Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In de schemering lijkt Malinka in het noorden van Sierra Leone wel een dorpje op een andere planeet. Zo ver het oog rijkt liggen akkers met suikerriet, roodgekleurd onder een dikke laag stof van de zandweg. Naast de eindeloze velden rijst een fabriek op als een ruimtestation met veelkleurige lichten. Hier is het Zwitserse bedrijf Addax Bioenergy sinds dit jaar bezig met het opzetten van een fabriek om biobrandstof van suikerriet te maken.

Het dorp lag nog midden in de bossen toen voormalig boer Bashuro Conteh (45) hier geboren werd. Hij draagt een vissershoedje en er hangen drie kinderen aan zijn broek. “Ik verbouwde cassave op een stuk grond dichtbij mijn huis. Nu repareer ik de waterleidingen voor het suikerriet. Het is seizoenswerk voor drie maanden per jaar. De rest van het jaar bestaat uit wachten en vissen.” Zo probeert Conteh de laatste drie jaar zijn familie te onderhouden, sinds hij niet meer op de velden terecht kan omdat overal om hem heen suikerriet geplant is. Zijn vrouw boert nog steeds, op een stukje grond dat bij het dorp hoort. Maar door ruimtegebrek kan het gezin daar niet genoeg verbouwen om van te leven.

Bedrijven die grond kopen in ontwikkelingslanden zijn vaak van goede wil, volgens minister Ploumen, maar ze lopen tegen onduidelijkheden en gebrek aan lokale regelgeving aan. De minister sprak deze week met banken, pensioenfondsen, bedrijven en NGO’s over de bestrijding van landroof. Aan de deelnemers is tijdens de ontmoeting gevraagd om suggesties voor casestudies aan te leveren: problemen en uitdagingen waar bedrijven lokaal tegen aanlopen bij het kopen van land. De uitkomsten van de bestudeerde case-studies vormen de basis voor een high level dialoog in 2015. De minister “is ervan overtuigd dat bescherming van landrechten én economische groei, voor zowel de bevolking als de betrokken bedrijven, hand in hand kunnen gaan”.

Het land leiden als een bedrijf

Conteh is niet de enige die de grond om zijn huis drastisch ziet veranderen. Buitenlandse investeerders kopen wereldwijd in rap tempo land op, met name in Afrika. Deels is dat een gevolg van de wereldwijde stijging van voedselprijzen sinds 2007. Maar ook door de toenemende interesse in palmolie en suikerriet voor biobrandstof zien steeds meer bedrijven landbouwgrond als een goede investering.

Sierra Leone is populair omdat het in een regenrijke zone ligt, en president Koroma werkt graag mee met buitenlandse bedrijven. Nadat door de burgeroorlog tussen 1991 en 2002 jarenlang iedere ontwikkeling stil heeft gelegen, is hij nu vastbesloten om “het land te leiden alsof het een bedrijf is”. De online landbezitmonitor landmatrix.org plaatst Sierra Leone in de top tien van landen waarvan wereldwijd het grootste aantal hectare in buitenlandse handen is.

De komst van bedrijven kan nieuwe banen in het land opleveren.Maar tegelijkertijd roept het wel een in de Afrikaanse context vaak lastige vraag op: Wie heeft het recht om land te verkopen?

Spelregels van landbezit
Het huidige systeem van landbezit in Sierra Leone is een erfenis uit het koloniale verleden. Het land in en rond de hoofdstad maakten de Britten bezit van de regering. Die grond mag gekocht en verkocht worden. In de rest van het land ligt het anders. Daar is de grond niet te koop, en mag alleen overgeërfd worden binnen landbezittende families. De paramount chief, het traditionele hoofd van een groep dorpen, is de ‘hoeder’ van dit land. Hij beheert het uit naam van de families. Deze spelregels wekken op papier de indruk van een overzichtelijk systeem, maar in de dagelijkse werkelijkheid worden ze continu geschonden. Wie het recht heeft om een stuk grond te gebruiken is een populair onderwerp van ruzies. Twee familieleden verhuren bijvoorbeeld hetzelfde stuk grond aan meerdere personen tegelijk. Of een huis wordt door de grondbezitter opnieuw verkocht terwijl er al iemand in woont, omdat de nieuwe bieder bereid is om meer te betalen. Het is dus niet overdreven dat veel mensen een bord in hun tuin zetten met de tekst: “This house is not for sale. Trespassers will be prosecuted”. En ook de paramount chiefs houden zich vaak niet aan de spelregels. Hoewel het landbezit buiten Freetown bij families en gemeenschappen ligt, beslissen zij en de regering in de praktijk toch vaak wat er met de grond gebeurt. De gebieden zijn vaak ook niet in kaart gebracht, waardoor het ook nog eens lastig wordt om zicht te hebben om hoeveel grond het precies gaat.

