Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Afval is een hot topic. We produceren er met z’n allen ontzettend veel van en daarna zitten we er lelijk mee in onze maag. Wat kan jij daar aan veranderen? Je kunt de wereld niet redden in eentje, maar je kunt wel je eigen leven wat verduurzamen. Een goeie stap in de richting is om je eigen groente-, fruit- en tuinafval te composteren. En ik laat je zien dat je hiervoor niet eens op een boerderij hoeft te wonen, of een grote tuin hoeft te hebben. Hier volgt een lesje stadscomposteren!

Het cirkeltje rond
Twee jaar geleden ontdekte ik hoeveel je ervoor terug krijgt als je je gft-afval met zorg verwerkt tot nieuwe aarde. Nadat ik door een foutje van de gemeente geen toegang had tot de gezamenlijke gft-container, kwam ik met een kennis aan de praat over composteren. Ik was meteen nieuwsgierig en leerde zelf hoe ik mijn eigen compostbak  kon maken. Door thuis te composteren wordt het cirkeltje heel klein. Het afval wordt verwerkt daar waar het ontstaat. Door je compost ter plekke te gebruiken om voedsel te verbouwen of om je (sier)tuin te voeden, maak je het cirkeltje rond. Inmiddels verwerk ik al mijn gft-afval tot mooie compost. En de sleutel voor de gemeentelijke container? Die hebben wij nooit weer gevraagd.

Dichterbij de natuur
Wanneer je begint met composteren, krijg je de kans om van heel dichtbij de kringloop te ervaren die al het leven op deze planeet maakt. Iets groeit, bloeit, draagt vrucht en vergaat. Het lichaam groeit op de eerder vergane lichamen (humus) en het gerijpte zaad vindt vruchtbare bodem om een nieuw leven in te beginnen. Je ziet letterlijk voor je ogen het organische materiaal vergaan tot mooie aarde. Composteren brengt je dichtbij de natuur, of liever gezegd, brengt de natuur dichter bij jou.

Aan de slag!
Hoe moet je beginnen met composteren? Kost dat niet veel tijd, ruimte en is het niet hartstikke vies? Allereerst zijn er verschillende manieren van composteren, waarvan de composthoop wellicht het bekendst is, gevolgd door het groene compostvat. Als stadsbewoner met beperkte buitenruimte is mijn ervaring dat het gebruik van de wormencompostbak het meest voor de hand ligt. Deze neemt weinig ruimte in en de wormen helpen om het proces te versnellen, doordat zij het materiaal luchtig houden en de werkzame micro-organismen door de bak verplaatsen. Ook zorgt de wormenpoep voor een goede bodemstructuur en zit al vol met nuttige bacteriën voor je bodem.

Stap 1: Locatie, locatie, locatie
Voordat je een eigen wormenbak gaat maken, bedenk eerst waar je deze het beste kunt zetten. De plek voor de compostbak moet redelijk beschut zijn tegen regen en wind en moet vooral niet in de volle zon staan. Temperaturen tussen de 15°C en 30°C zijn voor wormen ideaal, ze kunnen niet tegen extreme hitte of kou. Wanneer het buiten te warm of  te koud wordt, is het slim de bak naar binnen te halen of voor extra isolatie te zorgen. Zorg ook voor een plek waar je goed bij komt, zodat het vullen en oogsten makkelijk is.

[[{“fid”:”31533″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”link_text”:null,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_halve_breedte media-element file-file-styles-artikel-halve-breedte”,”id”:”styles-4-0″}}]]

Stap 2: Alle bakken verzamelen
Je kunt je eigen wormenbak maken van plastic stapelbakken. Deze zijn goedkoop en simpel aan te passen. Als je gerecycled plastic wilt, kun je bijvoorbeeld mayonaise emmers bij een snackbar vragen. De bakken moeten goed in elkaar passen en van lichtdicht materiaal zijn. Zorg dat je voor de bovenste bak een goed passende deksel hebt om het geheel mee af te sluiten. Om te beginnen heb je drie bakken nodig. Twee wormenbakken waar de wormen het gft-afval zullen omzetten naar compost en onderaan een lekbak waarin het overtollig vocht opgevangen kan worden.

Stap 3: Gaten boren voor lucht en wormenthee
Wormen hebben zuurstof nodig om te kunnen leven. Voor ventilatie boor je in de twee wormenbakken vlak onder de rand van de bak aan de zijkanten ongeveer 6 gaten per zijde. Om het overtollig vocht weg te laten lekken in de lekbak, boor je met een 10mm boor zo’n 20 gaten in de bodem van je wormenbakken. Door deze gaten kunnen de wormen zich ook verplaatsen van de ene naar de andere bak.
Bij gebruik van (mayonaise) emmers, kun je de onderste emmer lager maken door een hier een rand af te snijden. Om het doorzakken van de grote plastic bak te voorkomen, kun je twee platte stenen in de lekbak leggen, waar de grote bak dan op rust.
In de onderste bak, de lekbak, wordt het ‘percolaat’ (de wormenthee) opgevangen. De wormenthee kan gebruikt worden om planten te voeden. Let wel op dat je het sterk verdunt met water (1:100), anders ‘verbranden’ de planten. Verwijder het vocht regelmatig, anders gaat dit stinken.

Stap 4: Laagjes aanbrengen in de wormenbak
De wormenbakken, de afsluitbare bakken met gaatjes, kun je nu vullen met verschillende laagjes om de omgeving voor de wormen zo ideaal mogelijk te maken.

