’Echte NGO’s eten niet van twee walletjes’

24-03-2005
Door: Nico Hammelburg
Bron: OneWorld

Geoff Prescott (41) was onder meer drie jaar lang directeur Operaties. Hij heeft veldervaring opgedaan in Somalië, Afghanistan, El Salvador. Als leraar Engels in Darfur, Sudan, kwam hij in 1985 op bizarre wijze voor het eerst in contact met Artsen zonder Grenzen.
'Tijdens een vakantie wandelde ik in een berggebied, de Jebel Mara. Boven op een uitgewerkte vulkaan gleed ik uit en viel meer dan 100 meter naar beneden. Ik raakte ernstig gewond en verloor het bewustzijn. Een vriend, met wie ik wandelde, ging op hulp uit, maar slaagde daar pas na een aantal dagen in, zo groot zijn de afstanden daar. Hulpverleners vlogen mij via Sudan naar Londen. De mensen die mijn leven redden waren van Artsen zonder Grenzen.

In Engeland moest ik maanden plat liggen, tijd genoeg om over mijn leven na te denken. Ik had Internationale Betrekkingen gestudeerd, maar dat vond ik te abstract om de wereld te verbeteren. Ik zocht concreet werk dat daadwerkelijk een bijdrage zou zijn om de problemen in de Derde Wereld te lijf te gaan. Maar ik vond dat ik verbazingwekkend weinig talenten in huis had. Ik besloot tropisch verpleegkundige te worden in een ziekenhuis. Dat leek me nuttig.

In 1990 kreeg ik een baan bij Artsen zonder Grenzen in Nederland. Ik realiseerde me al gauw, als een soort levensles, dat het goed is je te omringen met mensen die veel intelligenter zijn dan jijzelf. Mensen met talent hoef je alleen maar op de juiste plek neer te zetten en ze functioneren fantastisch. In dat opzicht ben ik in de jaren bij Artsen zonder Grenzen veel buitengewone mensen tegengekomen. Onder de mensen die wij uitzenden als ook onder diegenen die wij ter plekke inhuren. Ook als hoofd van de missie in diverse rampgebieden heb ik altijd geprobeerd het beste uit de mensen te halen.'

In uw dagelijks werk wordt u voortdurend met het lijden van mensen geconfronteerd. Hoe gaat u daarmee om?
'AzG was één van de eerste organisaties die psychologen in dienst namen, full-time. Iedereen gaat naar hen toe. Of je je nu ziek of gelukkig voelt, op kantoor zit of net van een moeilijke missie terugkomt... Begin jaren negentig zei een psycholoog tegen mij: "je kunt van jezelf denken dat je een harde jongen bent, maar vergelijk jezelf maar met een beker. In de loop van de tijd zul je zoveel ellende zien dat de beker vol raakt. Als die niet wordt geleegd, stroomt hij over. Je moet leren jezelf te beschermen.Wees bewust van wat je ziet en meemaakt en denk daar over na.Laat je niet meeslepen door menselijk leed. Ga bij jezelf na, wat je concreet kunt doen".'

En als je iemand ziet sterven?
'Dat is ontzettend frustrerend. Je voelt je machteloos. Het gevoel dat je faalt, ken ik heel goed. Verder maak ik voortdurend bewust keuzes. In Rwanda heb je overal plekken, waar de doden herdacht worden. Daar ga ik nooit naar toe. Maar AzG houdt nauwkeurig bij hoeveel mensen er om het leven zijn gekomen. We tellen dus de nieuwe graven. Ik weiger om dat soort werk te doen, want het deprimeert me. Ik hoor wel van anderen, wat de uiteindelijke aantallen zijn. Ook op tv heb je gruwelijke reportages over Congo, Irak en Darfur. Zodra ik daarmee word geconfronteerd, zet ik het toestel uit.'

