Een volk wordt mondig

02-03-2011
Door: Hans Ariëns
Bron: IS Online
The Juba Post

De geest van de onafhankelijkheid is vaardig geworden over de Zuid-Sudanezen, zo blijkt uit de uitslag van het referendum. De roep om een eigen staat weerspiegelt het toegenomen zelfbewustzijn van de bevolking. IS ging in referendumtijd een paar dagen op reportage met de redactie van de Juba Post, de eerste onafhankelijke krant en luis in de pels van de Zuid-Sudanese regering. “Wij moeten de stem van het volk bij de politici brengen – niet andersom.”

Onze hoop dat we via de Juba Post door kunnen dringen tot de haarvaten van de Zuid-Sudanese samenleving krijgt meteen al een flinke knauw. Het is maandagmiddag, een dag na de start van het referendum, en het gaat er pittig aan toe tijdens de tweewekelijkse redactievergadering .“Er zitten zó veel fouten in het openingsverhaal”, foetert Willie Olivier, de Namibische coach van de redactie. “Het is een rommeltje met getallen, er staat jargon in, en het nieuws komt eigenlijk pas halverwege het stuk. Drie keer wordt de plek van de persconferentie genoemd, het Rotana Hotel in Khartoum. Journalistiek is iets anders dan reclame maken. En dit is gewoon niet het moment om het publiek te informeren over het tijdstip van bekendmaking van de resultaten. Dat speelt pas over een maand. We hadden met de eerste dag van het referendum moeten openen.” Om hem heen wordt instemmend geknikt. De auteur van het stuk is niet aanwezig, maar Olivier waarschuwt de anderen: “De volgende keer kun jij aan de beurt zijn.” Redactiechef Annet Yobu kijkt somber. Ze baalt dat de krant er niet in is geslaagd in elk van de tien staten van Zuid-Sudan een eigen correspondent in het veld te krijgen. En zelf heeft ze ook niet het verschil kunnen maken. Op zaterdag, zegt ze even later, had ze nog een persconferentie bezocht over geweld in Abyei. Die was aan de internationale media-aandacht ontsnapt. Maar op zondag was het niet gelukt eigen nieuws te maken. “Aan de persconferentie van de regering op zondagmiddag was geen eer te behalen, daar zat iedereen.” En dus staat er in de maandagkrant alleen een verslag van president Salva Kiirs gang naar het stemhokje.

Stem van het volk
De ervaren journalist Olivier, door UNDP ingehuurd om het peil van de verslaggeving rond het referendum op te krikken, peurt er wat lessen uit. “We kunnen nog steeds naar de stemlokalen gaan, cijfers verzamelen van de stemmers, en die meteen op de website publiceren. En we zullen naar bijzondere verhalen op zoek moeten. Die vind je niet op de persconferenties, maar op straat. Ik wil weten wat de gewone man denkt. Bij mij in het guesthouse zit een Sudanees uit Australië die de eerste zwarte politieman in Sydney was. Hij is helemaal hierheen gekomen om te kunnen stemmen. Daar zit een aardig verhaal in.” Hoofdredacteur Michael Koma, een jonge in Khartoum opgeleide journalist vult aan: “We moeten de stem van het volk bij de politici brengen, niet andersom. Trek er nu op uit, en kom terug met een écht sterk verhaal.”

Exclusief nieuws
En vervolgens zwermen de journalisten uit over Juba, op zoek naar exclusief nieuws voor de volgende editie, die van donderdag. Persbureaus zijn er niet, de Zuid-Sudanese overheid beschikt ook niet over een geoliede communicatiemachine, en dus dient zich buiten de persconferenties maar mondjesmaat nieuws aan. Hoofdredacteur Koma stuurt een van zijn jonge talenten, Julius Milla, naar de haven waar schepen vol terugkeerders uit Khartoum zijn aangekomen. Het blijkt een verhaal dat CNN en Al-Jazeera links laten liggen, maar daarom niet minder relevant is. Honderden bivakkeren er nog met hun hele huisraad tussen de bomen, in afwachting van een stukje grond dat hen toegewezen wordt. De sfeer is optimistisch en vol van verwachting (“we kunnen voor onszelf zorgen, Zuid-Sudan wordt geen falende staat!”), maar tegelijkertijd klagen de terugkeerders over toegenomen repressie in de hoofdstad. “Zuidelijke vrouwen in Khartoum worden opgepakt omdat ze siko brouwen, ons eigen bier”, zegt de werkeloze dominee Israel Alsabana, terwijl zijn kinderen met matrasspiralen voorbij sjouwen. “Vroeger werd dat oogluikend toegestaan. Het is ook steeds lastiger werk te vinden als zuiderling in Khartoum. We worden alleen nog als goedkope arbeidskracht gebruikt. Onze mensen lijden daar.”
Julius noteert vol begrip de verlangens van de terugkeerders (“we hebben hier te weinig eten”) en speurt dan naar een vertegenwoordiger van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die de door Olivier en Koma verlangde ‘harde cijfers’ kan bieden. De IOM-vertegenwoordiger is in geen velden of wegen te bekennen, maar we besluiten dat hij die morgen nog na kan bellen. “Meer dan 1700 terugkeerders arriveren in Juba”, luidt uiteindelijk de kop in de krant.

