EU dubt verder over toeslag op vliegtickets

08-09-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS/OneWorld

Jaarlijks 568 miljoen tot bijna 2,8 miljard euro: zoveel kan het opleveren als passagiers één tot vijf euro extra betalen voor vluchten binnen de EU en twee tot tien euro voor internationale vluchten. Dat rekende de Europese commissie op 1 september al uit. Driekwart van dat geld zou uit de vijf grote EU-landen komen: Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Spanje.

De EU-landen willen extra geld voor ontwikkelingssamenwerking vinden om tegemoet te komen aan hun toezeggingen om Afrika te helpen. Volgens de Franse minister van Financiën Thierry Breton is een belasting op vliegtickets gekozen omdat het vliegverkeer relatief weinig wordt belast (op vliegtuigbrandstof zit bijvoorbeeld geen belasting) en omdat de mensen die er gebruik van maken over het algemeen geen minima zijn.

Franse voorsprong
 
De Franse president Chirac heeft volgens persbureau Associated Press vorige week aangekondigd dat Frankrijk binnenkort wil gaan proefdraaien met de belasting, om te laten zien dat het goed werkt. Zo hoopt hij de andere EU-landen aan zijn kant te krijgen. Tot nu toe kwamen de Europese leiders alleen overeen dat ieder land zelf mag weten of het een vrijwillige of een verplichte belasting invoert. Nederland voelt meer voor een vrijwillige belasting.

De Europese Commissie ziet wel voordelen in een gezamenlijk Europees initiatief. 'Een gezamenlijke aanpak zou een boodschap van Europese solidariteit met de ontwikkelingslanden uitsturen, zou de maatregel eenvoudiger maken voor vliegtuigmaatschappijen en garanderen dat alle Europese regels gerespecteerd werden', zegt de studie van de Commissie.

Maar er zijn ook schaduwkanten. Een belasting kan de vraag naar vliegtuigreizen remmen en de vliegtuigmaatschappijen in het nauw brengen. Een belasting van één euro kan het binnenlandse vliegverkeer met een half procent doen krimpen, schat de Commissie. Passagiers vijf euro meer laten betalen, doet de vraag met 3 procent afnemen.

De grootste vier EU-landen - Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië - zijn het al eens geworden over de vliegtuigbelasting. Groot-Brittannië, dat de EU nu voorzit, probeert de overige EU-staten te overtuigen om ook in de boot te stappen. De ontmoeting van de Europese ministers van Financiën zaterdag biedt daartoe gelegenheid.

Reacties verdeeld
 
Maar Spanje en Griekenland, landen die van het vliegtuigtoerisme leven, zijn tegen, net als afgelegen lidstaten als Zweden en Finland. Ook de toeristische industrie heeft negatief gereageerd. Zij argumenteert dat ontwikkelingslanden profiteren van het drukke vliegverkeer, dat dus zeker niet mag worden ontmoedigd.

Sommige ontwikkelingsorganisaties zijn blij met het initiatief. Concord, een grote koepel van Europese ontwikkelingsorganisaties, vindt dat dergelijke internationale belastingen de mogelijkheid bieden negatieve effecten van de globalisering als vervuiling en financiële speculatie aan te pakken. Agnès Philippart van Concord vindt wel dat de maatregel in samenspraak met de ontwikkelingslanden moet worden uitgewerkt.

Andere organisaties zeggen dat ze zich niet willen blindstaren op de vliegtuigbelasting. 'Er zijn andere voorstellen die meer geld in het laatje kunnen brengen, met name de doelstelling om 0,7 procent van het bruto binnenlands product uit te geven aan ontwikkelingshulp', zegt Louise Hilditch van de Britse hulporganisatie ActionAid. Nederland en drie andere EU-landen doen dat nu al, en een handvol andere landen, waaronder België, Frankrijk en Groot-Brittannië, hebben concrete plannen in die richting.

Reacties