Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Wanneer je over Borneo vliegt en uit het raam kijkt, zie je pas goed hoeveel bos er gekapt is voor de palmolieplantages. Rampzalig”, zegt Paul Wolvekamp van milieuontwikkelingsorganisatie Both ENDS. Miljoenen hectares bos gingen wereldwijd tegen de vlakte voor de productie van palmolie.

Deze plantaardige olie is een lucratief ingrediënt, en zit verborgen in onder andere koekjes, chocolade, chips, ijsjes, margarine, shampoo, wasmiddel en lippenstift.

In minder dan twintig jaar is de productie van palmolie wereldwijd verviervoudigd en opgelopen tot 51 miljoen ton per jaar

Palmolie is razend populair. Het is ‘s werelds meest verhandelde, plantaardige olie. In minder dan twintig jaar is de productie van palmolie wereldwijd verviervoudigd en opgelopen tot 51 miljoen ton per jaar. Vergeleken met andere plantaardige oliën, is palmolie een goedkope grondstof. Met het oog op de groeiende wereldbevolking en toenemende vraag naar alternatieve brandstoffen –  men gebruikt het ook voor de totstandkoming van biodiesel –  stijgt de verwachte vraag het komende decennium met maar liefst 25 procent.

 

De problemen van palmolie

Palmolie komt grotendeels uit Zuidoost-Azië. De Food and Agriculture Organization (FAO) van de VN meldt dat er jaarlijks 14,6 miljoen hectare ontbost, mede veroorzaakt door de productie van palmolie (hout, papier, soja en mijnbouw zijn andere, grote bomenkillers). Dat is ruim drie keer Nederland. In Indonesië – een van ´s werelds grootste palmolie producenten –  is 70 procent van de plantages aangelegd op plekken waar eerst regenwoud stond.

Een ander probleem: ontbossing veroorzaakt klimaatverandering. Niet alleen omdat bomen CO2 uit de lucht halen en zuurstof afgeven. Ook omdat vernietiging van regenwoud en bos vaak gepaard gaan met vuur en rook. En omdat na het afbranden nog eens CO2 vrijkomt dat in de onderliggende veenbodem is opgeslagen.

Volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) is ontbossing verantwoordelijk voor 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Het kappen van bos en de aanleg van plantages – gekenmerkt door monocultuur – tast de biodiversiteit aan.

Mensen die direct afhankelijk zijn van de bossen in het voorzien van hun levensonderhoud – wereldwijd zijn dat er meer dan een miljard – worden erdoor getroffen.

In de voornaamste productielanden Indonesië en Maleisië, worden dieren als de orang-oetang evenals neushoorns, olifanten en tijgers met uitsterven bedreigd. Dit omdat palmolieplantages hun leefgebieden onder druk zetten. Grootschalige palmolieteelt leidt vaak tot watervervuiling en erosie. Ook is het landgebruik omstreden: landrechten van lokale bewoners zijn in geding: velen waren gedwongen te verhuizen om plaats te maken voor de aanleg van plantages.

Palmolieplantages bieden werkgelegenheid. Maar de lokale bevolking profiteert hier niet altijd van. Ngo’s maken bovendien melding van de arbeidsrechtenschendingen in de productieketen, zoals gedwongen arbeid, kinderarbeid en het maken van excessieve overuren.

 

Palmolie als duurzame keuze

De productie van palmolie gaat gepaard met ontbossing, landonteigening en schending van arbeidsrechten. De groeiende productie van palmolie legt een zware druk op schaarse middelen als land en water. Dit, plus de ernstige gevolgen voor het klimaat, de biodiversiteit en de lokale bevolking (zie kader hiernaast) zet je aan het denken: moeten we niet stoppen met palmolie? Volgens Jonathan Horrell, directeur duurzaamheid bij Mondelez, is dat niet de oplossing. “Soja-, raapzaad- of zonnebloemolie levert per hectare vier tot tien keer minder op. In die zin is palmolie dus een duurzame keuze.”

 

RSPO bijeenkomst in Nederland

OneWorld sprak met Horrell tijdens de bijeenkomst van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), die 3 juni plaatsvond in het Park Plaza Hotel Schiphol. RSPO-leden kwamen samen om toekomstige acties te bepalen.

“Het is niet altijd gemakkelijk om met de verschillende stakeholders die elk hun eigen belangen hebben, samen te werken. Maar het is belangrijk om collectief verantwoordelijkheid te nemen”, aldus Paul Wolvekamp, tevens bestuurslid van RSPO. “Iedereen moet aan de bak.”

