Een handvol vragen: Maarten Brouwer

17-02-2009 Bron: IS Online
Maarten Brouwer

Wat levert 5 miljard euro Nederlandse ontwikkelingshulp op? Dit jaar rapporteert het ministerie van Buitenlandse Zaken hierover voor de derde keer aan de Tweede Kamer, die daarover debatteert tijdens Woensdag Gehaktdag, de derde woensdag van mei. Op het ministerie wordt driftig geschreven. Vijf vragen aan directeur Effectiviteit en Kwaliteit Maarten Brouwer van het ministerie.

Waarin verschilt de nieuwe rapportage van die van 2005 en 2007?
“We willen de bijdrage van het particuliere kanaal veel scherper krijgen: twintig particuliere organisaties hebben hun gegevens ter beschikking gesteld. Op de tweede plaats willen we de resultaten van de ontwikkelingshulp in een breder perspectief plaatsen, door meer impactstudies van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) in de rapportage te verwerken. Die gaan echt de diepte in. Verder willen we de hulp op een verhalende manier voor het voetlicht brengen: er komen mensen aan het woord en per hoofdstuk beschrijven we een landencase. Nieuw is ten slotte ook dat we aan alle acht millenniumdoelen een apart hoofdstuk wijden. Het rapport wordt dus dikker.”

Wie gaat de rapportage dan nog lezen?
“De rapportage is primair bedoeld voor de Tweede Kamer en een geïnteresseerd publiek. Voor het algemene publiek worden aparte producten ontwikkeld. Wij zien het gevaar dat een steeds dikkere rapportage communicatief aan kracht inboet. Vandaar dat de rapportage hierna nog één keer als papieren versie verschijnt, daarna zal hij web based worden.”

Het grote publiek wil exact weten wat er met de Nederlandse hulpeuro’s gebeurt.
“Daar heb ik alle begrip voor. Wel moet altijd worden bedacht dat de een-op-een verbinding tussen de Nederlandse hulp en de effecten in ontwikkelingslanden niet causaal is vast te leggen, doordat ontwikkelingssamenwerking steeds meer een gezamenlijke inspanning is van vele donoren en met veel partijen in ontwikkelingslanden. Dat ontslaat ons niet van de verplichting de resultaten zo inzichtelijk mogelijk te maken. Je kunt wel stellen dat de Nederlandse financiële bijdrage aan een ontwikkelingsland groter is, als de geboekte resultaten aanwijsbaar meer aan Nederland toegeschreven kunnen worden. Dat staat op gespannen voet met de Nederlandse behoefte om in veel landen een bijdrage te leveren aan veel processen. Als je breed inzet, kun je weinig vlaggen planten.”

Volgens VVD’er Arend-Jan Boekestijn zijn de rapportages niet onafhankelijk, in tegenstelling tot de Engelse. Heeft hij een punt?
“De Engelse resultatenrapportage wordt weliswaar extern geschreven, maar op basis van informatie van het ministerie. Bovendien suggereert Boekestijn met zijn roep om een onafhankelijk onderzoek dat het om een evaluatie gaat, terwijl wij de resultaten communiceren. Evalueren is een taak van de IOB.”

Hebben de vorige resultatenrapportages tot het gewenste debat geleid?
“Ik ben teleurgesteld dat mensen blijven roepen dat er geen resultaten worden geboekt met ontwikkelingsgeld. Dat is niet de diepte die het debat zou moeten hebben. Er wordt wel degelijk het een en ander bereikt, maar soms nog veel te weinig, zoals bij millenniumdoel 5 (veilig moederschap; red.). We moeten steeds bezien of die verbetering voldoende is en hoe de relatie ligt met het geld dat Nederland jaarlijks investeert. Dat is een terechte discussie, die we graag aangaan.”

Han van de Wiel

Han van de Wiel is een Nederlandse journalist die zich gespecialiseerd heeft...

Lees meer van deze auteur >

Reacties