Etnisch geweld bedreigt Nigeriaanse oorlogswinsten

24-03-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Het etnisch geweld tussen jongeren van de IJaw-, Urhobos- en Itsekirivolken in de Nigerdelta lijkt moeilijk te stoppen. Sinds het begin van de vijandelijkheden op woensdag werden al twaalf Itshekiri-dorpen verwoest. Volgens de politie vielen er in de nieuwe crisis al meer dan vijftig dodelijke slachtoffers.

De strijdende bevolkingsgroepen vechten om de controle van de waterwegen in de regio, maar willen naar eigen zeggen vooral de regering en oliemaatschappijen tot actie dwingen. Enkele IJaw-jongeren stellen dat ze ‘de regio onbeheersbaar willen maken voor de federale regering en de grote oliemaatschappijen, die de plaatselijke rijkdommen plunderen zonder oog voor milieu of sociale rechtvaardigheid’. Zij willen ‘een snelle verandering in de houding van de regering’.

Veiligheidsmaatregel voor mens en milieu

De acties van de jongeren en de toenemende onveiligheid in de regio heeft de drie multinationale oliereuzen in Nigeria - Shell Petroleum Development Company (SPDC), TotalFinaElf en ChevronTexaco - gedwongen tot sluiting van belangrijke installaties voor de productie van ruwe olie. Door die sluitingen is de Nigeriaanse olie-uitvoer met 30 procent afgenomen.

Chevron-baas in Nigeria, Sola Omole, telt voorlopig onder zijn werknemers één dodelijk slachtoffer en enkele gewonden. Volgens hem gaat het om verdwaalde kogels. ‘Het geweld is niet tegen de oliemaatschappijen gericht, maar tegen de regering.’ De sluiting van de installaties in de westelijk Nigerdelta is in de eerste plaats ‘een veiligheidsmaatregel voor mens en milieu’, aldus Omole.

Intussen is de crisis overgeslagen naar het naburige Rivers State, waar Ogbogu-jongeren een belangrijke installatie van Elf Petroleum hebben bezet. Die Franse firma wordt verweten de belangen van de plaatselijke bevolking volledig te negeren, ondanks een formele overeenkomst vol dure beloftes.

Ook Shell en Chevron ontlopen de verwijten niet: vorig jaar protesteerden duizenden vrouwen in de Nigerdelta tegen de uitbuiting en de vervuiling van land en water door die maatschappijen.

Kostbaar conflict

De gedwongen sluiting van de Nigeriaanse olie-installaties komt erg ongelegen. Door de Amerikaanse bombardementen op Irak was de wereldolieprijs de voorbije maanden flink gestegen. Bovendien heeft de Organisatie van Olieproducerende Landen (Opec) de productiequota verhoogd om het verlies van de Irakese olie-export op te vangen.

Theoretisch mag Nigeria - zesde producent van ruwe olie ter wereld - nu 582.000 vaten per dag méér produceren, dat is een verhoging van meer dan een kwart.

90 Procent van de Nigeriaanse exportinkomsten bestaat uit oliegeld: het effect van een toename van de export op de nationale begroting zou dan ook duidelijk voelbaar zijn. De Nigeriaanse regering en de oliemaatschappijen willen het dure conflict in de Nigerdelta zo snel mogelijk opgelost zien. De oorlog in Irak daarentegen mag voor hen gerust nog wat langer duren.

Reacties