Europese auto-industrie loopt niet warm voor milieu

17-08-2007
Door: David Cronin
Bron: IPS

Kort na de zomerstop buigt de milieucommissie van de vergadering zich opnieuw over de uitlaatgassen. Sinds 1996 is het doel van de Europese Unie om het aandeel uitgestoten kooldioxide (CO2) van een auto terug te brengen naar 120 gram per kilometer (120g/km).
Ondanks groeiend wetenschappelijk bewijs dat de klimaatverandering dringend aangepakt moet worden, deed de commissie in juni de suggestie om de deadline voor die vermindering uit te stellen tot 2015. Dat is drie jaar later dan de deadline in het voorstel van een andere parlementaire commissie die zich met industriële zaken bezighoudt.
 
Hoewel de parlementariërs zich vaak willen profileren als voorvechters voor het milieu, zijn er ook die weinig schroom tonen om de standpunten van de auto-industrie te vertolken. Zo kent het parlement ook een 'Forum voor Auto en Samenleving', waarin vertegenwoordigers van diverse partijen zitten. Een van de meest actieve forumleden is de Duitse liberal Jorgo Chatzimarkakis. Hij wil de 120g/km-limiet juist afzwakken. "We zullen dit voorstel niet volledig ontmantelen, maar we willen het zodanig aanpassen dat zowel het klimaat als de auto-industrie er wel bij varen", zei hij eerder.
 
Vrijwilligheid 
 
Aan het begin van dit jaar boekten de autofabrikanten een aanzienlijke overwinning. De Europese Commissie, de uitvoerende tak van de EU, die in eerste instantie de 120g/km-limiet wettelijk bindend wilde maken, deed uiteindelijk de aanbeveling om de 120g/km-limiet op te trekken naar 130g/km. De 120g/km zou dan bereikt kunnen worden met aanvullende maatregelen, waar de industrie op vrijwillige basis aan mee zou kunnen doen.
 
De ommezwaai van de commissie kwam na een gezamenlijke campagne van DaimlerChrysler, BMW en Volkswagen. DaimlerChrysler voorspelde dat het oorspronkelijke doel het onmogelijk zou maken de productie van luxewagens te handhaven. Als gevolg daarvan zou de baan van 65.000 mensen op het spel komen te staan in Bremen, Sindelfingen en Unterkürkheim.
 
Milieuactivisten noemen dergelijke tactieken van de auto-industrie bangmakerij. "Het idee schijnt te bestaan dat alles wat goed is voor het milieu, slecht is voor de auto-industrie", zegt Jos Dings, directeur van de Europese Federatie voor Transport en Milieu. "De enige reden voor die zienswijze is dat de auto-industrie zijn boodschap bijzonder luid en duidelijk uitdraagt. Toeleveranciers en degenen die zouden profiteren van strengere regels voor autoverkoop, worden min of meer tot zwijgen gedwongen. Het gebeurt constant in Brussel dat we alleen degenen horen die regulering als een bedreiging zien. Dat vertekent het debat enorm."
 
Reclamebureaus
 
Het Corporate Europe Observatory, een groepering die de analyseert hoeveel invloed de auto-industrie heeft op Europese beleidsmakers, schat dat autobedrijven tenminste zeventig mensen betalen die fulltime aan EU-zaken in Brussel werken. Daarbij zijn de verschillende overkoepelende organisaties die zich bezighouden met distributie, bevoorrading en dealerschap, die ook hoofdkantoren hebben in Brussel, niet meegerekend.
 
Het aantal transportspecialisten dat voor niet-gouvernementele organisaties werkt, komt waarschijnlijk niet boven de tien. Greenpeace, misschien wel de bekendste milieuorganisatie in Europa, heeft geen transportdeskundige in Brussel. De organisatie wil binnenkort wel iemand aanstellen, zegt een woordvoerster.
 
De auto-industrie zet ook hulp van buiten in, in het bijzonder van reclamebureaus. WeberShandwick, een van de grootste pr-organisaties in Brussel, werd ingehuurd door DaimlerChrysler, Renault en Volkswagen. Andere bedrijven die de auto-industrie als klant hebben, zijn Cabinet Stewart, Burson Marsteller, Arpi, Athenora en Clan Public Affairs.
Sigrid de Vries, woordvoerster van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA), ontkent dat de auto-industrie onevenredig veel invloed heeft. "Als het gaat om klimaatverandering, dan beheersen milieuorganisaties de publieke arena en de publieke opinie. De David versus Goliath-vergelijking gaat niet op."
 
De meeste autofabrikanten hebben nog een lange weg te gaan voordat ze de beoogde milieudoelen halen. De Europese Federatie voor Transport en Milieu becijferde dat in 2006 Fiat het best presteerde en dat ook Citroën, Renault, Ford en Peugeot goed op weg zijn om tegen 2008 de uitstoot van hun auto's terug te brengen tot 139g/km, het doel dat de EU had gesteld. Nissan doet het het slechtst, gevolgd door Suzuki, Mazda, Audi, Volvo, BMW en Volkswagen.

Reacties