‘Een dorpeling die niet voor de overheid werkt, heeft niets aan hulp’

14-10-2004
Door: OneWorld Redactie

Effectiviteit van ontwikkelingshulp meten is belangrijk maar kan alleen als je weet wat je meet. En aan die kennis ontbreekt het nog steeds in de ontwikkelingssector, stelt Dif. Bijkomend probleem is dat veelbelovende resultaten van jaren ontwikkelingshulp in korte tijd kunnen worden tenietgedaan door een militaire coup, natuurramp of simpel wanbeleid. Maar overheden en ontwikkelingsorganisaties hebben zich met bureaucratische procedures en verkwisting van geld ook een manier van werken eigen gemaakt die in ontwikkelingslanden kwaad bloed heeft gezet.

Dif citeert de Guinese econoom Mouctar Diabaté. ‘Ik kan je in vijf minuten aantonen waar mijn regering fraudeert en geld laat weglekken. En dat gat… financieren jullie, de rijke landen. Wanneer houden jullie daar nou eindelijk eens mee op.’

De frustratie van Diabaté was voor Kees Terhelle de reden om uit de wereld van grote ontwikkelingsprojecten te stappen. Hij maakte mee dat het Tanziaanse ministerie van Water een waterproject traineerde. Hij is het die zegt: ‘Als je mij vraagt, wat heeft een dorpeling die niet voor de overheid werkt aan ontwikkelingshulp, dan denk ik, niks.’

Terhelle begon een eigen bedrijf. ‘Ik ben commerciëler geworden, ook omdat ik denk dat het beter bijdraagt aan de ontwikkeling van een land. Je kunt ook een keer zeggen tegen Tanzania: je gaat het nu maar eens in orde maken anders krijg je geen geld meer.’

Bouten- en moerendraaiers

Rinus van Klinken blijft voorlopig de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV trouw, ondanks alle modes waaraan de ontwikkelingswereld volgens hem lijdt. ‘ Vroeger hadden we politieke discussies. Dat is helemaal verdwenen. SNV is een technische organisatie geworden, een beetje bouten- en moerendraaiers. We zullen in het debat over armoede duidelijker ons standpunt moeten aangeven. Armoede wordt niet bestreden door twee, vijf, acht, twintig of honderd mensen een beter bestaan te bieden. Armoede bestrijd je door de maatschappij op een andere manier in te richten.’ Als voorbeeld noemt hij de oprichting van pre-nursery scholen voor Masai kinderen die voorbereid worden op onderwijs in KiSwahili.

Daarover is Henri van der Land anders gaan denken. Hij verliet de SNV en bereidt nu als consultant joint ventures voor tussen Nederlandse en Tanzaniaanse bedrijven. ‘Ik heb wel het idee dat ik met die overstap van ontwikkelingsorganisaties naar het bedrijfsleven een wereld van virtual reality uitstap. Ons hart ligt bij de kleine boer. Ik geloof in het overdragen van kennis en kapitaal aan degenen die de kwaliteiten en het talent hebben. Ontwikkeling zit heel erg op dat individuele niveau.’

Het book-a-zine Dif verscheen vorig najaar voor het eerst. De nieuwe editie wordt donderdagavond in Rotterdam gepresenteerd en is vanaf dit weekeinde in de winkels verkrijgbaar.

color=red>

Dif

Reacties