Laag 1: Vul de bodem van de wormenbakken met droog materiaal zoals stukjes karton, papier, dorre bladeren of stro. Dit weerhoudt de wormen van te ver naar beneden dalen en neemt overtollig vocht op. Te veel vocht kan zorgen dat anaerobe bacteriën de overhand krijgen. Deze produceren ammoniak en alcohol en dit is giftig voor wormen. Ook zal de bak gaan stinken. Als je teveel vocht hebt, meng dan meer droog materiaal door de bak en stop tijdelijk de toevoer van afval.

Laag 2: Strooi over de droge bodemlaag een laagje compost. Hierin zitten voldoende micro-organismen om het proces op te starten. Compost is in je eigen omgeving te vinden. Vraag aan bekenden of zoek een buurtmoestuin waar gecomposteerd wordt. Ook is het mogelijk om wat dorre bladeren uit een plantsoen of potgrond te gebruiken. Deze laag is niet per se noodzakelijk, maar helpt het opstarten van de bak. De wormen nemen zelf later ook de nodige micro-organismen mee.

Laag 3: Nu mag je een laagje gft-afval aanbrengen. Gebruik vooral plantaardige, onbewerkte resten. Dus wel: groente- en fruitresten, thee en koffiedik, geplette eierschalen en verwelkte bloemen. Voeg het liefst alleen afval van biologische teelt toe. De bestrijdingsmiddelen kunnen het composteerproces stoppen. Bovendien houden wormen niet van vlees, vis, brood, zuivel en gekookt of gefrituurde etensresten. Probeer klein gehakt en gevarieerd afval aan te bieden, niet te veel van hetzelfde.

Laag 4: De bewoners van je installatie doen hun intrede! Compostwormen zijn te koop, maar als je in de buurt rondvraagt, zijn er wel te vinden in een compostvat of een composthoop bij een buurtmoestuin of volkstuin. Ga niet diep graven in de tuin om daar wormen zoeken, want dit zijn niet de soorten die je wilt hebben. Compostwormen leven in de bovenlaag tussen het gevallen blad, de takjes, het gras en de grond. Het is niet nodig om in een keer heel veel wormen in je bak te doen. Begin klein: twee handen vol wormen is genoeg. Als het goed gaat, zijn er snel meer wormen.

Laag 5: Dek het geheel af met een laagje droog materiaal, zoals de onderste laag. Dit zorgt voor duisternis en voorkomt uitdroging door verdamping. Ook is dit de leefruimte voor de wormen. Het is goed als de wormen ook naar plekken in de bak kunnen, waar niet veel afval aan het verteren is. Half vergaan blad is perfect als bovenlaag, maar ook als startcompost. Waar je half vergaan blad vindt, vind je ook de juiste wormen!

Stap 5: Stapelen
Als de eerste twee bakken vol raken, kun je een identieke bak daarboven plaatsen. Vul de bak zoals de eerste met de verschillende laagjes (behalve de wormen). De compostwormen zullen na verloop van tijd door de gaten in de bodem vanuit de bak eronder omhoog komen. Zo kan ook een derde en vierde bak gebruikt worden.

Stap 6: Oogsten
Bij het gebruik van meerdere bakken zal de onderste bak waar je mee begon op een gegeven moment geheel gecomposteerd zijn. De compost is donkerbruin van kleur en ruikt naar aarde. Het afval zal niet of nauwelijks meer te herkennen zijn, op een enkel stukje hout of een eierschaal na. Afhankelijk van temperatuur, het aangeboden afval, de hoeveelheid wormen en de zorg voor de bak, kan het proces sneller of langzamer gaan. De compost kan gezeefd worden om zo de grovere stukjes eruit te halen en de wormen, die misschien nog achter gebleven zijn, van de compost te scheiden. Laat de gezeefde compost nog enige tijd nadrogen en gebruik deze vervolgens voor je tuin, pot of moestuin. De lege bak, kan vervolgens weer bovenop.

Stap 7: Onderhoud
Maak het gft-afval klein en spaar het op in een kleine bak of emmer in de keuken. Zo kun je iedere dag wat aan de wormenbak toevoegen. Begin met kleine beetjes en houd in de gaten hoe de wormen zich gedragen in de bak. Als ze vluchten (naar boven) kan het zijn dat je te snel afval toevoegt waardoor er schadelijke gassen ontstaan voor de wormen. Voeg de eerste week twee maal een handvol afval toe en kijk hoe het gaat. Later -als er meer wormen in de bak wonen- kan er meer gft-afval verwerkt worden. Bedenk altijd dat een wormenbak een klein ecosysteem is en dat het ook zo benaderd moet worden. Het is geen machine, maar een levend geheel. Zorg er goed voor en je krijgt er de meest wonderlijke compost in ruil voor terug!

Een kort filmpje over stadscomposteren in actie vind je hier.
Een nog uitgebreidere uitleg over het composteren met wormen is te vinden in deze brochure van de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij OVAM: Bit.ly/brochureWormencompost

Heb je nog vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit stuk, mail dan naar: lecompostier@gmail.com

[[{“fid”:”31560″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_halve_breedte media-element file-file-styles-artikel-halve-breedte”,”id”:”styles-4-0″},”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”link_text”:null}]]

Rowin Snijder is stadscomposteerder bij Le Compostier. Le Compostier verbindt stadscomposteerders met stadsboerderijen en buurtmoestuinen. Ook ontwerpen en bouwen ze compostsystemen voor de stadstuinder en zetten zich ervoor in dat composteren net zo normaal wordt als het scheiden van glas en papier. Op de blog en facebook-pagina vind je meer informatie. Le Compostier was genomineerd voor de ASN Wereldprijs 2014.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)