Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Op het kleine eiland Sint Eustatius valt de schade als gevolg van de orkanen ogenschijnlijk mee. Wanneer je drie maanden na Irma en Maria over het eiland vliegt, oogt het als een groene oase van slechts eenentwintig vierkante kilometer groot, omringd door azuurblauw water. Maar als je goed kijkt, zie je de kale stammen nog op de flanken van vulkaan de Quill. Gelukkig hebben de meeste bomen hun bladeren weer teruggekregen, maar er is nog veel werk te doen. Rangers van Stenapa, de Stichting Nationaal Park Sint Eustatius, werken met man en macht om de wandelpaden weer toegankelijk te maken, zodat eilandbewoners en toeristen kunnen genieten van de schoonheid van het park.

Koraalkwekerijen volledig weggevaagd

Ook onder water is er schade aangericht rond Sint Eustatius. Het diepe koraal heeft een aantal enorme barrel sponges verloren. Dat zijn grote sponzen in de vorm van een kom of een groot vat. Er zijn weliswaar nog voldoende van deze bijzondere koralen over, dus de buitenlandse toerist zal ze niet missen, maar de marine rangers van Stenapa kennen elk hoekje van het koraal en weten hoeveel er verdwenen is. “Die sponzen kunnen wel anderhalve meter groot worden en zijn soms 100 tot 200 jaar oud”, vertelt marine ranger Erik Houtepen. “Zonde dat er daar een flink aantal van zijn afgebroken. De natuur herstelt zichzelf wel weer, maar daar zal een lange tijd overheen gaan.”

interview-met-Erik-Houtepen
Ida Albertsboer in gesprek met Erik Houtepen

Koraaltuin verwoest

Directeur Clarisse Buma maakte zich voor de orkanen Irma en Maria vooral zorgen over de koraaltuinen van het National Park van Sint Eustatius. Dat zijn tuinen onder water, waar koraal wordt gekweekt. Haar zorgen bleken terecht, want Irma en Maria hebben de koraalkwekerijen volledig weggevaagd. “Ruim een jaar werk is tenietgedaan”, verzucht Houtepen. Hij praat met een enorme gedrevenheid over zijn werk in de ‘onderwatertuin’ van Sint Eustatius.

“We verzamelen kleine stukjes koraal van gezonde sterke koralen, de zogeheten ‘moederkolonies’. Daar knippen we met een schaar stukjes vanaf, die we naar onze koraaltuin brengen”, vertelt Houtepen. De tuin bestaat uit een aantal ladders, gemaakt van PVC-pijp met stukken touw. Aan de touwen kunnen kleine stukjes Elkhorn- of Staghornkoraal worden bevestigd. “Dat doen we om ze gecontroleerd te kunnen laten groeien. We kunnen ze meten, schoonhouden en ervoor zorgen dat er geen ziektes of predatoren op komen. Zo helpen we de natuur een handje en kunnen we nieuw, sterk koraal kweken.”

koraal-ladder1
Koraal ladder Beeld door: Ida Albertsboer en Erik Houtepen

Opwarming zeewater

De tuinen zijn onderdeel van RESCQ – Restoration of Ecosystem Services and Coral Reef Quality, een uniek project dat in 2016 is opgezet in samenwerking met de Wageningen University. RESQ onderhoudt koraalkwekerijen op Saba, Sint Maarten, Sint Eustatius en op de Turks- en Caicoseilanden in het Caribisch gebied. Het wordt gefinancierd door de EU en het ministerie van Economische Zaken.

De kweektuinen zijn opgezet omdat er grote zorgen zijn over het voortbestaan van het koraal. Niet zozeer vanwege de orkanen die de regio van tijd tot tijd treffen, maar door de opwarming van het zeewater. “De temperatuur van het zeewater hier is gemiddeld 28–29 graden. Dat is de perfecte temperatuur voor het koraal”, vertelt Houtepen. “Als het warmer wordt, wordt het voor koraal heel lastig om te groeien en zich voor te planten. Warmer zeewater is ook zuurder en dat is schadelijk voor het koraal. Zodra het water boven de 30 graden komt, zie je al koraalziektes en verbleking van het koraal ontstaan – het zogenoemde ‘coral bleeching’. Dat is een wereldwijd probleem, en we zien het hier op Statia ook al.”

Zuidkust-van-St.-Eustatius-met-op-de-achtergrond-het-eiland-Saba
Zuidkust van St. Eustatius met op de achtergrond het eiland Saba Beeld door: Ida Albertsboer en Erik Houtepen

Worstelen en weer bovenkomen

De vernietiging van de koraalladders door Irma en Maria is een forse tegenvaller voor Stenapa. De zorgvuldig gekweekte stukjes koraal op de ladders staan in een betrekkelijk ondiep stuk van de zee, zodat de rangers er makkelijk bij kunnen om ze te onderhouden. Om ze te beschermen tegen de orkanen waren ze kort voor de komst van Irma en Maria al naar diepere wateren gebracht, in de hoop dat de impact dan minder zou zijn, maar het heeft niet mogen baten: beide koraaltuinen zijn verdwenen. Ook de koraalfragmenten die inmiddels waren teruggezet in de natuur, hebben de orkanen niet overleefd. “Erg zonde,” verzucht Erik Houtepen, “maar we kunnen er niets meer aan doen.”

We kunnen er niets meer aan doen

Inmiddels zijn de rangers weer nieuwe ladders aan het maken. Ze knippen opnieuw stukjes van de sterke Elkhorn- en Staghornkoralen die de orkanen hebben overleefd en bevestigen die op de ladders. “Elkhorn- en Staghornkoraal groeit ongeveer 12 centimeter per jaar. Het zijn de snelst groeiende koralen die we in de Cariben hebben. Daarom hebben we deze geselecteerd,” aldus Houtepen. “We zullen weer opnieuw moeten beginnen. Mét de kennis die we hebben opgedaan in het voorgaande jaar.”

Duurzaamheid en economie
Begin december brachten koning Willem-Alexander en koningin Máxima een bezoek aan Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, waarbij zij ook een duik maakten om te zien hoe de situatie onder water was, drie maanden na Irma en Maria. De koning benadrukte na afloop dat duurzaam beheer van de natuur, boven en onder water, van levensbelang is voor het economisch herstel van de eilanden. De drie Bovenwindse Eilanden worden door toeristen vooral bezocht vanwege de mooie natuur en de prachtige koralen. Directeur Clarisse Buma van Stenapa is blij met de opmerkingen van de koning. “Hij onderstreept hiermee het belang van de bescherming van onze koraalriffen, en daar kunnen we best wat koninklijke support bij gebruiken”.

profiel2

Ida Albertsboer

freelance journalist

Ida Albertsboer is freelance journalist. Zij werkt als senior redacteur voor verschillende radioprogramma’s en geeft journalistieke …
Profielpagina