Critici vinden de duurzaamheidscriteria van RSPO niet ver genoeg gaan en zijn van mening dat het de RSPO aan daadkracht ontbreekt. Zo verdwijnt er nog steeds bos in bepaalde regio’s en wordt de orang-oetang met uitsterven bedreigd. Maar: tijdens de RSPO-meeting in juni, gaf activistengroep Greenpeace de RSPO een 7 op de schaal van 1-10. Een signaal dat ondanks de imperfectie, samen de schouders eronder zetten de enige oplossing lijkt.

Horrell: “We erkennen de beperkingen van RSPO, desondanks biedt RSPO de meest wijdverbreide aanpak voor het ontwikkelen en in stand houden van standaarden die duurzame productie van palmolie garanderen.”

 

Wat is de RSPO? 

RSPO staat voor Roundtable on Sustainable Palm Oil. Dit initiatief, opgericht in 2004, telt inmiddels zo’n 2.100 leden van diverse spelers uit de keten: producenten, handelaren, verwerkers, voedselbedrijven van consumentenproducten, supermarkten, financiële instituties en ngo’s. Gezamenlijk streven ze ernaar de productieketen van palmolie te verduurzamen d.m.v. ontbossing, milieuschade en sociale conflicten tegengaan.

 

Duurzaam maar nog niet traceerbaar

De Amerikaanse voedselgigant Mondelez, bekend van Oreo, Côte d’Or, Tuc en Toblerone, gebruikt jaarlijks om en nabij 300.000 ton palmolie bij de verwerking van hun levensmiddelen. Het merendeel van hun palmolie komt uit Indonesië en Maleisië, tevens de twee grootste exportlanden van palmolie.

Mondelez gebruikt inmiddels honderd procent duurzame palmolie, RSPO-gecertificeerd. Maar ze willen meer doen. Zo werken ze aan betere traceerbaarheid van Mondelez’ producten. “Als we onze palmolie duurzaam willen maken, moeten we weten waar het vandaan komt.” Mondelez koopt niet direct in bij de boer of plantagebeheerder, maar via tussenleveranciers. Door de diverse schakels, is het lastig te controleren of iedereen de regels respecteert. Vooral in landen waar corruptie veel voorkomt. Het voedselconcern zegt de vinger aan de pols te willen houden, door de dialoog aan te gaan met leveranciers. Iets dat overigens ook de taak van RSPO is. Dubbel werk, maar volgens Horrell is dat niet erg: “Klanten vertrouwen op een merk, niet alleen op RSPO.”

Ook andere voedselmultinationals zoals Ferrero (bekend van o.a. Nutella en Ferrero Rocher) en Nestlé (bekend van Rolo, Nuts, Smarties, Lion) hebben ten doel gesteld enkel duurzame palmolie te willen gebruiken tegen het einde van 2015. Nestlé lag in 2010 nog onder vuur omdat het Zwitserse bedrijf, onder meer producent van Kitkat, medeverantwoordelijk werd gehouden voor het verdwijnen van oerbos in Indonesië. Dit omdat het zaken zou doen met de omstreden toeleverancier Sinar Mas.

Ook Ahold, moederbedrijf van supermarktketen Albert Heijn zegt geen enkele druppel omstreden palmolie meer te willen gebruiken voor hun huismerkproducten. Andrea Bolhuis, specialist sustainable product bij Ahold: “Het is de afgelopen tijd gebleken dat RSPO-certificering nog niet alle ontbossing in Indonesië en Maleisië tegengaat. Daarom zijn wij nu aan het kijken of we extra beleid kunnen ontwikkelen om ontbossing tegen te gaan in onze palmolieketens.”

 

Vrijwillig, niet vrijblijvend
Niet alleen supermarkten en voedselbedrijven, ook de RSPO zet stappen voorwaarts. Zij namen de kritiek over hun vrijblijvendheid ter harte en introduceerde het RSPO-klachtenmechanisme. Op die manier kunnen lokale gemeenschappen, boeren, arbeiders of andere gedupeerden een klacht indienen als RSPO-leden zich niet aan de regels houden. Bijvoorbeeld als lokale bewoners niet geconsulteerd worden over zaken die hun land aangaan. Of als RSPO-leden de nationale wet overtreden of zich niet aan de RSPO-gedragscode houden.

“Voorheen waren er regels, maar die werden niet altijd nageleefd.”, verklaart Jan van Driel, hoofd certificatie RSPO. “Meedoen met RSPO is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Als lid onderteken je de gedragscode. Als je die niet naleeft, lig je er nu uit.” Deze strengere aanpak heeft er toe geleid dat inmiddels zo’n vijf a tien bedrijven uit de RSPO zijn geknikkerd.

