Advertentie

Flag-Banner_B

Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

In oktober 2015 waren honderd miljoen mensen op de wereld van de ene op de andere dag niet meer arm. Toch hadden ze niet plotseling de loterij gewonnen, er stond geen zak geld op de stoep en de supermarkt deelde geen gratis eten uit. In het dagelijks leven van deze mensen was eigenlijk niets veranderd. De voorraadkast was niet voller dan de dag ervoor en bijna iedereen moest die dag weer hard aan het werk om zijn of haar gezin te onderhouden.

Wat is er die nacht dan wel veranderd? In de nacht van 4 op 5 oktober heeft de Wereldbank de internationale armoedegrens verlegd van 1,25 dollar naar 1,90 dollar. Op het eerste gezicht lijkt het dus alsof de Wereldbank besloot dat de oude armoedegrens te laag lag, en er dus veel meer mensen arm zijn dan tot nu toe werd gedacht. Toch klopt dit niet, want het aantal arme mensen verminderde die nacht. Hoe zit het dan wel? En heeft het stellen van een internationale armoedegrens wel nut?

Zo meten we armoede

In 2001 stelden de Verenigde Naties (VN) de Millenniumdoelen op; een ervan is de mondiale armoede voor 2015 te halveren. Daarom wilden ze wereldwijd over langere tijd armoede meten. Maar hoe doe je dat?

Volgens Hermanus Rietveld van het Nederlandse Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) zijn er over het algemeen twee manieren om armoede af te bakenen. “Armoede kun je absoluut en relatief meten. Het voordeel van een absolute armoedegrens is dat die zichtbaar maakt of armoede over langere tijd toe- of afneemt. Het voordeel van een relatieve grens is dat die laat zien wat de algemene welvaart in een land is, en hoe groot de inkomensverschillen zijn.”  Om die reden gebruikt de Wereldbank de absolute grens.

Maar nationale en internationale armoedemetingen laten elk andere cijfers zien. De internationale grens ligt meestal stukken lager dan de nationale. Hoe komt dat?

Armoede meten

Armoede wordt meestal op twee manieren gemeten. Absolute armoede ligt op $1,90 per dag. In Nederland wordt gebruik gemaakt van de lage-inkomensgrens van het CBS die voor een alleenstaande op iets meer dan 1000 euro per maand uitkomt. De groei of afname over een langere tijd (trend) wordt zichtbaar, maar de algemene welvaart in een land ­–hoeveel mensen er in de rijke of de middenmoot zitten – blijft onzichtbaar. Relatieve armoede wordt in de Europese Unie berekent aan de hand van het mediane inkomen en gecorrigeerd op bijvoorbeeld inflatie. Het voordeel is dat de algemene welvaart  zichtbaar wordt, maar de trends worden minder goed meetbaar.

Francisco Ferreira van de Wereldbank heeft meebeslist over de hoogte van deze internationale armoedegrens. Vanuit Washington vertelde hij OneWorld hoe die wordt berekend: “We nemen het gemiddelde van de nationale armoedegrenzen van de armste vijftien landen, en we vertalen de waarde, oftewel de koopkracht, daarvan naar de  Amerikaanse dollar. Die berekening maken we eens in de zoveel jaar opnieuw; we kijken naar inflatie en koopkracht van de dollar. Ook hebben we opnieuw naar de nationale armoedegrenzen van dezelfde arme landen gekeken. Toen kwamen we uit op 1,90 dollar.”

Volgens de internationale armoedegrens leven in sommige landen bijna geen mensen onder de armoedegrens (veel landen rondom het 0% in het midden)

Volgens de nationale armoedegrens leven meer mensen onder de armoedegrens (veel landen verder van het 0% in het midden)

Jason Hickel, antropoloog van de London School of Economics, is kritisch over de hoogte van deze grens. “De meeste wetenschappers vinden dat $1,90 niet genoeg is om van te leven. In bijvoorbeeld Latijns-Amerika al heb je minstens 6 dollar per dag nodig.”

Leven van 1,90 dollar per dag

“Belangrijk is dat je van dat minimumbedrag een setje basisbehoeften kunt kopen”, aldus Rietveld. Wat is dat setje basisbehoeften dat de Wereldbank als minimum heeft vastgelegd? Je moet van $1,90 voedsel, kleren, onderdak en voorzieningen betalen. Als je zelf wat maïs verbouwt, rekent de Wereldbank dat bij je inkomen per dag. En wat kun je doen van omgerekend 1,90 dollar?

