Een voet tussen een open deur?

01-03-2004
Door: Tekst: Bram Büscher , Eric Deibel


Toen het op 27 februari dan ook zover was, kon zelfs de grootste verkeersfile uit de geschiedenis van België geen roet (of sneeuw) in het eten gooien. Op de bovenste etage, die met de kantoren van de directeur-generaal en zijn naaste medewerkers, werd de Jeugdraadgroep alsnog, zo'n vier uur te laat, ontvangen. Tot in de avond zaten we vervolgens in het pluche te luisteren naar openhartige verhalen van vier medewerkers van de Europese Commissie (EC).

Een directeur-generaal die waarschuwt voor zaken als hobbyisme en te veel ideologie in ontwikkelingswerk, en donorlanden vergelijkt met Disneyland, had misschien de wind uit de zeilen van de mondige jeugd kunnen halen. Maar behalve dat jongeren anders tegen ontwikkelingssamenwerking aankijken, kunnen zij tegenwoordig ook met professionals een volwaardige discussie aan. Dat is goed nieuws, want het artikel 'OS-starters zijn het wachten beu' uit de vorige Vice Versa voorspelde zwaar weer: ondanks de vergrijzing van de ontwikkelingssector krijgen jongeren weinig kansen om professioneel aan ontwikkelingssamenwerking deel te nemen. Op 27 februari bleek in ieder geval dat Europa openhartig met jongeren in gesprek gaat. Over de Millenniumdoelstellingen, de EC-programma's voor gezondheidszorg en onderwijs, NGO's en, als rode draad, over hoe jongeren hier actief en volwaardig aan bij kunnen dragen.

Wereldbank van Europa

Koos Richelle kan in drie zinnen de geschiedenis van ontwikkelingssamenwerking samenvatten: eerst was er het VN-ontwikkelingsfonds, toen de koude oorlog, waarin ontwikkelingslanden werden misbruikt, en daarna waren er de VN-toppen, met als absoluut summum de Millenniumdoelstellingen. Vooral de afgelopen tien jaar is er in de OS-wereld een gemeenschappelijk taalgebruik ontwikkeld met gedeelde normen en waarden ('niet die van Balkenende') op basis waarvan vele akkoorden zijn gesloten. Ondanks deze eensgezindheid planten individuele donoren nog steeds vlaggetjes, aangezien ontwikkelingshulp verantwoord moet worden en dus herkenbaar moet zijn. Gemeenschappelijk taalgebruik is dus niet genoeg. We moeten naar minder spelers op het OS-toneel, volgens Richelle, en de spelers die er zijn, moeten meer volgens één beleidslijn gaan werken. Als voorbeeld oppert hij een soort Wereldbank van Europa, waarin alle Europese donoren geld storten.

Coherentie binnen de ontwikkelingssector dus. De doelen voor de hele sector zijn er (de Millennium Development Goals, oftewel de MDG's), nu de uitwerking nog. Maar hier heeft de donorwereld een steekje laten vallen. Richelle: 'Helaas zijn we vergeten een businessplan op te stellen.' Er is geen eenduidige methodologie om de MDG's uit te werken, en dat terwijl de geloofwaardigheid van de donoren op het spel staat. Eigenlijk, zegt Richelle, hebben de donoren met deze misser hun eigen martelgang afgeroepen. De datum van de executie staat al vast: 2015. 'Er moet alleen nog een beul gevonden worden.' We willen heel graag streven naar en geloven in deze mooie doelen, maar weten nu al dat we ze nooit op tijd zullen halen. Eigenlijk is er dus weinig verschil tussen donorland en Disneyland, aldus Richelle: 'They're both about fairytales.'

