Energierapport VN maant aan tot snelle koerswijziging

22-09-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Het ‘World Energy Assessment-rapport’ is een publicatie van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) in samenwerking met de Wereldraad voor Energie. Zo’n honderd wetenschappers, energie-experts en ontwikkelingsdeskundigen werkten eraan mee.

Tussen 1970 en 1990 werden wereldwijd zo'n 800 miljoen bewoners van het platteland aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, stelt het rapport. Dat zijn er ruim veertig miljoen per jaar. Een half miljard mensen zagen hun levensomstandigheden substantieel verbeterd door de introductie van nieuwe huishoudtoestellen.

Toch bleef de 'onbediende bevolking' in de periode waarvan sprake ongewijzigd: 2 miljard mensen woonden in 1990 in een huis zonder elektriciteit en bleven voor hun dagelijkse energiebehoeften volledig afhankelijk van traditionele bronnen zoals hout of koemest.

Het ontbreken van adequate energiebronnen op het platteland is wellicht het meest nijpende energieprobleem van de toekomst, schrijven de auteurs van de VN-studie. Omdat ze verstoken blijft van elektriciteit, levert een derde van de mensheid nu een ondermaatse bijdrage aan de economische productiviteit.

Het gebrek aan basiscomfort remt in hoge mate de toegang van plattelanders tot arbeidsbesparende toestellen en communicatiemiddelen, maar ook tot onderwijs en betaalde arbeid. Honderden miljoenen mensen - vooral vrouwen en kinderen - besteden nu ettelijke uren per dag aan het aanslepen van stookhout en water voor huishoudelijk gebruik. Daardoor blijft er voor studie of productieve activiteiten geen tijd over.

Ecologische grenzen
Regeringen en bedrijven besteden opvallend weinig aandacht aan het energietekort op het platteland. ‘Door de toenemende energievraag in de steden zal de aandacht voor plattelandsontwikkeling wellicht nog verder verslappen,’ voorspellen de auteurs.

De enige doeltreffende strategie is om plattelandsbewoners de ‘energieladder’ te laten beklimmen. Dat kan door over te schakelen van energiewinning uit het verbranden van biomassa (mest of hout) op een meer efficiënte en ‘moderne’ energiebron: elektriciteit of, in een beperkt aantal gevallen, gas en petroleum.

Maar daar rijst een levensgroot probleem. De gangbare productie, distributie en verbruik van energie is niet voor veralgemenisering vatbaar, zonder dat zulks eindigt in een ecologische catastrofe.

Klimaatwijzigingen door de uitstoot van broeikasgassen en de degradatie van ecosystemen tonen de ecologische grenzen nu reeds aan. De energieverkwistende levensstijl in de industrielanden kan volgens de auteurs niet wereldwijd worden gecopieerd.

Overheden en het bedrijfsleven hebben er belang bij te investeren in nieuwe, duurzame energiebronnen. Dat moet snel gaan. Om een energiebeleid om te gooien in de richting van meer vernieuwbare bronnen is immers veel geld nodig. De traditionele productiemethoden hebben bovendien een lange levenscyclus. De gevolgen van foute investeringsbeslissingen vandaag zijn nog decennia voelbaar.

De private sector heeft hier een belangrijke rol te spelen maar ‘overheidsbeslissingen en –richtlijnen’ zijn cruciaal omdat de markt alleen niet geneigd is om rekening te houden met de noden van de armen of van het leefmilieu,’ besluiten de experts.

VN-ontwikkelingsorganisatie

Reacties