 

Het is tijd dat ook in andere Europese landen voortgang wordt gemaakt

 

Huiswerk van de overheid
In Nederland is momenteel zo’n 60 procent van de palmolie duurzaam gecertificeerd. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: “Nederland loopt voorop met duurzame palmolie: eind van dit jaar hopen we 100 procent duurzaam te zijn. Het is tijd dat ook in andere Europese landen voortgang wordt gemaakt met verduurzaming van de sector”, aldus minister Ploumen over palmolie. Ze steunt dan ook het RSPO-doel dat in 2020 enkel nog duurzame palmolie wordt gebruikt in de EU.

Walvissenvlees is bijvoorbeeld verboden om in de Rotterdamse haven te importeren. Zo’n verbod kun je ook opleggen voor niet-duurzaam gecertificeerde palmolie.

 

Doel RSPO gecertificeerde palmolie in 2020:100% in Europa

50% in Indonesië en Maleisië
30% in India
10% in China

Wolvekamp waardeert de inzet, maar denkt dat er meer gedaan kan worden. “Walvissenvlees is bijvoorbeeld verboden om in de Rotterdamse haven te importeren. Zo’n verbod kun je ook opleggen voor niet-duurzaam gecertificeerde palmolie.” De Rotterdamse haven is de voornaamste toegangspoort tot Europa. Nederland is veruit de grootste palmolie-importeur van dit continent. Meer dan 2,4 miljoen ton importeerde ons land in 2014.

Of Europa de target gaat halen, is echter de vraag. Inke van der Sluis, technisch manager van RSPO, kondigde in het radioprogramma BNR Duurzaam aan dat Europa nu op een derde van de target zit. De honderdprocentdoelstelling klinkt vooralsnog ambitieus.

 

EU-etikettering van levensmiddelen

Sinds 2014 is het door de EU verplicht te melden op het etiket welke ingrediënten er in een levensmiddelenproducten zitten. Indien er palmolie in zit, staat dit tegenwoordig expliciet op het etiket.

Wanneer er samengestelde plantaardige oliën zijn gebruikt, moeten deze specifiek en expliciet vermeld worden: bijv. ‘plantaardige olie (kokosolie, palmolie)’. De invoering van de wet geeft de consument een completer en duidelijker zicht op de gebruikte ingrediënten.

Toch is dit streven niet enkel ambitieuze dagdromerij. Er is namelijk meer aanbod van duurzaam gecertificeerde palmolie op de markt dan dat er vraag naar is. Opmerkelijk. Waarom kopen bedrijven niet meer duurzaam gecertificeerde palmolie in? Reden is wellicht dat de consument er niet expliciet om vraagt. Zoals die wel vraagt om biologische melk of fairtrade bananen.

Een kuipje margarine met duurzame palmolie kost de consument nog geen 1 cent extra

Wat ook meespeelt is dat niet-gecertificeerde duurzame palmolie nog steeds goedkoper is dan de niet duurzame variant. Dit zet een rem op de duurzame productie. Vooral voedselproducenten merken het verschil, omdat zij in grotere volumes inkopen. De consument voelt het nauwelijks in zijn portemonnee. Wolvekamp schat in dat een kuipje margarine de consument nog geen 1 cent extra kost met duurzame palmolie.

Ook supermarkten kunnen koekjes, cakejes en andere levensmiddelen met omstreden palmolie uit hun assortiment weren. Zoals sommige grootgrutters de controversiële plofkip uit hun assortiment schrapten. Maar zover is het nog niet.

 

“De rek zit bij kleine boeren”
Aan de productiekant gooit de kleine boer hoge ogen als het gaat om verduurzaming. Kleine boeren kenmerken zich door duurzaam landgebruik. Zij zijn ervan afhankelijk in hun primaire levensbehoefte en gebruiken daarom dikwijls technieken die het land niet uitputten, zoals plantages met monocultuur dat vaak wel doen. De opbrengst per hectare is bij veel kleine boeren echter nog een verbeterpunt. Wolvekamp: “De rek zit bij kleine boeren. Maar dan moeten ze betere technische ondersteuning krijgen, zich beter kunnen organiseren en verzekerd zijn van hun landrechten.” Hij vervolgt:  “Ook dienen ze toegang krijgen tot krediet om te kunnen investeren en uitbreiden. Als zij zo hun oogst verdubbelen, hebben we met het oog op de groeiende vraag minder extra hectares land nodig.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewerkt3-

Leontien Aarnoudse

Leontien Aarnoudse is journalist en bij OneWorld redacteur van het PowerSwitch-platform. Ze schrijft vooral over energie, voedsel, landbouw …
Profielpagina