Deze stadsoase helpt mensen aan een nieuw bestaan

28-01-2016
Door: Carla Vriend
Bron: OneWorld
Deelnemer Doede aan 50|50 Green
Deelnemer Doede bij moestuin 50|50 Green. Foto's: Tina Westphal
Reportage – 

In de biologische moestuin 50|50 Green groeien meer dan 100 soorten groenten, kruiden en klein fruit voor de buurt en lokale commercie. Deze groene oase helpt allerlei soorten mensen aan een nieuw bestaan. “Het gaat hier om duurzaam tuinieren met kwetsbare mensen en kwetsbare groenten.”

Wij dopten vroeger onze eigen boontjes. Als mijn vader thuis kwam met een voorraadje kapucijners, doperwten, snij- of sperziebonen, moesten mijn moeder, jongere zus en ik snel zorgen dat ze in de vriezer kwamen. Afgelopen zomer was ik na 35 jaar weer op de plek waar mijn vader jarenlang schooltuinleider was.

Het terrein van 50|50 Green ligt tussen de drukke Klaprozenweg en woonbuurt Floradorp in Amsterdam-Noord. Het noordelijke deel, zo’n twee derde van de totale groenstrook, is sinds zijn ontstaan in 1959 schooltuin gebleven. Mijn vader Co Vriend (75) maakte hier gedurende 24 jaar duizenden stadskinderen vertrouwd met de natuur. “De kinderen vonden het leuk, ze waren lekker buiten bezig.”

Bij 50|50 Green, het zuidelijke deel van de groenstrook, vind je meer dan 100 soorten groenten, kruiden, klein fruit en eetbare bloemen in de kleine winkel, de grote glazen kas, twee tunnelkassen en buiten op het land. Alles biologisch bewerkt, zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Wat wanneer leverbaar is, is afhankelijk van het seizoen, van het weer en de eetlust van langs komende konijnen, egels, vogels, slakken en ander klein ‘ongedierte’, de toewijding en het geduld van de mensen die op de tuin werken, plus een scheutje geluk.

Kersvers geoogst

Edwin (44) loopt voor me uit het land op met een blauwe krat en een groot mes. “Welke soort snijbiet wil je?” Hij wijst aan, bukt en snijdt voor mij de mooiste bladeren van de planten. Verderop wil hij weten of ik van kleine rode bietjes hou of juist van de wat grotere. “Doe maar van allebei wat”, zeg ik en denk terug aan die keren dat ik hier als kind tijdens de zomervakanties onbeperkt aardbeien mocht plukken en opeten. Als het krat vol ligt, lopen we naar de winkel aan het begin van het terrein. Daar betaal ik contant de kersvers geoogste biologische groenten. Pinnen kan hier niet.


Deelnemers Edmon, Ray, Willem en Marianne, met coördinator Henk in één van de twee tunnelkassen. 

Bij 50|50 Green werkt een boeiende mix van mensen: één coördinator in dienst van het Leger des Heils, zo’n 25 deelnemers die hier komen voor dagbesteding, een handvol vrijwilligers en een net afgestudeerde trainee. De coördinator is hier elke dag. De deelnemers, vrijwilligers en trainee komen gemiddeld twee dagen per week, variërend van een halve dag tot – een enkeling – vijf dagen per week. Allemaal met hun eigen levensgeschiedenis, deskundigheid,enthousiasme, zorgen, wensen en toekomstdromen.

De meeste deelnemers, waar Edwin er één van is, hebben een uitkering, geen voltooide schoolopleiding, zijn ooit of vaker dakloos geweest, hebben het fysiek of mentaal moeilijk (gehad), beschikken over een haat-liefdeverhouding met alcohol en/of drugs en kregen eerder een zogeheten OGGZ-indicatie (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg). Een enkeling is ‘bankhopper’; de meesten verblijven in één of andere vorm van ‘begeleid wonen’. Verwijzers zijn onder meer de GGZ, het Leger des Heils, HVO Querido, Justitie en DWI, Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam.

Eindeloos geduld

De weken na mijn eerste bezoek aan 50|50 Green zie ik deelnemer Marianne (49) telkens aan het werk in één van de twee tunnelkassen. Daar schraapt ze met een werkhandschoen, zittend voor een heel lange tafel, met eindeloos geduld de vastgeplakte aarde van net geoogste aardappels. De door haar schoongemaakte exemplaren verhuizen in kratten naar de moestuinwinkel. Klaar voor de verkoop. “Ik doe dit werk het liefst alleen. Zo kan ik het op mijn eigen manier doen, in mijn eigen tempo. Als ik onder te grote druk kom te staan, heb ik een vergrote kans op een epilepsieaanval.”

Deelnemer Doede (65) is juist graag buiten aan het werk. De tengere man heeft vanwege zijn lichtgevoelige ogen altijd een zonnebril op. Een gebit draagt hij niet, omdat die bij een epilepsieaanval een keer in zijn keel is geschoten. Hij loopt moeizaam vanwege gevoelige voetzolen, poreuze botten en een pijnlijke kunstknie. Toch komt hij elke dag vanuit het aangrenzende Noorderburgh Meerzorg, een gebouw van het Leger des Heils voor 24-uurs maatschappelijke opvang, met zijn rugzakje naar de moestuin. “De weekenden duren mij veel te lang.”

Wie kopen bij 50|50 Green Amsterdam-Noord?

 

Roald Fekken (35), bewoner uit Amsterdam-Noord: “Wij eten thuis biologisch. Ik vind deze moestuin een fantastisch initiatief. Hier komen, is veel leuker dan naar de winkel gaan. Ze halen het ter plekke voor je van het land en vertellen erover. Verser kan niet. Op je bord is het echt een eetbeleving, een soort smaakexplosie.”