Maar als je ter plekke bent, kun je niks uitschakelen.
'Dat is waar, maar waar mogelijk probeer ik mijzelf, geestelijk, te beschermen.'

Inmiddels is het twintig jaar na uw eerste kennismaking met Darfur. Hoe kijkt u nu tegen de situatie daar aan ?
'AzG probeert wereldwijd het lijden van de mensen te verlichten en levens te redden. Wij nemen geen politieke standpunten in, in tegenstelling tot vele andere internationale organisaties. In Darfur zorgen we voor gezondheidszorg, sanitaire voorzieningen en schoon water. Als we schendingen constateren van het Verdrag van Genève en burgers worden aangevallen, dan geven we dat door aan de verantwoordelijke internationale instellingen. Recentelijk hebben we de VN gemeld dat veel vrouwen in Darfur worden verkracht, wanneer zij buiten de vluchtelingenkampen hout aan het zoeken zijn.'

Een hoge ambtenaar van de VN, Jan Egeland, onthulde vorige week dat in Darfur de afgelopen anderhalf jaar geen 70.000 doden zijn gevallen, maar bijna 200.000. Geen oorlogsslachtoffers in directe zin, maar mensen die overlijden aan ziektes die goed zijn te bestrijden. Wat vindt u daarvan?
'Ik schrik van dergelijke aantallen, maar we hebben al een groot team ter plaatse. We denken erover om nog meer mensen te sturen. Ik moet er wel bij aantekenen dat we nog nooit zo lang met zoveel mensen op één locatie zijn geweest. Als de situatie ergens is verbeterd, dragen wij gewoonlijk de zaak over aan internationale partners. Wij verhuizen dan naar gebieden die riskanter zijn.'

Doen jullie dus alleen maar noodhulp?
'Bij noodhulp denken mensen dat we van de ene ramp naar de andere hollen. Dat is absoluut onwaar. In Sudan werken we bijvoorbeeld al meer dan twintig jaar. Ook in Congo zitten we al jaren. Maar als wij het idee hebben, dat de situatie ergens redelijk stabiel is, vertrekken we naar situaties, waar onze expertise beter van pas komt.'

Artsen zonder Grenzen  is een grote organisatie; Nederland is één van de negentien afdelingen. Als er een ramp gebeurt, wie neemt er dan het voortouw?
'Niemand. Iedereen die wel eens voor een grote internationale organisatie heeft gewerkt, weet hoe die dingen gaan. We hebben een ongebruikelijke manier van werken. Vijf van onze secties geven leiding aan de grote projecten (Amsterdam, Brussel, Parijs, Barcelona  en Genève). Zij opereren alle vijf onafhankelijk en nemen hun eigen beslissingen. Maar om dubbel werk te voorkomen, zijn we natuurlijk voortdurend met elkaar in contact.Waar mogelijk ondersteunen we elkaar.'

Na de tsunami-ramp in Azië heeft AzG als enige organisatie besloten dat het geen geld wilde hebben van de Samenwerkende Hulporganisaties. AzG vond dat er voldoende fondsen waren binnengekomen. Kunt u deze beslissing toelichten?
'Geld is voor ons belangrijk. Iedere euro wordt door onze donateurs persoonlijk aan ons toevertrouwd en van hun goede gaven zijn wij in hoge mate afhankelijk. Dit in tegenstelling tot veel andere Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die geld van de overheid ontvangen. Van onze middelen komt 70 procent van het grote publiek. Het geld wordt met een bepaald doel gegeven. Anders dan belastinggeld, dat bij de regering of de EU terecht komt. Daarbij heb je niets te zeggen over waaraan het wordt uitgegeven. Iedere cent die wij van een donateur krijgen moet dus op een zinnige manier worden besteed.
Wat betreft de tsunami, hadden we uitgerekend hoeveel geld we nodig zouden hebben voor de hele operatie. Vergeet niet dat we al teams hadden in de landen die getroffen waren en zodoende goed konden bepalen wat de kosten zouden zijn. Op een gegeven moment zagen de negentien afdelingen van AzG dat het benodigde geld binnen was en dan moet je het publiek ook geen geld meer vragen, als je het toch niet kunt uitgeven.'