Wie is hier nou eigenlijk de baas?
Dat dit alles tot verwarrende situaties kan leiden als er een buitenlands bedrijf aanklopt, blijkt wel uit het voorbeeld van Addax Bioenergy. De Zwitsers hopen een voortrekkersrol te spelen als bedrijf dat zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Afrika. Ze nemen zoveel mogelijk lokale mensen in dienst, en ze hebben een speciaal programma dat boeren leert om te schakelen naar gemoderniseerde landbouwtechnieken. Daarvoor hebben ze rijstvelden ter beschikking gesteld aan de gemeenschappen. Maar de manier waarop het bedrijf in de levens van de boeren is gekomen, is tekenend voor hoeveel miscommunicatie er aan te pas kan komen volgens Lanzana Sowa.

Hij werkt bij het Sierra Leonean Network on the Right to Food (Silnorf), een samenwerkingsverband van lokale organisaties die zich met voedselzekerheid bezighouden. “Addax heeft eerst een contract getekend met de regering. Pas daarna zijn er lokale mensen uit naam van het bedrijf toestemming gaan vragen aan de landbezittende families. Die mensen hebben een veel te rooskleurig beeld geschetst. Waarschijnlijk zonder medeweten van Addax hebben ze vergaande beloftes gedaan.” Iédereen zou een baan krijgen, en niémand zou meer honger hebben. De meeste mensen stemden toe om hun land te verhuren, soms wel voor een periode van 99 jaar. Sowa: “Dorpelingen tekenden het contract vaak uit onwetendheid, of onder druk van de autoriteiten. Nu zijn ze veelal teleurgesteld en verbaasd als wij uitleggen wat ze precies hebben getekend: ‘Heb ik dáár ja tegen gezegd?’.”

“Er is zoveel te regelen als je een nieuw bedrijf opzet. Communicatie is dan misschien niet de eerste prioriteit” zegt Eric Bouvier hierover in zijn werkkamer. Hij werkt voor Mae Green, een Nederlandse onderaannemer die Addax van landbouwmachines voorziet. Starend naar een kaart vol rietsuikercirkels verzucht hij: “Bij grote ondernemingen als deze zijn er altijd wel dingetjes die niet gaan zoals je zou willen. Maar ik geloof in de oprechtheid van dit project. Bovendien betaalt Addax gewoon huur aan de families van wie de grond is.”

Recht om mee te beslissen
Maar huur betalen is niet voldoende, vindt Sowa. Het gaat hem erom dat de landbezittende families echt erkend worden als eigenaren van de grond. Dat betekent dat ze moeten kunnen aanschuiven aan de onderhandelingstafel. Sowa: “Het bewustzijn moet groeien dat ze zelf een huurprijs voor hun land mogen bepalen, in plaats van dat de regering en het bedrijf dat over hun hoofden doen. En dat ze het recht hebben om ‘nee’ te zeggen als ze er niets in zien om hun land te verhuren. Niet iedereen beseft dat nog.”

Bovendien profiteert niet iedereen van de huur. Voormalig boer Conteh valt tussen wal en schip, omdat hij landgebruiker is en geen landeigenaar. Hij bezit geen eigen land maar mocht zijn gewassen verbouwen op de grond van andere families. Die krijgen een financiële compensatie omdat hun land nu vol staat met suikerriet. Maar Conteh krijgt geen geld, én heeft geen toegang meer tot de velden. Voor vrouwen geldt hetzelfde, volgens Silnorf. Zij mogen geen land bezitten.

