Europa kan niet zonder Russisch gas

10-03-2014 Bron: OneWorld
Gazprom
Zorgwekkende ontwikkelingen in Oekraïne volgen elkaar in rap tempo op. Door Ruslands de facto inlijving van de Krim lopen de politieke spanningen met Europa verder op. De situatie roept herinneringen op aan de koude januarimaand in 2009, toen door spanningen tussen Rusland en Oekraïne de gastoevoer via Oekraïne naar Europa werd onderbroken. Opnieuw dringt zich de vraag op hoe het met Europa’s afhankelijkheidspositie van Russische energie, met name gas, is gesteld. Zijn er alternatieven?
GAS – 

De jaarlijkse gasconsumptie van de EU is in de afgelopen jaren afgevlakt als gevolg van stagnerende economische groei, concurrentie van goedkope kolen en de opkomst van duurzame energiebronnen. Dat komt niet in de laatste plaats dankzij de ‘Energiewende’ in Duitsland. Na de kernramp in het Japanse Fukushima besloot Duitsland zijn kerncentrales vervroegd te sluiten en nog sterker in te zetten op duurzame energie. Traditioneel Europese gasproducerende landen zoals Noorwegen en Nederland kunnen hun productie niet verder verhogen. Sterker nog, de totale  gasproductie in Europa is dalende. Dit betekent dat Europa in de toekomst nog meer gas zal moeten importeren van buiten. De Russische reus Gazprom profiteert hier al van en zag vorig jaar zijn marktaandeel in Europa stijgen naar 30 procent, een toename van 4 procentpunt in vergelijking met 2012.

De kansen dat Europa in dezelfde mate kan profiteren van de productie van schaliegas, zoals dat in de VS gebeurt, zijn klein. In de afgelopen jaren steeg de productie van schaliegas in de VS zo dramatisch, dankzij nieuwe horizontale boortechnieken, dat er gesproken werd van een ‘shale gas revolution’. Volgens een recente studie van het gerenommeerde Duitse ‘Energiewirtschaftliches Institut’ is in het beste geval slechts 14% van het huidige EU-gasverbruik in 2035 afkomstig van schaliegas uit de EU. De haalbaarheid hiervan is echter vooral afhankelijk van de politieke bereidheid in de lidstaten om de omstreden boortechnieken, bekend als ’fracking’, toe te laten.

De zuidelijke route

De veelbesproken Nabucco-gasleiding die in het kader van EU’s Zuidelijke Corridor-concept grote hoeveelheden gas uit het Kaspische gebied via Turkije naar Europa zou transporteren, haalde het  niet. Eind vorig jaar werd besloten tot de bouw van een kleinere variant, de Trans Adriatic Pipeline. Deze transporteert naar verwachting in 2018 de eerste bescheiden hoeveelheden Kaspisch gas vanaf de Turkse grens naar de EU. De toenadering tussen het Westen en Iran, dat over de één na grootste gasvoorraden ter wereld beschikt, zou de Zuidelijke Corridor meer leven in kunnen blazen. Maar ook hier geldt dat dit slechts op de lange termijn een alternatief zou zijn.

Rusland kwam destijds al gauw met een reactie op de Zuidelijke Corridor-plannen. Samen met Europese partners begon Gazprom aan de bouw van een veel grotere concurrerende gasleiding, South Stream. Deze gasleiding verbindt Rusland rechtstreeks via de Zwarte Zee met Europa en moet Gazproms afhankelijkheid van export via Oekraïense gasleidingen naar Europa verminderen.

Vloeibaar aardgas

Een mogelijk alternatief voor de korte termijn is om meer vloeibaar aardgas (LNG) te importeren. De importcapaciteit van de LNG-terminals in de EU is nu bijna gelijk aan eenderde van de jaarlijkse consumptie, maar ze wordt slechts voor een kwart benut. Dit komt omdat de markten in Azië bereid zijn meer te betalen voor het gas, zoals in Japan, waar na de Fukushima-ramp de vraag naar LNG sterk steeg. Experts verwachten dat er in de komende jaren meer LNG op de wereldmarkt komt, onder andere vanuit Noord-Amerika, dankzij de opkomst van schaliegas. Maar of de Europese markten bereid zijn er meer voor te betalen dan voor Russisch gas, valt echter te bezien. Rusland kan in dat geval over gaan tot prijsverlaging om zo zijn marktaandeel in Europa te beschermen.

Alternatieve energiebronnen

Natuurlijk blijft de optie over om meer te gebruik te maken van alternatieve energiebronnen als duurzame energie. De Europese Commissie maakte onlangs nieuwe bindende doelen voor het 2030 Framework bekend, dat voorziet in de groei van het aandeel duurzame energie naar 27% in 2030. Europa kan besluiten om de uitbreiding van duurzame energie te versnellen, maar ook hier stuit men weer op de kostenfactor. In Duitsland, met zijn ‘Energiewende’ koploper in Europa, maakt men zich steeds meer zorgen over de stijgende kosten van de ‘Energiewende’ en de gevolgen voor de concurrentiepositie van de Duitse industrie.

Een laatste, en sinds de Fukushimaramp, impopulair, alternatief is kernenergie. Behalve een duurzaam energiedoel, schrijft het ‘2030 framework’ ook een 40% afname in broeikasgassen ten opzichte van 1990 voor. De Commissie laat het aan lidstaten zelf over hoe ze deze doelstellingen moeten halen. Om de uitstoot verder terug te dringen kunnen lidstaten kiezen om, in plaats van meer in ‘duurdere’ duurzame energie te investeren, de toename van kernenergie te faciliteren. In praktijk betekent dit de bouw van nieuwe kerncentrales.

Snelle oplossingen om van de afhankelijkheid van Russisch gas af te komen zijn er niet. Alternatieven kosten tijd en geld. De productie van schaliegas en bouw van nieuwe kerncentrales kunnen onder de gemiddelde Europeaan niet op veel steun rekenen. Complete onafhankelijkheid van Rusland is ook niet nodig, als er meer gas uit andere bronnen beschikbaar komt en het aandeel duurzame energie blijft groeien. Belangrijk is dat de EU blijft werken aan een evenwichtige energiemix.

Bron: Flickr/Thawt Hawthje

Andrej Tibold

Andrej Tibold is energieanalist, met speciale aandacht voor Oost-Europa.

Lees meer van deze auteur >

Reacties