It is expensive to be poor

In één van ’s werelds armste landen, Burundi, ben je wanneer je melk en rijst hebt gekocht, al snel halverwege dat bedrag. En al zijn melk en rijst in Nederland tweemaal zo duur als in Burundi, Nederlanders verdienen gemiddeld ruim zestig keer zoveel. Bovendien kun je volgens Jason Hickel uitgaven tussen rijk en arme mensen moeilijk vergelijken. Arme mensen besteden gemiddeld 70 procent van hun inkomen aan voedsel, tegenover ongeveer 30 procent bij rijke mensen. En grote verpakkingen zijn relatief goedkoper, maar arme mensen kunnen niet ineens zoveel tegelijk kopen – rijke mensen wel. It is expensive to be poor, schrijft hij in zijn boek ‘The Divide’ (2017) ‘ Wat zegt de internationale armoedegrens dan wel?

Ferreira is het met Hickel eens dat 1,90 dollar echt de ondergrens is, en dat een leven met zo weinig geld ellendig is. Maar hij vindt zo’n lage grens niettemin zinvol. “Er zijn 770 miljoen mensen die minder dan dit bedrag per dag te besteden hebben. Daar willen we ons eerst op richten.” Maar ook hij vindt dat die grens weinig zegt over armoede in rijkere landen. “Daarom heeft de Wereldbank dit jaar twee nieuwe armoedegrenzen gelanceerd. Die zijn berekend aan de hand van de nationale armoedegrenzen van lagere en hogere middelinkomen-landen. Die liggen respectievelijk op 3,20 dollar en 5,50 dollar per dag.”

De internationale armoedegrens

De Wereldbank meet armoede via de internationale armoedegrens . Dit is een absolute grens, en betreft het bedrag dat iemand per dag te besteden heeft. Momenteel ligt deze grens op 1.90 dollar per dag. Het gaat om de waarde die 1,90 dollar had in 2011 in de Verenigde Staten. Dat betekent dus wat je in 2011 in de VS met 1,90 dollar kon kopen, en daar het equivalent van voor andere landen. De Wereldbank meet hoeveel mensen onder deze lijn vallen als percentage van de bevolking, zowel per land als internationaal.

De ethische armoedegrens

Ook Jason Hickel vindt een absolute internationale armoedegrens zinvol. “Maar”, zegt hij lachend, “als we dan zo’n lage lijn gebruiken, moeten we niet op basis daarvan concluderen dat de armoede is gedaald. Want het grootste deel van de mensen heeft niet blijvend de mogelijkheid om in hun basisbehoeften te voorzien.” Hij noemt de ethische armoedegrens van Peter Edward (Newcastle University) een beter alternatief. “Edward komt uit op 7,40 dollar per dag. Dat bedrag is nodig om een normale levensverwachting te hebben, om basisvoedingsstoffen binnen te krijgen en om minder kindersterfte te bereiken. En let op: het aantal mensen met minder dan 7,40 dollar per dag is wereldwijd 4.3 miljard mensen. Dat aantal is de afgelopen decennia gestegen, het is vier keer meer dan de Wereldbank ons doet geloven, en 60 procent van de wereldbevolking!”, aldus Hickel.

Koopkrachtberekeningen discrimineren arme mensen

Volgens de antropoloog zijn er meer kanttekeningen te plaatsen bij de internationale armoedegrens. In 2015 verhoogde de Wereldbank de grens van 1,25 naar 1,90 dollar. Het lijkt zodoende alsof die werd verhoogd. “Maar nee, die verhoging is vooral het resultaat van de inflatie van de dollar”, zegt Hickel direct. Is 1,25 dollar in 2005 dan het equivalent van 1,90 dollar in 2011? “Ook niet, want de koopkracht discrimineert arme mensen. Koopkracht meet de inflatie over de hele linie; maar de voedselprijzen stijgen altijd sneller dan de prijs van andere producten. En arme mensen besteden het grootste deel van hun geld aan voedsel; veel meer dan rijkere mensen. In feite was 1.90 dollar in 2011 voor arme mensen mínder waard dan 1.25 dollar in 2005; welbeschouwd heeft de Wereldbank de armoedegrens dus verlaagd in 2015. Erg misleidend!” Daarom zaten 100 miljoen mensen plotseling boven de grens, zonder dat hun leven er een sikkepit was verbeterd.

Het maakt dus nogal uit welke armoedegrens je kiest. Hoewel een absolute grens zinvolle ontwikkelingen laat zien, zoals de wereldwijde groei of afname van armoede, is het belangrijk te blijven nadenken welke impact de hoogte van zo’n grens heeft. Bovendien biedt zo’n grens weinig zicht op realistischer aantallen en percentages van mondiale armoede. Of het verantwoord van de VN om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (de opvolgers van de Millenniumdoelen) op de grens van 1,90 dollar te meten, blijft de vraag. In ieder geval zullen minstens 4.3 miljard mensen blijven hopen op een eerlijkere wereld.

bewlg3-090303

Jaël In 't Veld

Schrijft over migratie en ongelijkheid.
Profielpagina

Advertentie

Rectangle-Banner_B

Advertentie

WeDo2030