Eilandstaatjes ongerust over kansen op één Caribische markt

23-06-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld/IPS

Om beter opgewassen te zijn tegen de mondiale machtsblokken in de wereld, zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie maar ook tegen regionale reuzen zoals Brazilië of de economiche gemeenschap Mercosur, zoeken de minst ontwikkelde landen beschutting in regionale handelsafspraken. De in 1973 opgerichte Caribische Gemeenschap en Gemeenschappelijke Markt (Caricom) besloot daarom in 1989 de regionale integratie te versterken en te streven naar een Caricom Single Market and Economy (CSME).

'De vorming van deze ene Caribische markt in december 2005, 16 jaar na het besluit hiertoe, betekent dat Caricom beland is op het punt waarop Europa zich bevond in 1992, 35 jaar nadat de landen een gezamenlijke markt overeengekomen waren', aldus een trotse Owen Arthur, minister-president van Barbados onlangs. De CSME maakt vrij verkeer van arbeid, kapitaal, goederen en diensten mogelijk. Importtarieven zijn verleden tijd en belastingen en handelsregels worden geharmoniseerd.

Handel stagneert

Toch zijn negen eilandstaatjes in het Caribisch gebied huiverig voor wat komen gaat. De negen (Antigua en Barbuda, Dominica, Grenada, St. Lucia, St. Vincent, Montserrat, St. Kitts en Nevis, Anguilla en de Britse Maagdeneilanden) maken deel uit van de Organisatie van Oost-Caribische Staten (OECS). Deze organisatie liet onlangs een studie uitvoeren naar de handelsprestaties van de subregio.

Volgens de OECS stagneert de handel tussen de negen en andere Caricomlanden (Barbados, Belize, Jamaica, Guyana, Suriname en Trinidad en Tobago). In 1985 hadden negen producten van de OECS-landen nog meer dan 25 procent van het marktaandeel binnen Caricom. In 2003 was dat nog maar één product. Vijf producten haalden een marktaandeel van meer dan 10 procent.

Vaughan Lewis, oud-directeur van de OECS en momenteel hoogleraar internationale betrekkingen in het gebied, wijst er tegenover persbureau IPS op dat de landen in de oostelijke subregio economische 'groentjes' zijn. 'De andere Caricomlanden hebben in de jaren tachtig een recessie doorgemaakt en hun economiën structureel hervormd. De minder ontwikkelde landen hebben die noodzaak niet gevoeld.'

Timing

Lewis beklemtoont dat de timing ongelukkig is. De meeste eilandstaatjes bereiden zich voor op nieuwe handelafspraken met de Europese Unie die in 2006 een einde maken aan hun voorkeursbehandeling voor verschillende landbouwproducten (zij krijgen een hogere prijs dan de wereldmarktprijs). Bovendien zal het nieuwe suikerregime dat de EU woensdag bekend maakte, weliswaar gunstig uitvallen voor grotere ontwikkelingslanden als Brazilië, maar extra pijnlijk zijn voor de eilandstaten. 'En nu moeten ze ook inspelen op de gevolgen die een regionale open markt met zich meebrengt', zegt Lewis.

Toch zullen de eilandstaten volgens hem mee moeten in de ene Caribische markt. 'Deze integratie is een deel van een groter proces van economische liberalisering, die wereldwijd plaatsheeft.'

Volgens premier Arthur van Barbados heeft geen enkel OECS-land aangegeven in de voorbereiding op de CSME de deadline van december niet te zullen halen. Wel heeft een handjevol landen technische assistentie bij structurele aanpassingen gevraagd.

Caricom

Reacties