Europese Unie mist visie op ontwikkelingssamenwerking

22-11-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: doris

De negen lezingen in het SID-cyclus ‘Europa en het Zuiden: Wereldspeler buitenspel?’ werden maandag afgesloten en samengevat door prof. Louk de la Rive Box.

Eerder gaven onder andere eurocommissaris van Ontwikkelingssamenwerking Poul Nielsen, Jo Ritzen van de Wereldbank en Europarlementariër Max van den Berg hun mening over de vraag: staat de EU opgesteld als wereldteam of zit het op de reservebank?

Claire Short, de Britse minister voor Ontwikkelingssamenwerking (OS), zei vorig jaar dat de EU geen team is. Sterker: de EU heeft een onaanvaardbaar gebrek aan visie, beleid en organisatie op ontwikkelingsgebied. Samen met de OS-ministers van Noorwegen, Nederland en Duitsland (de zogeheten ‘Utstein-dames’) maakt ze zich sterk om tot een eenduidiger beleid te komen.

Daarna gooide eurocommissaris van Ontwikkelingssamenwerking Poul Nielson olie op het vuur. Europa heeft een slecht beleid, zei hij in zijn SID-lezing, en daar moet iets aan gedaan worden. De kritiek van Nielson werd in Brussel gezien als een regelrechte aanval op de ambtenaren binnen zijn departement.

Eenduidig is het Europese beleid nog geenszins, vond ook De la Rive Box, hoogleraar Europese Internationale Samenwerking aan de Universiteit van Maastricht. De lidstaten van de EU staan zo’n beleid vooralsnog in de weg, aldus Box. Europa mist een heldere strategie.

Er is geld, maar weinig visie
Een heikel punt is het Europese antwoord op de Washington-consensus – het ontwikkelingsdenken dat markthervormingen zoals privatisering, deregulering en vrije handel voorstaat. Jo Ritzen van de Wereldbank vroeg zich af wat nu eigenlijk de Brusselse consensus is. Is dat ownership, goed bestuur en goed beleid – de nieuwe magische woorden in de ontwikkelingswereld? Ritzen concludeert dat er veel geld is, maar weinig visie.

Eensgezindheid in ontwikkelingssamenwerking is nu, in het jaar 2000, extra belangrijk, hield Box zijn gehoor voor. ‘Wereldspeler’ Europa moet op internationaal niveau de nodige onderhandelingen voeren, en dan is een samenhangend beleid noodzakelijk. Een belangrijk verdrag is zojuist afgesloten (Cotonou), twee andere staan nog op stapel (vervolg op Seattle en Nice).

In Cotonou, Benin, vonden handelsonderhandelingen plaats tussen de EU en de 71 leden van de ACS (landen uit Afrika, Cariben en de Stille Oceaan). Het Verdrag van Cotonou - de opvolger van het verdrag van Lomé - kreeg de nodige kritiek te verduren van Carl Greenidge, de secretaris van de ACS.


In zijn SID-lezing zei Greenidge dat de EU met twee maten meet. Waarom wordt de Europese landbouw wel beschermd en die van de ACS-landen niet, vroeg hij zich af. En belangrijker: waarom wordt in het Verdrag van Cotonou de ACS-landen wel voorwaarden over goed bestuur opgelegd en de internationale gemeenschap niet? Een verdrag gaat uit van wederkerigheid en daar ontbreekt het in het ACS-verdrag aan.

Met oog op die wederkerigheid pleitte Loet Mennes in zijn lezing voor meer openheid van de EU. Als in het Verdrag staat dat de ACS-landen een macro-economische beleid moeten volgen dat gericht is op een open markt, dan zal de EU hetzelfde moeten doen. Daarbij moet de EU een open beleid voeren. Dus geen lijstjes met voorkeurslanden – alle landen moeten in aanmerking komen voor hulp.
Welk spel wordt er gespeeld?
De onderhandelingen na Seattle met de wereldhandelsorganisatie WTO zullen de EU op scherp moeten zetten, en tot een gezamenlijk beleid moeten bewegen. Hetzelfde geldt voor onderhandelingen over het Verdrag van Nice met als inzet de toetreding een aantal (Oost-Europese) landen tot de EU.

Box concludeerde dat de EU een wereldspeler is zonder eenduidige strategie. Henny Helmich, onderzoeker van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), had al eerder gezegd dat de EU in een nieuw stadion speelt zonder dat het publiek weet welk spel er gespeeld wordt.

Een van de aanbevelingen van Box luidde dat er meer druk – en desnoods dwang – moet worden uitgeoefend op de EU-staten. Een grote rol ziet hij weggelegd voor de civil society: de maatschappelijke organisaties, de pers, het publiek. De publieke opinie kan volgens Box maatregelen afdwingen.

Maar eerst moet het publiek weten welk spel de EU speelt. Pas dan kunnen de toeschouwers misschien wel enthousiaste supporters worden.

Society for International Development

Reacties