Een zonnige documentaire over jongeren in Gambia

15-08-2016
Door: Veerle Boekestijn
Bron: OneWorld
welcome to the smiling coast gambia
Foto: Still documentaire
Bas Ackermann maakte de film Welcome to the Smiling Coast, over het leven van Gambiaanse jongeren. De documentaire is een bloemlezing over de dromen, worstelingen en afwegingen van de jongeren in een land waar ze niet alles in de schoot geworpen krijgen.
Interview – 

Gambia is een populaire vakantiebestemming voor toeristen die zoeken naar een exotische mix aan zon, zee en seks. Het goedkope verblijf dat toeristen er vinden staat in schril contrast met het leven van de Gambiaanse jongeren die er opgroeien. Ondanks dat Gambia een relatief vredig land is, leven er namelijk nog veel mensen onder de armoedegrens.

Waar en wanneer?Welcome to the Smiling Coast draait  27 augustus om 21.30 op het World Cinema Festival in Rialto, Amsterdam. Bas Ackermann zal er aanwezig zijn met Alhagi, die op officiële uitnodiging van het festival over komt vliegen uit Gambia. Na afloop is er een Q&A. Kaarten koop je hier. 

De Nederlandse regisseur Bas Ackermann maakte voor het eerst kennis met Gambia in 2007. Samen met vrienden zette hij toen het project State of Mic op in Serrekunda, het zakelijk centrum van het kleinste land van Afrika. State of Mic leidt jonge Gambianen op in audiovisueel gebied. “Het viel ons op dat mensen daar met de weinig middelen die ze tot hun beschikking hebben heel creatief omgaan”, vertelt Bas Ackermann. “Het is heel tof om te zien dat de jonge mensen die we les gaven nu grote namen zijn in de audiovisuele industrie in Gambia.” Het project werd de aanleiding voor de documentaire Welcome to the Smiling Coast, die 27 augustus om 21.30 op het World Cinema Festival in Rialto wordt vertoond.

Wat was het doel van deze film?
“Het dagelijks reilen en zeilen van jongeren in Gambia belichten en hun ideeën en visie over Europa en sekstoerisme laten zien. Zonder dat heel pontificaal en dramatisch in beeld te brengen. Tussen 2007 en 2015 was ik regelmatig in Gambia voor het project, en elke keer als ik er was begonnen we tussen de bedrijven door te filmen. Door dat lange tijdsbestek konden we heel dichtbij onze karakters komen. Ik wilde deze documentaire heel graag op mijn manier maken, ik vind het belangrijk dat je het gevoel meekrijgt van de plek waar een documentaire is opgenomen. Dat het niet alleen maar beelden bevat van iemand die een praatje houdt. In plaats daarvan wilde ik op een vrolijker en funky manier een situatieschets geven van wie die jongeren zijn.” 

De film heeft inderdaad best een funky beeldvoering. Het lijkt soms dat er met verschillende camera’s is gefilmd, is dat ook zo?
“Ja, omdat we dus tussen 2007 en 2015 filmden, heb ik met verschillende camera’s gewerkt. Camera’s zijn snel ontwikkeld. Ik begon met een lage cameraresolutie van DV PAL en ik eindigde met de hoge resolutie 2K. Voor het combineren van die beelden moest ik een trucje bedenken. Ik wilde graag de rauwheid, het grove en de korrel van Gambia bewaren, dus het kwam wel goed uit. Want het kleurrijke, dat is Gambia, maar het is ook rauw, en stoffig en dat wilde ik door de beeldvoering weergeven.” 

In hoeverre is deze documentaire anders dan andere films of documentaires over Gambia of West-Afrika?
“Er zijn al best veel zware films over de problematiek die in Afrika speelt, die brengen dat heel expliciet in beeld. Ik vind het veel interessanter om dat enkel impliciet in beeld te vangen en vooral te kijken naar de verschillende creatieve manieren waarop mensen daar mee omgaan. Om naar mensen hun fantasie te kijken. Kijk, mijn film kan nog zoveel beter, en ik had op verschillende onderwerpen nog veel dieper in kunnen gaan. Maar ik wilde juist het dagelijks leven laten zien. In zekere zin zitten die jongeren tussen wal en schip. Aan de ene kant zitten ze in de traditie van Gambia, maar aan de andere kant zien ze wat er in het Westen gebeurt en willen ze dat ook. Het geeft hele mooie beelden om vanuit zo’n basis een reactie uit te lokken op film.”

Ben je dan niet bang dat je op die manier de problemen die er in Gambia zijn tekort doet?
“Gambianen die in het Westen wonen en de film zagen waren enthousiast, ze geven aan dat de film de situatie in Gambia mooi weergeeft. Nauurlijk is niet alles goed geregeld in het land. In Nederland hebben we bijvoorbeeld nog veel potjes voor werklozen, maar dat is daar niet. Daar heb je alleen je familie om terug op te vallen. En daarbij komt nog het feit dat heel veel jongeren daar wees zijn, en als oudste zoon moet je bijvoorbeeld de kost winnen voor je hele familie. Daar zit wel verschuiving in, maar daarom willen heel veel jongeren richting Amerika of Europa. Ze hebben het idee dat ze daar in één keer veel geld kunnen verdienen. Maar tegelijkertijd komt in Gambia nauwelijks zelfmoord en depressie voor. Dat is in Nederland wel anders. Mensen zijn er ook minder pretentieus, daar kunnen mensen in het Westen nog wat van leren. In Afrika is er bovendien veel meer community, je kan altijd bij iedereen aanschuiven. Dat zei één van de hoofdpersonen uit de film ook, toen hij hier op een official invitation voor een screening van de documentaire in Nederland was vorig jaar: ‘als ik op straat mensen aanspreek, dan schrikken ze of zo’.” 

Hoe is de film uiteindelijk tot stand gekomen?
“De film heb ik dus tussen de bedrijven door geschoten, ik heb er mijn eigen tijd en geld in gestoken. Het filmen zelf was in het maakproces ook onderdeel van de research. Er was namelijk geen tijd en geld voor research. Maar je krijgt sowieso pas echt dingen als je mensen gaat interviewen, dan krijg je de kern van je informatie. Het leuke van een interview in één keer filmen, en de camera altijd laten draaien, zijn de offline reacties die je dan krijgt. Dat zijn de leukste fragmenten. In de film zit bijvoorbeeld een dialoog tussen twee jongens, Alhagi en Abdullai. Zij zijn elkaar de hele tijd aan het uitdagen, maar ze raken wel de hele tijd allemaal onderwerpen aan. Dan lukt het om op luchtige manier hun meningen over best zware onderwerpen, zoals uithuwelijking, slavernij of bijvoorbeeld de islam te horen.” 

Welcome to the Smiling Coast draait  27 augustus om 21.30 op het World Cinema Festival in Rialto, Amsterdam. Bas Ackermann zal er aanwezig zijn met Alhagi, die op officiële uitnodiging van het festival over komt vliegen uit Gambia. Na afloop is er een Q&A. Kaarten koop je hier

Reacties