 2: met vleeseters naar een vegetarisch restaurant of naar een 'gewoon' restaurant?

Marin Leus:
"Het liefst eet ik in een vegetarisch of veganistisch restaurant, omdat je zo aan vleeseters laat zien hoe lekker een plantaardige maaltijd kan zijn. Het is niet zo dat ik vlees op het menu boycot, maar vegetarisch eten in een gespecialiseerd restaurant is veel lekkerder en gaat verder dan de standaard geitenkaassalade. Het is juist leuk om te zien hoe creatief je kunt zijn met groenten en plantaardige of vegetarische ingrediënten." 

Jaap Korteweg:
"Ik zou in een vegetarisch restaurant gaan eten. Ik vind het natuurlijk geweldig om vleeseters te laten kennismaken met ontwikkelingen op het gebied van plantaardig eten, en ze te laten ervaren hoe smaakvol dat is."

Jantien van der Meer:
"Ik zie geen stuk vlees op een bord liggen, maar een dier dat veel pijn heeft gehad – tot en met de slacht. Dus ik ben liefst in een 100 procent vegetarisch of veganistisch restaurant, al vind ik het ook belangrijk dat er in reguliere restaurants en horeca meer alternatieven komen. En dan is het natuurlijk wel belangrijk dat mensen die plantaardig willen eten ook reguliere horeca bezoeken. Hoe meer vraag, hoe meer aanbod!"

Marin Leus. Foto: Thomas Nondh Jansen 

Dilemma 3: sojaburger of insectenburger?

Marin Leus:
"Doe mij maar een sojaburger, mits regenwoudkapvrij! Een groot deel van de kap van regenwouden is voor de sojateelt voor de vleesindustrie. Voor een sojaburger zelf heb je veel minder soja nodig. Sojabonen kunnen trouwens ook gewoon in Europa worden geteeld, of in je eigen moestuin."

Jaap Korteweg:
"Ik ga voor de sojaburger. Zo'n insectenburger is natuurlijk niet vegetarisch. Dus blijf je plantaardig materiaal omzetten naar dierlijk, terwijl je in de burger het plantaardige materiaal direct verwerkt. Dat is het meest efficiënt, en ook het meest diervriendelijk. Daarnaast is het goed om ook andere eiwitbronnen te gebruiken, zoals erwten, tarwe en lupine."

Jantien van der Meer:
"De insectenburger is voor mij alleen maar een verplaatsing van het probleem. In plaats van te stóppen met het eten van dieren, zouden we ándere dieren gaan eten. Terwijl die ook weer gevoed en gefokt moeten worden. Een sojaburger kun je duurzaam telen."

Dilemma 4: biologisch of fairtrade?

Marin Leus:
"Met fairtrade heb ik nu weinig te maken, omdat ik zoveel mogelijk voedsel eet dat lokaal geteeld is. Ik wil weten wie het gezicht is achter mijn eten. Voedsel is zo anoniem - als je naar een supermarkt gaat, heb je geen idee hoeveel mensen het in hun handen hebben gehad. Nu probeer ik de boeren te ontmoeten die mijn eten maken. Voor mij gaat fairtrade vooral over 'ver weg' en over de mensen die voor dat verre bedrijf werken. Eigenlijk zou biologisch ook ‘eerlijk’ moeten zijn. Als je weet wie de boer is achter je eten, dan zie je meteen met hoeveel liefde het wordt geteeld en dat er niet wordt geleden."

Jaap Korteweg:
"Beide zijn belangrijk, eten moet biologisch én fairtrade zijn. Ik kan daar geen keuze tussen maken omdat het om de combinatie gaat. Aandacht voor het milieu, en voor de sociale aspecten: een goede en eerlijke beloning - dat hoort voor mij bij elkaar."

Jantien van der Meer: 
"In mijn ogen gaan biologisch en fairtrade hand in hand. Als je níet biologisch verbouwt, is er altijd iets in de natuur dat tekort wordt gedaan - denk aan vervuiling van water of verdroging, verarming of uitputting van grond. Doordat mensen goedkoop boodschappen willen doen, zijn de boer en de grond de dupe. De boer kan de grond niet tot rust laten komen door er andere gewassen op te verbouwen, of kan niet werken met natuurlijke bestrijdingsmiddelen, omdat ze te duur zijn. Hij moet een enorme productie leveren, omdat de supermarkt anders op zoek gaat naar een boer die goedkoper levert."

Jantien van der Meer. Foto: De Gewilde Keuken

Dilemma 5: gezond of milieuvriendelijk?

Marin Leus:
"Omdat ik nu vooral lokaal voedsel eet, hangt het met elkaar samen. Groente, fruit, peulvruchten en noten eet ik uit de buurt. Die producten zijn gezond en worden milieuvriendelijk geteeld door boeren in de omgeving. Als ik twijfel of het productieproces milieuvriendelijk is, of het is niet transparant, koop ik het liever niet. Dan kies ik voor een product dat van iets verder weg komt, waar ik een gezicht bij heb en waar ik een goed gevoel over heb. Zo zijn er Europese familiebedrijfjes die biologisch-dynamisch suiker verbouwen, dat koop ik liever dan de suiker van een multinational."

Jaap Korteweg: 
"Beide, ik kan daar geen keuze in maken. Als je me echt verplicht om te kiezen, denk ik eerst aan gezondheid."

Jantien van der Meer: 
"Wat mij betreft is gezond ook milieuvriendelijk. Denk maar aan de grond en de planten die daarin groeien. Gewassen die op gezonde aarde groeien, zijn rijk aan voedingsstoffen en mineralen en  brengen vruchten voort die ook boordevol voedingsstoffen zitten. Zo zat er bijvoorbeeld van oudsher veel selenium in noten, zaden en asperges. Door milieuvervuiling is de grond armer geworden aan mineralen, wat doorwerkt in de plant: er zit bijna geen selenium meer in. De smaak wordt ook minder. Kortom: gezond is ook duurzaam."
 

Dilemma 6: boodschappen doen in de supermarkt of op de markt?

Marin Leus:
"De supermarkt vermijd ik zoveel mogelijk. Ik probeer ook met zo min mogelijk afval te leven, en dat is een stuk lastiger met producten uit de supermarkt. In Groningen heb je bijvoorbeeld De Stadsakker, waar je met je eigen verpakking je eten haalt."

Jaap Korteweg:
"Supermarkten hebben een goede functie, en die is onvermijdelijk. Wij eten natuurlijk toch producten die van over de hele wereld komen, zoals exotisch fruit en groente. Ik ben er erg blij mee dat we niet de hele winter kool hoeven te eten. Lokale markten hebben weer een hele andere functie. Die vermarkten producten uit de omgeving en maken ze bereikbaar. Ze kunnen prima naast elkaar bestaan."

Jantien van der Meer: 
"Ik ga zelf het liefst naar een biologische markt of winkel, dan koop ik rechtstreeks van boeren. Daar heb ik ook meer geld voor over. Ik doe dan weer andere dingen niet: ik ga niet meer zo vaak op vakantie, koop bijna geen kleren meer en kijk geen televisie. Dus ik heb een ander uitgavenpatroon. Maar als de vraag naar groene en biologische producten toeneemt, zal een supermarktmanager het assortiment uitbreiden om er ook geld aan te verdienen. Zo werkt dat nu eenmaal.”

Reacties