 

 

 

Pieter de Jager (28), eigenaar biologische speciaalzaak Without Worries, Kamperfoelieweg 166 in Noord: “Sinds juli koop ik een deel van de groenten voor mijn winkel in bij 50|50 Green. Ik vind het een super leuk project van het Leger des Heils, ze verbouwen biologisch, het zit hier vlakbij in de buurt en ze komen de spullen brengen op de fiets. Mooi toch?”

 

 

 

Clint Kepser (21), kok bij Café de Ceuvel, Korte Papaverweg 4 in Noord: “Voor onze vegetarische keuken werken we samen met zo’n 15 leveranciers vooral uit Noord-Holland. Bijna om de twee dagen bestel ik bij 50|50 Green een paar kratten groenten, net wat ze hebben. Ze leveren mooie producten. Je proeft echt dat het beter is dan de groente die voor de massa wordt gekweekt.”

 


Vrijwilliger Karen van de Brand (55) zet voor ons een kopje kruidenthee van verse munt, salie en stevia die ze zojuist buiten heeft geplukt. “Tijdens mijn werk als grafisch vormgever en ontwerper openbare ruimte voelde ik steeds sterker de behoefte om van Amsterdam een eetbare stad te maken. Ik heb me geschoold in biologisch dynamische (stads)landbouw en in permacultuur, werd vrijwilliger voor Eetbaar Amsterdam en heb een paar mooie projecten gedaan. Sinds maart loop ik hier drie dagen per week stage en doe fantastische ervaring op.”

Eigen verantwoordelijkheid

De coördinatie van wat er allemaal op de tuin gebeurt, is in handen van Henk Blokhuis (60). Hij werkt bij het Leger des Heils en heeft een boeiende achtergrond als gediplomeerd hovenier, creatief therapeut, psychiatrisch verpleegkundige én mediator. Plus een moderne opvatting over leidinggeven: “Mijn begeleidingsstrategie is uitdagen in plaats van duwen. Ik hoef niet de baas uit te hangen. Het gaat hier om duurzaam tuinieren met kwetsbare mensen en kwetsbare groenten. Iedereen hier is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen project.”

Hoe gaat dat dan, de projecten verdelen? Henk: “Als ze een paar keer hebben meegelopen en besluiten te blijven, vraag ik waar ze verantwoordelijk voor willen zijn. Als ze zien dat slakken ‘hun’ sla opeten, vraag ik hoe we dat kunnen oplossen. Alle ideeën zijn welkom, zolang ze passen bij biologisch tuinieren. Een regulier bedrijf zou slakkenkorrels strooien, wij gaan bijvoorbeeld elke morgen vóór de koffie slakken vangen.”

Henk is arbeidsbegeleider van in totaal zo’n 25 deelnemers die vaak langere tijd geen regulier werk meer hebben gedaan, weinig structuur hebben in hun leven, kampen met problemen en (nog) in meer of mindere mate verslaafd zijn aan een of ander. “Soms zitten ze zo in zak en as, dat een gesprek nodig is. Maar we moeten hier geen therapiegroep worden. Zij hebben een batterij mensen om zich heen staan, zoals woonbegeleiders, maatschappelijk werkers, klantmanagers, trajectbegeleiders en jobcoaches. Ik ben er voor de tuin en hun werk op de tuin.”

Terwijl wij zitten te praten, is het in zijn kantoorruimte in het houten gebouw met personeelskantine, kleedkamers en toiletten, een komen en gaan van deelnemers die iets vragen, iets pakken, iets roepen of een sigaret bietsen. Henk blijft in alle hectiek de rust zelve. “Ik hou van deze reuring.”

Lekker buiten bezig

Deelnemer Ray (34), altijd tiptop gekleed, zit met een collega-deelnemer op een bankje achter in de moestuin en rookt een sigaret. De kleine op zijn smartphone aangesloten gettoblaster produceert een flink volume. “Even pauze houden hoor, we hebben net flink staan schoffelen. Ik werk hier vanaf het begin, toen de tuin nog vol stond met boomstronken van de heesterkwekerij die hier zat. Die stronken hebben we er één voor één uitgehaald. Ik heb het naar mijn zin, kom zo vaak mogelijk. Je bent lekker buiten bezig. Ondertussen denk ik na over de stappen die ik kan maken.”

Sanne Koemeester doet als trainee onderzoek naar de verbinding van het project met de buurt. Coördinator Henk is blij met het project van de trainee. “De deelnemers van 50|50 Green willen nog wel eens flink ruziemaken en harde muziek draaien. Ik heb de bewoners van de woningen die aan onze tuin grenzen gelukkig nog nooit horen klagen. Sommigen komen hier groente halen, bij anderen doen we tuinonderhoud. We onderhouden de borders van het schooltuincomplex en gebruiken de poep van de kinderboerderij als mest. We hebben een aantal fijne bedrijven in Noord als klant. Ik zou het mooi vinden als het ons lukt om onze buurtbinding te versterken.”

De deelnemers hebben ondertussen hun eigen dromen. Zo willen Edwin en Ray graag een opleiding doen en verder komen in het leven en “huisje, boompje, beestje”.  Marianne spaart voor een korte reis naar IJsland vanwege het Noorderlicht.  Doede verlangt naar meer en echt contact met mensen voordat hij “met een schoon lichaam en reine geest deze wereld verlaat”.

Carla Vriend

Carla Vriend (1964) woont in Amsterdam-Noord, werkt bij de gemeente Almere...

Lees meer van deze auteur >

Reacties