Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Waar en onder welke omstandigheden worden onze spullen gemaakt? Vandaag: kokos uit sri lanka.

Bezems en lippenstift
300.000 liter kokosolie arriveert jaarlijks in de haven van Rotterdam. Wat gebeurt er voordat het zo ver is? De kokosnoot is een steenvrucht die in veel producten wordt verwerkt: van matten, bezems en potgrond tot shampoo, zeep en lippenstift. Hij wordt natuurlijk op allerlei manieren gegeten of gedronken: vers of gedroogd, als kokosmelk, als -crème, in chocola en als kokosbrood. De vrucht groeit aan de kokospalm, die zo’n dertig meter hoog kan worden, en die gedijt aan de kust, in zoutige grond. Indonesië, de Filippijnen en India zijn de grootste kokosnotenproducenten, gevolgd door sri lanka. De voedsel en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (fao) berekende dat de wereldproductie is gestegen van 35 miljoen ton rond 1980 tot bijna 50 miljoen ton nu.

Kleine Kokosboeren
Volgens FAO zijn het de kleine boeren die ruim 90 procent van alle kokosnoten oogsten. Zij leven vaak onder de armoedegrens en profiteren maar matig van de groeiende vraag. Die stijgt snel, jaarlijks met zo’n 10 procent, ook doordat kokoswater, dat veel suikers, zouten en vitamines bevat, het goed doet als sportdrank. Maar veel boeren en hun soms minderjarige plukkers zijn afhankelijk van tussenpersonen die de oogsten aan fabrieken doorverkopen. Daarnaast drukt de kokosproductie op het milieu. Het beplanten van kwetsbare (zoute) moerasgebieden bedreigt de biodiversiteit. Ook wordt zuurstofarm afvalwater dat vrijkomt bij de productie van kokosolie, vaak ongezuiverd geloosd.

Gevaarlijke Oogstklus
Voor het oogsten klimmen plukkers de hoge kokospalmen in of ze gebruiken 25 meter lange stokken met machetes. De pluk is hoe dan ook een niet ongevaarlijke klus. Ook de pesticiden die vliegtuigjes en helikopters in opdracht van grote plantages sproeien ter voorkoming van plantenziektes, bedreigen de gezondheid van arbeiders. Bovendien levert het opensplijten van kokosnoten (op een verankerd staande
machete bijvoorbeeld) nogal eens verwondingen op. Veel plukkers zijn niet verzekerd tegen dergelijke
ongelukken.

Kokosmelkfabriek
Vlak bij de srilankese hoofdstad Colombo is ma’s food gevestigd. De kokosmelkfabriek is door eigenaar Mario de Alwis opgezet naar Japans voorbeeld: hij stelde het belang van de werknemers voorop. Driemaal per dag krijgen zijn arbeiders een maaltijd en ze kunnen op de fabriek overnachten. Kinderen van werknemers krijgen schoolboeken. Wie wil, kan een lening krijgen voor het bouwen van een huis, en vrouwen kunnen zwangerschapsverlof opnemen.

Fairtrade noten
De noten, die de fabriek inkoopt bij kleine boeren, zijn fairtrade gecertificeerd. Om de omliggende gebieden niet te belasten, wordt het afvalwater eerst gefilterd voordat het het terrein verlaat.

Tweehonderd arbeiders verwerken bergen met kokos tot melk, dat in blikken wordt verpakt. Ze openen de kokosnoten, breken het kokosvlees in verwerkbare stukken, waarna die in machines gaan die er de kokosmelk uit persen. De melk gaat in blikken met een wikkel met het logo van fairtrade original erop, waarna ze worden verscheept naar onder andere Rotterdam.

Trots op hun werk
in de fabriek is het dragen van stofjassen en mutsen verplicht. Geen pretje gezien de vochtige hitte. Het lawaai van de machines is oorverdovend en hoewel de kokosgeur niet per se vies is, maken mondkapjes het werk inspannend en benauwend. maar de werknemers ogen trots en gemotiveerd, en ze zijn blij met hun werkweek van 5,5 dagen en de vele voorzieningen.

Tweeduizend noten per dag
Arangi nisansala (25) werkt sinds vijf jaar in kokosmelkfabriek ma’s food. Het is haar taak om de kokosnoten – door haar mannelijke collega’s ontdaan van de bast – verder af te pellen. “per dag verwerk ik er zo’n tweeduizend, en dat doe ik vijf dagen per week. Op zaterdagen werk ik ook nog een halve dag. of ik daardoor pijn krijg in mijn armen en handen? Mwah, een beetje, maar dat is niet erg, hoor. Ik woon op tien minuten loopafstand in een huis met drie kamers, met mijn ouders, broers en zussen. met zijn zevenen leven we van drie inkomens. uiteindelijk wil ik graag naar school om verder te leren.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)