Effecten olieramp met Exxon Valdez na 15 jaar nog niet voorbij

24-03-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Op 24 maart 1989 liep de supertanker Exxon Valdez vast op een rif bij de kust van Alaska. Meer dan 40 miljoen liter olie verdween in de zee en vervuilde 700 kilometer lengte kustlijn in een nog vrijwel onaangetast natuurgebied. Vogels, otters en zeehonden stierven massaal aan de gevolgen van de vervuiling.

Optimisten schatten in dat de olie in 1995 zou zijn verdwenen. Nog steeds zijn er aan de voorheen prachtige stranden echter restanten van ruwe olie te vinden. Otters en eenden raken besmeurd en de zalm- en haringbestanden zijn nog immer beneden peil. Volgens recente overheidsstudies zouden lagere concentraties olie schadelijker zijn dan aanvankelijk verwacht.

Schaderegeling

De verantwoordelijke oliemaatschappij Exxon Mobil bekende in 1989 schuld en trof in 1991 een schaderegeling met de Amerikaanse regering. Voor 1 miljard dollar kocht zij alle federale en staatsclaims af. Honderd miljoen daarvan was opgenomen in een speciale clausule. Die clausule geldt voor eventuele claims op schade die ‘op dat moment redelijkerwijs niet bekend kon zijn of voorzien kon worden’.

Bewoners van de kustregio en milieuwetenschappers liggen overhoop over de vraag of zij inderdaad voldoende bewijzen hebben om ‘de zaak te heropenen’. De clausule, die van kracht blijft tot 2006, verplicht klagers ertoe met in detail uitgewerkte herstelprogramma’s te komen voor de ‘onvoorziene schade’. Wetenschappers vragen zich af of de langetermijn effecten zich laten vangen in zulke programma’s. Sommige gezondheidsproblemen onder zeedieren kosten een generatie voordat ze zijn verdwenen.

Milieu-activisten zien voldoende aanleiding voor een claim op de 100 miljoen . Zij voelen zich echter in de steek gelaten door de regering Bush. ‘Het feit dat de regering Bush daarop geen aanspraak maakt, bewijst weer eens dat zij en de olie-industrie twee handen op een buik zijn,’ aldus bioloog en activist Rick Steiner uit Anchorage, hoofdstad van Alaska.

Overigens hebben lokale ondernemers, onder wie zo’n 30.000 vissers, zelf advocatenfirma’s in de arm genomen om hun economische schade vergoed te krijgen. Nog steeds procederen deze firma’s om de kosten van deze rechtszaken betaald te krijgen. Het gaat daarbij om een bedrag van tussen de 4 en 5 miljard dollar, waarvan het nog de vraag is of ze dat geld nog echt te zien krijgen.

Exxon spaart geen kosten om van bovengenoemde boetes af te komen. Bovendien beweert de oliemaatschappij dat het bewuste gebied, de Prince William Sound, zich goed heeft hersteld van de ramp. Ze beroept zich mede op wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar het ecosysteem aldaar. ‘Wetenschap heeft ons in Alaska en elders geleerd dat hoewel olievervuiling ernstige kortetermijneffecten heeft, de natuur uitzonderlijk krachten van herstel kent,’ aldus Exxon in een verklaring.

Onbezoldigd

Sinds de ramp in 1989 zijn burgerorganisaties die moeten adviseren en toezicht houden op de scheepvaart in het gebied, als paddestoelen uit de grond geschoten. Sommigen krijgen daarvoor geld van de oliebedrijven, anderen werken onbezoldigd. In enkele officiële adviesorganen blijkt de olie-industrie oververtegenwoordigd.

Kritische organisaties wijzen vooral op de halfslachtige maatregelen die zijn genomen om olievervuiling tegen te gaan. Nog steeds varen grote tankers bijvoorbeeld meestal zonder begeleiding van sleepboten door het gebied.

color=red>

Greenpeace International

Reacties