Europeanen halfslachtig tegenover minderheden en migranten

20-03-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: ANP

In Griekenland (27 procent) en België (25 procent) is de intolerantie het grootst. Nederland zit op 11 procent. Volgens het centrum neemt het aantal Europeanen toe dat minderheden en migranten een verrijking voor het culturele leven in hun land vindt. In de meeste lidstaten zijn de burgers eerder 'actief tolerant' dan intolerant.

Als positief signaleert EUMC-directeur Beate Winkler dat in percentages het aantal mensen stijgt dat voorstander is van een beleid om het beter samenleven van meerderheden en minderheden te stimuleren.

Maar er tekent zich ook een negatieve ontwikkeling af. De meeste Europeanen, en dat aantal stijgt nog steeds, zijn bezorgd over de aanwezigheid van minderheden. 'De bevolking vreest werkloosheid, achteruitgang van de sociale voorziening, de zorg en het onderwijsniveau.'

Een kleine, maar niet te verwaarlozen minderheid van Europeanen zegt persoonlijk aanstoot te nemen aan de aanwezigheid van minderheden, aldus het EUMC.

Het centrum gebruikt qua houding vier categorieën burgers: actief tolerante, intolerante, ambivalente en passief tolerant. De actief tolerante groep, de burgers die geen aanstoot nemen aan de verschillende minderheden, is goed voor 21 procent.

De passief toleranten en de ambivalenten, respectievelijk 39 en 25 procent, vormen veruit de grootste groepen. Een op de vier is dus het ene moment positief en het andere negatief.

Winkler stelt dat deze groep waarschijnlijk het gevoeligst is voor politiek leiderschap. 'Politici die dit beseffen en inzien dat de toekomst van de Europese samenlevingen ligt in verscheidenheid en gelijkheid, kunnen hiermee rekening houden bij hun besluitvorming en bij maatregelen om racisme en vreemdelingenhaat te voorkomen.'

Europees Waarnemingscentrum voor Racisme en Vreemdelingen

Reacties