Jongeren zijn broodnodig

Opvallend genoeg staat in het betoog van Richelle dus vooral coherentie tussen donoren centraal. Met geen woord rept hij over de coherentie binnen de EC, bijvoorbeeld die tussen het ontwikkelingsbeleid en het landbouw- en visserijbeleid. Bovendien is effectief ontwikkelingsbeleid misschien wel gebaat bij een diversiteit aan donoren en actoren, vanwege een grotere onderlinge ontvankelijkheid voor wat er in de ontwikkelingslanden speelt. Immers, het zijn totnogtoe niet de grootste multilaterale ontwikkelingsactoren die lokale situaties het beste inschatten.

Dit laatste erkent Richelle. Volgens hem is het coherentiedebat wel gevoerd onder donoren, maar nog niet met die andere ontwikkelingsspelers, de NGO's. NGO's hebben een sterke machtspositie in kleinschaligheid en kunnen zo lokale omstandigheden vaak beter inschatten dan grote donoren. Aan de andere kant creëren ze vaak onevenwichtigheid in ontwikkelingslanden door zich op te veel verschillende, vaak door persoonlijke ideologische motieven ingegeven, prioriteiten te richten. NGO's moeten dus ook meer volgens één algemene beleidslijn gaan werken.

Ook jongeren moeten zich volgens Richelle bij de Millenniumdoelstellingen aansluiten. Niet zomaar een beetje 'hobbyen' omdat je ideologisch bent ingesteld. Nee, OS is een professionele business. Het je kunnen verplaatsen in het leven van mensen in ontwikkelingslanden is een vereiste en het opdoen van ervaring cruciaal. Je kunt dan ook niet meteen op je vijfentwintigste, na je afstuderen, bij de EC aan de slag. Je moet het eerst maar proberen via bijvoorbeeld het VN-vrijwilligerskorps. 'Betekent dit dat jongeren niet nodig zijn bij de EC, terwijl zij juist voor een frisse blik en hernieuwd enthousiasme kunnen zorgen, wat immers nodig is voor het slagen van de MDG's?', vraagt een deelnemer. 'Nee hoor, jongeren zijn broodnodig!', aldus Richelle. Hij raadt ons dan ook zeker aan, nadat we enige ervaring hebben opgedaan, het concours (examen) om binnen te komen bij de EC te volgen. 'Het is terecht zwaar, maar zeker de moeite waard.' Koos Richelle laat het hierbij, hij moet weer verder, onze groep met gemengde gevoelens over de rol van jongeren achterlatend.

Aids als entreeticket

Bij de tweede en derde presentatie werden de voorbereide Powerpoints grotendeels achterwege gelaten en brandde er een vraaggesprek los over onderwerpen die veel jongeren dicht aan het hart liggen: gezondheid en onderwijs. Angeline Eichhorst, medewerker gezondheidszorg, benadrukte het belang van een coherent gezondheidsprogramma op de agenda van alle partners. De deelnemers vroegen zich vooral af in welke mate dat uiteindelijke programma inspeelt op de gezondheidsproblematiek in het Zuiden, bijvoorbeeld in verband met de aids-epidemie.

Aids is volgens Eichhorst aanvankelijk door de Amerikaanse president Clinton als veiligheidsprobleem op de ontwikkelingsagenda gezet. Daarna werd er meer in geïnvesteerd, vooral door donoren en bedrijven. Toch blijft het volgens haar cruciaal om te werken aan complete gezondheidsstelsels in OS-landen. 'Uiteindelijk sterven er nog steeds meer kinderen aan malaria dan aan aids.' Helaas kost het moeite om de ontwikkelingslanden zelf ervan te overtuigen gezondheidsthema's te kiezen voor steun. 'Die kiezen liever voor economie.' Om toch wat aan de gezondheidsstelsels van OS-landen te doen, kan de aandacht voor aids als een soort entreeticket worden gebruikt. Wil je dat effectief doen, dan moet de ontwikkelingsgemeenschap wel samenwerken. Eichhorst is het met Richelle eens dat ook de NGO's hierbij horen. Volgens haar doen NGO's goed werk, maar vaak te veel op zichzelf. Daarom zijn zij geen echte partners in ontwikkeling, maar 'early-warners' voor problemen. Dit moet veranderen, want de tijd tot 2015 begint te dringen. Jongeren kunnen hier ook uitstekend bij helpen. 'Er is een grote agenda op het gebied van gezondheidszorg en die is nodig ook. Je moet wel ambitieus zijn, anders red je het niet in dit werk.'

