Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Vakbonden hebben een enorme doorbraak bereikt in het afdwingen van de verantwoordelijkheid van internationaal opererende kledingbedrijven. Nadat ze een merk voor de rechter daagden wegens het niet verhelpen van levensbedreigende gevaren in hun fabrieken, koos het bedrijf eieren voor zijn geld.

Via een schikking zijn ze overeengekomen om 2 miljoen dollar te betalen om de veiligheid in hun fabrieken op orde te maken. Nog eens 300.000 dollar gaat naar de vakbonden, die de problemen hebben aangekaart, ter ondersteuning van hun werk. Het is een van de grootste schikkingen die ooit is gedaan door een kledingmerk om de gevaren in haar toeleveringsketen op te lossen.

Voor de rechter gesleept

De vakbonden IndustriALL Global Union en UNI Global Union begonnen de zaak in 2016 bij het Arbitragehof in Den Haag. Ze sleepten het kledingbedrijf voor de rechter vanwege nalatigheid. Zo deed het merk (dat nergens bij naam genoemd wordt) volgens de vakbonden te weinig om de gevaren in hun 150 fabrieken tijdig te verhelpen, waardoor duizenden werknemers gevaar liepen.

Bovendien zorgde het merk er niet voor dat de fabrieken over voldoende financiële middelen beschikten om renovaties door te voeren en veiligheidsproblemen op te lossen.

Hiermee schond het bedrijf de afspraken van het Bangladesh Akkoord. Dit juridisch bindende akkoord werd in 2013 ingesteld, in de nasleep van de grootste en dodelijkste fabrieksramp in de geschiedenis van de kledingindustrie: Rana Plaza, waarbij 1135 mensen omkwamen.

Bangladesh Fire and Safety Accord

In de jaren voor Rana Plaza waren al honderden mensen omgekomen bij verschillende fabrieksbranden. Fabrieken in Bangladesh zijn structureel onveilig, werd geconstateerd. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen, kwam het Bangladesh Akkoord van de grond, gericht op het verbeteren van de brand- en bouwveiligheid.

Het akkoord dekt momenteel 2,5 miljoen werknemers in de kledingindustrie van Bangladesh. Het is de eerste overeenkomst met een juridisch bindend mandaat waarbij modemerken verplicht zijn van hun aannemers te eisen dat ze brand-, bouwkundige en elektrische veiligheidsproblemen oplossen.

In totaal ondertekenden 200 kledingmerken het akkoord, waaronder Adidas, C&A en H&M. Sinds 2014 zijn ruim 1600 productielocaties van de aangesloten merken gecontroleerd.

Ernstige veiligheidsproblemen

Toen de zaak in oktober 2016 werd ingediend door IndustriALL Global Union en UNI Global Union, had geen van de leveranciersfabrieken van het merk de vereiste saneringen voltooid. In elke fabriek werd minstens één serieus veiligheidsrisico gevonden dat niet was opgelost. Denk aan het niet aanwezig zijn van branddeuren, nooduitgangen of sprinklerinstallaties.

Na de arbitrageclaim hebben een aantal gecontracteerde fabrieken van het merk actie ondernomen. Veel fabrieken bleven echter ver achter met het doorvoeren van verbeteringen; ze kampten met ernstige structurele- en brandveiligheidsproblemen.

Reacties

Dat er nu een schikking is bereikt van 2,3 miljoen dollar, is een doorbraak. De algemeen secretaris van IndustriALL, Valter Sanches, liet weten:

“Deze schikking laat zien dat het Bangladesh-akkoord werkt. Het bewijst dat multinationale ondernemingen via juridisch bindende mechanismen ter verantwoording kunnen worden geroepen. We zijn blij dat het merk in kwestie nu zijn verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn leveranciersfabrieken in Bangladesh serieus neemt. Hun financiële verplichting wordt een voorbeeld voor andere merken.”

We zullen druk blijven uitoefenen om te zorgen dat alle merken hun steentje bijdragen om het werk veiliger te maken in Bangladesh

Christy Hoffman, adjunct-secretaris-generaal van UNI Global Union, verklaarde:

“Onder het akkoord moeten merken een deel van de financiële verantwoordelijkheid dragen voor het repareren van de Bengalese fabrieken die hun producten vervaardigen, en deze schikking laat zien dat we als vakbonden scherp toezien op de naleving van dit akkoord.”

“De schikking stelt meer dan 150 fabrieken in staat om eindelijk allerlei reparaties uit te voeren die jaren geleden al nodig waren. We zullen druk blijven uitoefenen om te zorgen dat alle merken hun steentje bijdragen om het werk veiliger te maken in Bangladesh.”

Strikte geheimhoudingsplicht

In 2016 sleepten IndustriALL en UNI nog een tweede kledingmerk voor het Arbitragehof in Den Haag, ook vanwege nalatigheid. In december 2017 werd hierover een overeenkomst bereikt met het merk. Deze viel onder een nog striktere geheimhoudingsplicht; zelfs het bedrag van de schikking werd niet openbaar gemaakt.

Schone Kleren Campagne, de organisatie die opkomt voor de rechten van textielarbeiders, is blij met de uitkomst. “Toch is het natuurlijk te erg voor woorden dat bedrijven niet uit zichzelf verantwoordelijkheid nemen en op deze manier daartoe gedwongen moet worden”, laat Tara Scally weten. “Dit laat duidelijk zien dat juridisch bindende afspraken noodzakelijk én effectief zijn.”

Ondertussen is ingestemd met een verlenging van het Bangladesh Akkoord. Waar het akkoord in eerste instantie in mei 2018 zou aflopen, is dat nu mei 2021. Bijna zestig merken, waaronder Primark, Inditex (Zara) en Hugo Boss hebben hun handtekening eronder gezet. Scally wijst erop dat nog maar weinig Nederlandse merken meedoen. “Zij moeten vaart maken met de ondertekening ervan.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
emydemkes2

Emy Demkes

Redacteur fair fashion

Emy Demkes is freelance journalist en schrijft voornamelijk over de achtergronden van onze kleding. Van de arbeidsomstandigheden in …
Profielpagina