Zegt u daarmee dat de andere partners binnen de Samenwerkende Hulporganisaties te veel geld hebben binnengehaald?
'Nee, iedereen moet zijn eigen financiële afwegingen maken. Ik wil wel benadrukken dat we geen cent van de SHO hebben geaccepteerd. De hele hulpinspanning hebben we als internationaal werkende organisatie zelf bekostigd.'

Alleen in Nederland bedroeg de opbrengst van de tsunami-actie al meer dan 180 miljoen euro? Een bepaald bedrag hadden jullie toch kunnen accepteren ? Waarom leggen jullie de morele lat zo hoog?
'Dat heeft niks met moraliteit te maken. Wij willen als organisatie graag zelf onze broek ophouden en de geloofwaardigheid naar onze donateurs toe is zeer belangrijk.We zullen ook in de komende anderhalf jaar voortdurend verslag uitbrengen, hoe we het geld besteden.'

Over geld gesproken; u bent jarenlang de baas geweest van de Engelse hulporganisatie voor internationale gezondheidszorg en noodhulp Merlin. U hebt daarvan een zeer kostenefficiënte club gemaakt, waarbij 95% van het geld daadwerkelijk aan hulp wordt uitgegeven. Gaat u dat in Nederland ook proberen?
'Bij Merlin probeerden wij heel erg precies over te brengen, wat ons werk inhoudt: wij redden levens. Zo'n eenvoudige benadering werkt direct. Bij AzG ligt dat complexer. Bij Darfur is geld een middel, maar geen doel. Daarvoor is een burgeroorlog een veel te ingewikkelde zaak  Hetzelfde geldt voor Tsjetsjenïe en Congo. Informatie verspreiden om mensen bewust te maken blijft onze speerpunt. Daarmee kun je het publiek op een eenvoudige manier voor de goede zaak warm maken.'

De belangrijkste ontwikkelingsorganisaties in Nederland leven in onmin met minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking, omdat zij in de toekomst zelf 25 procent van hun budget bij elkaar moeten krijgen. Hoe kijkt u tegen dit conflict aan?
'Als je jezelf een niet-gouvernementele organisatie (NGO) noemt, kun je niet van twee walletjes eten. Je hoeft niet volstrekt onafhankelijk van de overheid te worden.

Voor bepaalde programma's stappen wij ook naar Den Haag of naar de E.U., maar om geld te vragen voor je hoofdkantoor of organisatieopbouw, dat gaat me te ver. Dan ben je je onafhankelijkheid kwijt.'

Maar het is toch ook een moeizaam gevecht om onder het grote publiek geld in te zamelen...
'Het is inderdaad een economisch gegeven dat er een beperkte hoeveelheid geld is dat we dat allemaal willen hebben. Maar dat is geen reden tot vijandigheid, want we werken tenslotte allemaal voor een goed doel. Wij proberen dan toevallig levens te redden, de anderen redden het regenwoud, proberen de armoede te bestrijden etc.

Er zijn vele manieren, waarop je aan fondswerving kunt doen. Al werken we allemaal op een ander gebied, soms overlappen onze werkzaamheden elkaar. Ik sta open voor samenwerking, maar op een praktische basis.'

Ik hoorde dat het laatste boek dat u gelezen heeft, Pity The Nation van Robert Fisk was. Dat handelt over het Palestijnse conflict. Bent u erdoor geraakt ?
'Zeker. Het gaat me niet om de politiek in het Midden-Oosten, maar om het lot van de gewone burger. Mensen die bekneld zijn geraakt  tussen de politieke agenda's van ontelbare betrokken partijen. Zij kunnen geen kant uit. Voor mensen zoals zij, zet ik mij in.'

 

Reacties