Meepraten afdwingen

Johan Stierna uit Zweden, onderwijsexpert, begint nog wel met zijn voorbereide presentatie, maar gaat ook al snel over op een groepsdiscussie over de obstakels op weg naar de Millenniumdoelstellingen op het gebied van onderwijs en 'Education for All'. Eén obstakel is de eenzijdige focus van veel donoren op het basisonderwijs. 'En het secundair en tertiair onderwijs dan?', vraagt Stierna zich af, alhoewel hij zich meteen verontschuldigt voor de gebruikte termen. Secundair en tertiair klinken te westers, en misschien willen Afrikaanse landen wel andere onderwijsstructuren ontwikkelen. Dit moet kunnen volgens Stierna, en daarom is een betere link tussen onderwijs en cultuur ook zo belangrijk. De antropologen in de groep knikken instemmend.

Dat gezegd, lijkt het raar dat de EC maar 6,2 procent van haar ontwikkelingsbudget uitgeeft aan onderwijs. Maar volgens Stierna creëert de EC met budgetsupport aan ontwikkelingslanden een ingangsbewijs waarmee donoren mee kunnen praten over beleid en dus gelden voor onderwijs kunnen afdwingen. Coherentie en harmonisatie zijn voor Stierna daarom belangrijk, maar hij geeft toe dat harmonisatie van beleid vaak niet is wat ontwikkelingslanden zelf willen. Immers: hoe meer stoelen de donorgemeenschap aan de gezamenlijke tafel bezet, hoe moeilijker het wordt om controle over je eigen budget te houden. Coherentie heeft dus vele gezichten.

Ambitie en voorbereiding

Onze laatste spreker, Pieter Bangma, werkt aan het verbeteren van de relatie tussen de EC, NGO's en het maatschappelijk middenveld. Wij als jongeren vinden dat we hierbij horen en luisteren verwachtingsvol naar wat hij ons te bieden heeft. Bangma legt uit dat samenwerking en dialoog met de 'civil society' sinds het verdrag van Cotonou verplicht zijn. Hier houdt Pieter de EU ook regelmatig aan, onder meer door 'mapping'-studies uit te voeren om te kijken hoeveel en wat voor soort NGO's zich in bepaalde landen bevinden. Daarnaast zijn er onder Bangma's vleugels richtlijnen ontwikkeld voor het 'omgaan met NGO's in OS-landen'.

Verschillende deelnemers willen tot slot wel eens weten hoe de EU haar vergrijzingsprobleem wil oplossen en hoe jongeren hierbij kunnen helpen. Helaas heeft het Directoraat Generaal Ontwikkelingssamenwerking volgens Pieter niet echt een specifiek jongerenbeleid. Wel is er een concours, een examen, om binnen te komen, maar we worden alvast gewaarschuwd: hier moet je je degelijk op voorbereiden. We krijgen wel nog de tip dat Den Haag Nederlanders helpt zich voor te bereiden op dit concours, omdat er momenteel te weinig Nederlanders in dienst zijn van de EC.

Kortom, de vier sprekers wijzen ons op ervaring, ambitie en een goede voorbereiding op het concours: dé voorwaarden om bij de EC aan de slag te kunnen en het vergrijzingsprobleem te helpen verlichten. Eigenlijk dus niet anders dan wat al in de vorige Vice Versa werd gezegd. Toch maakt de openhartigheid, de vele informatie en de goede ontvangst wel degelijk uit voor de groep. De deur lijkt hiermee open te staan, maar helaas betekent dit niet dat het gemakkelijk is om je voet ertussen te krijgen.



Reacties