Duurzaam leer bestaat (nog) niet

07-03-2017 Bron: OneWorld
Sylvia Blazer
Leer is een natuurlijk product en gaat lang mee. Om die reden wordt het vaak bestempeld als duurzaam. Maar wat betekent het predicaat ‘duurzaam’ in een domein waar geen duurzaamheidsregels of keurmerken worden gehandhaafd?
Achtergrond – 

Als je denkt aan een leren tas of  een paar leren schoenen, denk je waarschijnlijk aan duurzame, natuurlijke en ambachtelijke producten. Maar om een dierenhuid te verwerken tot zacht en soepel leer moet het eerst gelooid worden, en dat is een alles behalve duurzaam proces. Frans Tilstra, sustainable business developer voor de stichting MVO Nederland: “Leer is duurzaam in de zin dat het lang mee gaat. Er worden nog steeds leren schoenen uit de Romeinse tijd opgegraven, dat is fantastisch! Maar aan het looien zelf is weinig natuurlijks.”

Zo kost het looien van één kilo leer al snel meer dan 300 liter schoon water. Ook worden er veel chemicaliën gebruikt, zoals chroomsulfaat en zink, en eindigt een groot deel van de gelooide huiden als versneden restafval. En dan hebben we het nog niet eens over diervriendelijkheid en de arbeidsomstandigheden van de looiers. Anders dan bij textiel is er in het maatschappelijk debat weinig aandacht voor de carbon footprint van leer. Er bestaat voor leer geen afgebakend keurmerk, zoals Fairtrade. En buiten Europa zijn er amper regels waaraan slachthuizen en looiers zich moeten houden. 

Knelpunten voor een keurmerk

Het lijkt simpel: waarom roepen we niet per direct een duurzaam keurmerk in het leven voor de leersector? Dat is helaas niet zo makkelijk stelt Hans Both, onafhankelijk leerexpert en jarenlang adviseur duurzaamheid lederwarenproductie voor Fairtrade: “Ten eerste is er in de branche geen consensus wat dat dan precies zou moeten inhouden. De leerindustrie kent veel spelers en is verdeeld.” Het tweede obstakel volgens Both is de mondiale industrie en de omvang van de sector: “Leer is een grondstof. Huiden komen overal vandaan, het grootste deel wordt verscheept naar China en India en gaat vanuit daar als tasjes weer naar Europa.”

Want hoewel Nederland ooit floreerde in de schoennijverheid, kent ons land nu nog maar twee leerlooierijen die op grote schaal looien. Net als in de textielketen vindt het productieproces van leer vaak plaats in landen met een opkomende economie, waar niet alleen de lonen en productiekosten, maar ook de milieueisen lager zijn. Aanvullend noemt Tilstra de ontbrekende transparantie in de mondiale leersector: “Europese koeien hebben oormerken en met dat oormerknummer kunnen wij alles achterhalen over het leven en de medicatiegeschiedenis van de betreffende koe. Maar in landen als Brazilië en India kom je daar gewoon niet achter. De looierij kun je wel achterhalen, maar verder terug in de keten kom je meestal niet.”

Groener looien

Het looiproces is een ingewikkeld proces. Een looier heeft veel tonnetjes met exotische chemicaliën, en elke looier heeft zijn eigen werkwijze. Toch zijn er looierijen die plantaardig en dus ‘ecologisch’ looien, maar dat is volgens Tilstra en Both niet per se beter. Tilstra: “Plantaardig gelooid leer is zeker een optie, maar daar is geen beschermd keurmerk voor, dus je moet per geval bekijken hoe dat leer is gemaakt. Daarnaast duurt een plantaardig looiproces veel langer. Er is flink meer water nodig en daarmee weer meer afvalwater dat gezuiverd moet worden om milieuschade te voorkomen. Chroomzout is vanouds de meest gebruikte methode, want dat is heel efficiënt. Als het zuiveringsproces netjes in orde is, waarom zou chemisch looien dan minder duurzaam zijn dan plantaardig gelooid leer uit Verweggistan, waarbij ik niet kan achterhalen hoe zij zuiveren?” Both noemt voorts de grote hoeveelheid energie die nodig is om plantaardig gelooide leer te drogen: “Wat je wint aan de chemicaliënkant, verlies je aan de energiekant.”

Aan kleinschalige looierijen en leerbedrijven die willen verduurzamen, biedt het Nederlandse initiatief Tannery of the Future de helpende hand. Het is een zelfbeoordelingsprogramma voor kleinere looiers om te kijken waar ze staan op het gebied van milieuvriendelijkheid. De focus ligt daarbij op het gebruik van energie, waterconsumptie, chemicaliën (maximaal 2-3 procent chroom is toegestaan) en de sociale omstandigheden. Both: “Voor de grote looierijen is er de Leather Working Group (LWG), een (commercieel) certificeringsbedrijf dat looierijen controleert en normen stelt aangaande de kwaliteit van het product en de werkwijze.” Maar dat is een duur proces waarbij een controleur langs komt. Looiers in India hebben daar geen geld voor. Bovendien neemt LWG de sociale omstandigheden niet mee in hun keuring.
 

Goede richting

Toch zijn er ook stappen in de goede richting gezet. Zo is leer, naast wol en zijde, in juli 2016 opgenomen in het convenant Duurzame Kleding en Textiel, waarbij Nederlandse bedrijven, vakbonden en de overheid hebben afgesproken om bij de productie van kleding en textiel in opkomende economieën samen te werken aan sociale verbeteringen, het voorkomen van dierenleed en de vermindering van negatieve effecten op het milieu. Voor Nederlandse consumenten zal het aanbod kleding en textiel zodoende eerlijker en duurzamer worden, of ze er nu zelf op letten of niet.

Daarnaast is er een groeiende groep bedrijven bij wie de milieuvriendelijkheid van leren producten voorop staat. Zoals de jonge merken Oh My Bag en Myuze, die leren tassen op een transparante manier produceren, milieu- en arbeidsomstandigheden hoog in het vaandel hebben staan en in het geval van Myuze ook letten op dierenwelzijn. Ook zijn er steeds meer initiatieven zoals Leather Naturally, MVO Nederland en de Sustainable Leather Award om de duurzame leerproductie te stimuleren. Maar er is nog een lange weg te gaan. Tilstra: “Ik vraag me af of modeontwerpers wel beseffen hoe leer wordt gemaakt.”

De werkelijke uitdaging ligt volgens Both en Tilstra echter bij de consument. Both: “Een duurzaam en eerlijk gemaakte tas kost nu eenmaal meer dan een ‘gewone’ leren tas.” 

Reacties