Grond gebruiken is grond bezitten?
Een ander misverstand wordt veroorzaakt door verschillende visies op wat grond bezitten en gebruiken betekent. De regering Koromo verspreidt een beeld van het Sierra Leone als een land vol ongecultiveerde lappen grond, die liggen te wachten tot een buitenlandse investeerder er eindelijk iets op komt verbouwen. Volgens Joseph Saffa, ook werkzaam bij Silnorf, is niets minder waar. Tweederde van de boeren gebruikt volgens hem het ‘bush fallow’ landbouwsysteem. Dat betekent dat een lap grond gebruikt wordt tot die niet meer vruchtbaar is. Dan laat de boer de grond 10 tot 15 jaar met rust, en gaat op een andere plek verder. In die tijd krijgt de grond de kans om zich te herstellen. Een veld lijkt er dus misschien ongebruikt bij te liggen, maar de boer heeft het wel nodig.

Het systeem vereist meer land dan nodig zou zijn bij geconcentreerde landbouw. Als onderdeel van hun programma leert Addax boeren op aangewezen stukken land werken met zaad en meststof van Addax. Het bedrijf ploegt zelfs machinaal de grond voor hen om. Dat scheelt een hoop werk, maar het probleem is dat dit bewerken van de grond voor de boeren samenhangt met het bezitten van de grond. Sowa: ‘Dat veld is niet van mij, maar van Addax’ zeggen veel boeren. Daarom voelen ze zich niet verantwoordelijk voor de gewassen, die worden dus verwaarloosd.

Ruzie
De relatie tussen het bedrijf en de lokale bevolking is wel in ontwikkeling, volgens Joseph Lamin van Amnesty International Sierra Leone: “Dorpelingen beginnen door te krijgen dat ze kritisch moeten zijn als er iemand langskomt die interesse toont in hun grond.” Een goed voorbeeld is Massetleh. De paramount chief van dat dorp had al een contract getekend met Addax toen de bevolking aangaf niet ál hun land te willen afstaan. Omdat de suikerriet in cirkels geplant wordt, was eigenlijk maar een deel van het land rondom het dorp echt nodig. Addax ging uiteindelijk akkoord en gaf een deel van het land terug. Maar daar ging wel een jaar van ruzie met de regering aan vooraf. Lamin: “Het is mooi dat mensen voor zichzelf opkomen, maar het is ook een potentiële bron van conflict in de toekomst.”

Ondertussen breidt Conteh’s dorp tussen de suikerrietvelden zich steeds verder uit. Aan alle kanten worden huizen bijgebouwd door mensen die hopen bij de fabriek aan de slag te kunnen. Conteh’s nieuwe buurjongen, Suleyman, doet hetzelfde werk voor Addax: “Ik ben blij dat het bedrijf is gekomen. Ik heb hiervoor mijn bestaan als motortaxichaffeur opgegeven. Alleen jammer dat het werk altijd tijdelijk is, en het salaris mag ook wel wat hoger.” Ondanks dat de omstandigheden niet ideaal zijn, ziet Conteh zichzelf de komende jaren op dezelfde manier in het dorp doorleven. “Ik heb een groot gezin”. Hij telt de namen van zijn kinderen op zijn vingers. “Met acht kinderen is verhuizen lastig. Wij blijven hier.”

Leonie Hosselet was in Sierra Leone voordat ebola er uit brak. Het werk bij de Addax fabriek gaat op het moment door, er zijn ter plekke nog geen gevallen van ebola ontdekt. Zowel Addax als Silnorf zetten zich in dorpen in om het bewustzijn over het virus te vergroten. De situatie in Malinka, het dorp van boer Conteh, is onbekend, maar de algemene problemen in het gebied zijn een tekort aan voedsel en desinfecterende middelen door stijgende prijzen, en een argwaan onder de bevolking tegenover hulpverleners.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
DSC0031_kleiner_lichter

Leonie Hosselet

Freelance journalist en eindredacteur

Leonie Hosselet is freelance journalist en eindredacteur voor onder andere OneWorld, Trouw en de Volkskrant. Ze schrijft voornamelijk over …
Profielpagina