Eens/Oneens: Bij een kleine hulporganisatie komt de hulp beter terecht

23-01-2007 Bron: OneWorld

Steef Klarenbeek 80x120                                           
Steef Klarenbeek,         bestuurslid van Stichting House of Refugee dat een weeshuis in de Filipijnse hoofdstad Manilla ondersteunt.


'Als je een kleine stichting bent, geef je een druppel op een gloeiende plaat. Die plaat blijft gloeien, maar die bijdrage van ons is in elk geval goed besteed.'

Lau Schulpen 80x120
Lau Schulpen, ontwikkelingsdeskundige bij het Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken (CIDIN) van de Universiteit Nijmegen.


'Je vraagt toch ook niet aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking dat zij, omdat zij voor een goed doel werkt, maar genoegen moet nemen met een salaris van 50.000 euro?'

 'Vroeger gaf ik nog wel geld aan grote hulporganisaties, maar daar ben ik mee gestopt. Zo'n acceptgiro invullen, wat zegt mij dat nou helemaal? Ik doe het liever zelf. Het is vele malen leuker om je voor je eigen project in te zetten. Je ziet tenminste meteen resultaat. Het weeshuis dat wij ondersteunen, vroeg ons bijvoorbeeld voor kerst om een extra donatie. Voor 500 euro hebben alle 37 kinderen nieuwe schooluniformen, schoenen en een cadeautje gekregen. Van het geld dat over was, is het kerstfeest voor de kinderen betaald.

Het plezier is voor mij dat ik een bedankje krijg van de directrice van het huis en dat ik weet dat die kinderen worden geholpen. Een à twee keer per jaar ga ik op eigen kosten naar Manilla en als ik daar kom, hoef ik echt niet als een soort weldoener te worden gezien. De kinderen weten niet dat ik een van de geldschieters ben, maar zijn wel blij als ik kom. Als er buitenlandse gasten komen, wordt er namelijk altijd op ijs getrakteerd.

 

Ik ga altijd naar Manilla om zelf de boeken nog een keer te controleren. Controle is voor mij belangrijk en particulieren die er over denken om zelf een eigen project te starten moeten zich wel bedenken dat dat geen zin heeft als je niet zelf ter plekke kunt controleren of je geld goed terecht komt. Helaas zijn nog veel ontwikkelingslanden corrupt. Het is triest. Een aantal mensen verrijkt zichzelf en het geld komt niet bij hen die het nodig hebben.

 

Ik wil dat mijn geld goed terecht komt. Dat zal ongetwijfeld ook het geval zijn bij een grote organisatie, maar daar blijft wat mij betreft te veel geld achter de strijkstok hangen. Ik begrijp wel dat zij overheadkosten moeten maken: die organisaties hebben immers een pand en personeel wiens salaris en pensioen moet worden betaald.

Officieel mogen hulporganisaties geloof ik tot 40 procent besteden aan overhead. Misschien dat niet elke organisatie op een dergelijk hoog percentage uitkomt, maar het zit al snel boven de 10 procent. Kijk maar eens naar de jaarverslagen. De sponsors van onze stichting weten dat bij ons het geld rechtstreeks naar het weeshuis gaat. Jaarlijks zijn wij maar 70 euro kwijt aan overhead namelijk het abonnement van de kamer van koophandel en de provider van onze website. Verder hebben we eenmalig geld uitgegeven om folders te drukken.

 

Dat grote hulporganisaties meer expertise hebben dan kleine hoeft niet altijd op te gaan. Wat voor expertise hebben wij nou nodig? Dat weeshuis heeft een professionele staf en de kinderen kunnen gratis terecht bij artsen en psychologen. Het voordeel aan grote hulporganisaties is denk ik wel dat zij grote projecten met meer samenhang kunnen opzetten.

Wij hebben ook niet de pretentie dat we alle problemen op kunnen lossen. Als je een kleine stichting bent, geef je een druppel op een gloeiende plaat. Die plaat blijft gloeien, maar die bijdrage van ons is in elk geval goed besteed.'

 

'Er is nog maar nauwelijks onderzoek gedaan naar de effectiviteit van particuliere initiatieven. Dat hun hulp beter terecht zou komen, lijkt me dan ook een voorbarige conclusie. Zelf heb ik mijn twijfels over de professionaliteit van kleine hulporganisaties.

Dat zij meer vertrouwen hebben dan grote hulporganisaties is denk ik vooral een gevoelskwestie. Het voordeel aan een kleine organisatie is dat die bij wijze van spreken door je buurman wordt gerund. Ook communiceren zij op een veel directere manier. Ze zeggen dat 95 tot 100 procent bij het goede doel zelf terecht komt. Maar ja als je alleen met vrijwilligers werkt dan kan dat. Of dit de effectiviteit van de hulp ten goede komt, is nog maar de vraag.

Van mij mag het best wat kosten om ontwikkelingssamenwerking op een professionele manier te bedrijven. Ik vind de discussie over de salarissen van de directeuren van hulporganisaties dan ook niet terecht. Je vraagt toch ook niet aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking dat zij, omdat zij voor een goed doel werkt, maar genoegen moet nemen met een salaris van 50.000 euro? Als je je werk goed wil doen en aan alle eisen van de overheid wilt voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen, dan kost dat nou eenmaal geld.

 

Kleine organisaties geven op een andere manier hulp dan grotere. Ze bouwen vooral schooltjes, weeshuizen, ziekenhuizen en meer van dat soort dingen. Zaken die je, om het wat cru te zeggen, leuk op de foto kunt zetten. Grote hulporganisatie houden zich naast dergelijke projecten ook bezig met zaken die misschien wat minder fotogeniek, maar wel cruciaal zijn als je structurele veranderingen wilt bewerkstelligen. Ze doen bijvoorbeeld aan lobbywerk bij het bedrijfsleven en gaan met regeringen om de tafel zitten.

 

Ironisch genoeg heeft de professionalisering van de grote goede doelen er ook aan bijgedragen dat er meer afstand met het publiek is gekomen. Als je als onafhankelijke organisatie met het wantrouwen ten opzichte van de overheid wordt vereenzelvigd dan heb je een probleem. Ik denk dat de grote hulporganisaties de kritiek deels aan zichzelf te danken hebben. Hun communicatie laat af en toe te wensen over. Het zou goed zijn als ze zich realiseren dat het publiek best begrijpt dat het niet altijd meteen lukt. Wees wat opener.

 

Daarnaast is het een logisch fenomeen dat grote organisaties juist omdat zij zo bekend zijn kritisch worden gevolgd. Af en toe gaat dat wel eens ver. In de media is vooral aandacht voor wat er mis gaat bij de grote clubs en minder voor wat er wel goed gaat.

Particuliere organisaties krijgen ook veel media-aandacht. Je kunt bijvoorbeeld geen lokale krant openslaan of er staat wel een stuk in over een particulier initiatief. Meestal is dat een persoonlijk getint verhaal met een positieve inslag. Terwijl ik denk je zou ook best wel eens aan hun kunnen vragen: hoe effectief zijn jullie nou eigenlijk?'

Marianne Wilschut

Marianne Wilschut is een Nederlandse journalist. Ze schrijft onder andere...

Lees meer van deze auteur >

Reacties