Eigen nieuwsgaring
De volgende ochtend vinden we Willie Olivier in druk gesprek met verslaggever Francis Oriem. Olivier is in zijn nopjes, want de door hem gepropageerde eigen nieuwsgaring lijkt nu al zijn vruchten af te werpen. Via-via is de reporter op een ‘zaak-met een luchtje’ gestuit. De chief registrar (functionaris die merken bewaakt) blijkt zijn eerdere verbod van een tabaksmerk, dat een ander merk imiteerde, om onduidelijke redenen te hebben opgeheven. Corruptie? Die vraag wordt in het artikel gesteld noch beantwoord, maar het is goed, zegt Olivier, dat de Juba Post laat zien bovenop dergelijke zaken te zitten.

Wij vertrekken ondertussen met Annet Yobu naar een koeienkamp. Dankzij onze auto bereikt ze een plek waar ze nooit eerder was, bekent ze, en die buiten het schootsveld van de krant is gebleven. Hebben de nomadische veehoeders, die nog altijd de bulk van de Zuid-Sudanese bevolking uitmaken, wel boodschap aan het nieuwe Sudan? Langs de weg naar Bor, een goed half uur rijden buiten de stad, zien we wat rook omhoog kringelen tussen het struikgewas. Een vijftiental jongeren en kinderen zorgt daar gedurende de droge tijd voor tientallen koeien, het bezit van de twee families waar ze deel van uitmaken. ’s Ochtends vroeg worden de koeien in de kraal gemolken en gevaccineerd, ’s middags naar het water gebracht om te drinken. Zo ging het eeuwen lang – afgezien van de vaccinaties -, en zo zou het nog eeuwen voort kunnen gaan. De kinderen genieten geen onderwijs, zo te zien. Zelf wijten ze dat aan de hoge kosten van het schoolgaan, het ontbreken van schoolmaaltijden, en de slechte behandeling die de boerenkinderen in de stad te beurt valt: “Sommigen van ons zijn mishandeld”. “De regering is er niet voor ons”, zegt hun woordvoerder Simon Loku. “Ze levert ons geen enkele dienst. Dus waarom zouden we gaan stemmen?” Toch hebben de jongens die er voor in aanmerking kwamen zich allemaal laten registreren en zijn ze wezen stemmen in het dorpje Mobile – een uur gaans. Ze logenstraffen daarmee de uitlatingen van een parlementariër in de Juba Post dat de veehoeders zich de moeite van het registreren konden besparen: “Ze zijn de hele dag toch alleen maar bezig achter hun koeien aan te rennen.”
Heel bewust is hun stemgedrag niet, maakt Loku duidelijk: “De meesten hebben de opgestoken hand ingevuld (het analbeet-proof symbool voor afscheiding, red.), omdat iedereen dat doet. Maar of we er veel wijzer van worden, vraag ik me af.”
Voor Annet resulteert de kennismaking met de veehoeders, nota bene stamgenoten (Bari), in een heuse cultuurschok. In absolute termen zijn de jongeren in het koeienkamp niet arm. Hun ouders, die ze dus alleen in de regentijd zien, bezitten tientallen koeien die in prijs variëren tussen 200 en 600 Sudanese pond (56 tot 170 euro) elk. De melk verkopen ze op de markt aan de buitenrand van Juba voor 50 pond per jerrycan. Maar hun totale gebrek aan ambitie (“wij willen ons hele leven koeien blijven hoeden”) verbijstert Annet. Voor haar, alleenstaande moeder halverwege de dertig, is carrière maken vanzelfsprekend en ze is een fervent strijdster voor vrouwenrechten. Dat de enige volwassen vrouw in het kamp halfnaakt rondloopt, en voor alle zorgende taken opdraait, vindt ze vernederend. “Ik moet hier terugkeren”, besluit ze als we weggaan. “Ik heb genoeg vrienden die kleren over hebben. Deze mensen moeten gekleed worden.”

Roes
De editie van donderdag is al een hele verbetering ten opzichte van die van maandag, constateert Willie Olivier tevreden. Eindelijk eigen nieuws dat gewicht in de schaal legt. Juba bevindt zich dan nog in de roes van het referendum. Interne (etnische) twisten worden even vergeten, iedereen houdt van elkaar, en het nieuwe Zuid-Sudan neemt paradijselijke vormen aan. Die roes verdwijnt ook weer, helaas. Als we Michael Koma een maand na het referendum vragen hoe het op de redactie gaat, meldt hij bijna terloops dat hij en reporter Deng Atem Koul de dag ervoor opgepakt werden door de politie van Juba vanwege ‘laster’ aan het adres van de plaatselijke Ivory Bank. Een artikel over malversaties bij de bank ‘Het rommelt bij de Ivory Bank’ is de steen des aanstoots. De weg naar volwassenheid voor Zuid-Sudan is nog bezaaid met serieuze obstakels.

www.jubapost.org

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties