‘Donaties zijn een graadmeter voor betrokkenheid’

03-06-2005
Door: Mark van Kollenburg
Bron: OneWorld

portret van Ardenne snHet is een week na het debat dat minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking met de Tweede Kamer had over de toekomstige financiering van Nederlandse hulporganisaties. Een meerderheid staat inhoudelijk achter de plannen, maar de vraag is of er in tweede termijn ook een meerderheid komt voor het voorstel dat organisaties 25 procent van hun inkomsten zelf moeten opbrengen om in aanmerking te komen voor subsidie. Van Ardenne is optimistisch gestemd. 'De oppositie zal op 15 procent blijven zitten, en ik verwacht steun van de coalitie voor de 25 procent als eigen bijdrage.'

Om aan die 25 procent te komen, moeten hulporganisaties de 'charitatieve markt' op, ofwel geld loskrijgen bij burgers en bedrijven. Ze vrezen elkaar weg te concurreren...
'Over die charitatieve markt wordt veel gezegd. Ik ben daarin niet deskundig. Hoogleraar filantropie Schuyt doet elk jaar onderzoek naar geven in Nederland. Hij zegt dat de chari-markt nog niet is uitgeput.

Het zou volgens Schuyt goed zijn als die organisaties eens andere mensen aanstellen om nieuwe fondsen te werven dan diegenen met wie ze dat al 20 jaar doen. Hij heeft het over witte vlekken op de charitatieve markt. Neem bedrijven. Nu wordt maar 9 procent van de middelen voor ontwikkelingssamenwerking bij bedrijven gehaald. Dat kan meer worden, maar daarvoor heb je specifieke deskundigheid nodig.'

Levert iemand die 30 procent eigen middelen opbrengt kwalitatief beter werk dan iemand die 25 procent inbrengt?
'Nee, dat hoeft helemaal niet.'

Dan is dat percentage toch discutabel?
'Dat percentage is ook niet doorslaggevend. Het is een criterium om die 75 procent van de overheid te krijgen. Maar de totale beoordeling vindt plaats op basis van kwaliteit, relevantie, resultaatgerichtheid, effectiviteit. Het is ook een concurrerend programma. De beste kan in aanmerking komen voor subsidie, de mindere niet.
Daarbij zullen we de grote organisaties zwaarder beoordelen. Die zullen vaker door het jaar heen rapportages moeten uitbrengen, zaken moeten verantwoorden. Kleinere organisaties hebben daarvoor niet de armslag.'

De medefinancieringsorganisatie Hivos werd geroemd om de kwaliteit van de programma's door de indertijd door u ingestelde commissie De la Rive Box. Hivos heeft geen donateurs en moet nu flink aan de bak om eigen middelen te genereren...
'Dat is toch niet onmogelijk? Dat blijkt ook uit de inspanningen van anderen. Dat Hivos nooit aan fondsenwerving heeft gedaan, is hun keus. Het gaat er bij mij niet in dat een merendeel van de organisaties wel aan fondsenwerving doet en een aantal gewoon niet, en dat je die dan op dezelfde manier beoordeelt. Ik wil geen uitzonderingen maken. Door van iedereen een eigen bijdrage te vragen, trekken we dat nu gelijk.'

Organisaties moeten op eigen benen kunnen staan, niet louter afhankelijk zijn van de overheid. Ik vind 25 procent eigen bijdrage redelijk. Een groot aantal organisaties komt al boven dat percentage uit. Een aantal anderen niet, maar die kunnen overleven, misschien wel wat afgeslankt. Ze hebben een lange overgangsperiode - tot 2009 -  om zich erop voor te bereiden.'

Critici zoals dezelfde De la Rive Box stellen dat ontwikkelingssamenwerking een publieke kwaliteitsdienst is die je niet door particulier geld moet laten financieren. Wat vindt u daarvan?
'Ik vind betrokkenheid belangrijk, betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. Het is juist de taak van maatschappelijke organisaties om zoveel mogelijk betrokkenheid te genereren hier èn daar. Hier kun je dat doen door fondsenwerving en door informatie te verschaffen. Fondsenwerving is een goede graadmeter voor de betrokkenheid en actiegerichtheid die je losweekt.

Het zou toch te gek zijn als wij maatschappelijke organisaties en bureautjes hebben die los staan van de publieke opinie. Ik vind dat de publieke opinie ertoe doet. Niet alleen voor de politiek maar ook voor de maatschappelijke organisaties die gesteund worden door de politiek, door mij.'

U verwacht van de te subsidiëren organisaties dat zij actief zijn op thema's die aansluiten bij uw beleidsprioriteiten? Nu is de meerwaarde van vele hulporganisaties dat ze in politiek instabiele landen zoals Zimbabwe, waarmee Nederland geen bilaterale relatie heeft, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijke media steunen. Behouden ze die zelfstandigheid wel?
'Voor de zes medefinancieringsorganisaties (Cordaid, ICCO, Hivos, Novib Plan Nederland en Terre des Hommes, red.) blijft gelden dat ze zelfstandig kiezen waar ze wat gaan doen. Zij werken aan maatschappijopbouw en dat zijn dingen die ik niet kan als overheid. Die vrijheid om complementair aan het beleid activiteiten te ondernemen, blijft.

Ik heb hen wel gevraagd hun activiteiten te concentreren. Je kunt niet met 1500 partnerorganisaties kwalitatieve relaties onderhouden, je moet ook concentreren om effectief te kunnen zijn.'

Aan welke concentratie van activiteiten denkt u bijvoorbeeld?
'Neem een regio of een land als Sudan. Het zou goed zijn als alle organisaties die daar actief zijn, rond de tafel zouden gaan zitten en met elkaar zouden afspreken voor een periode van enkele jaren wie wat gaat doen.

Zo'n subsidiekader kan daarbij een hulpmiddel zijn om een goed overzicht te krijgen. Dat was jaren niet mogelijk als gevolg van het financieringsbeleid. De verschillende subsidieprogramma's liepen naast elkaar.

Voor de ontwikkeling van zo'n regio zou ik ook graag het bedrijfsleven erbij betrekken. Sudan heeft economische ontwikkeling nodig. Uganda, Tanzania en Kenia hebben een interne markt gevormd. Alledrie zijn straatarm en er zitten vele Nederlandse organisaties. Kun je daar samen met het bedrijfsleven niet een route uitstippelen? Welke rol kan de Nederlandse overheid daarin spelen? Dat bedoel ik met complementariteit.'

Waarom wilt u themaorganisaties meer binden aan de Millenniumdoelen, de ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties zich in 2000 hebben gesteld?
'Ik vind dat we ons geld moeten besteden aan het realiseren van de Millenniumontwikkelingsdoelen. Daarvoor heb ik die 4 miljard euro ter beschikking. Dat geld besteed ik onder meer via de maatschappelijke organisaties en dan mag ik ook vragen dat zij eraan bijdragen om die Millenniumontwikkelingsdoelen te halen!'

 Wat is uw indruk over de voortgang met betrekking tot deze Millenniumdoelen. Wat stemt u optimistisch op dit moment?
'Het stemt mij optimistisch dat in Afrika twee keer zoveel kinderen naar de basisschool gaan dan een jaar of tien geleden; dat 80 procent van alle kinderen stelselmatig wordt ingeënt tegen difterie, kinkhoest en tetanus; dat rijke en ontwikkelingslanden gezamenlijk steeds meer kijken naar het belang van economische groei in relatie tot sociale ontwikkeling; dat ontvangende landen zelf bereid zijn om armoedestrategieën op te zetten; dat ze zich bewust zijn van het belang van goed bestuur en elkaar erop aanspreken, zoals de Afrikaanse Unie dat heeft geregeld.

Wat mij verder aanmoedigt, is de 20 miljard euro extra die de Europese Unie op tafel legt. Eerder is afgesproken dat de EU-lidstaten in 2015 0,7 procent van hun Bruto Nationaal Product besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Vorige week hebben we nieuwe tussentijdse streefdoelen vastgesteld. Voor de vijftien 'oude' lidstaten wordt dat minimaal 0,51 procent in 2010. Vanaf dat jaar komt er dan per jaar structureel 20 miljard euro extra voor armoedebestrijding.

Wat is uw grootste zorg ten aanzien van de Millenniumdoelen?
'De wereldhandelsronde. Ik maak me zorgen dat de internationale gemeenschap zich daar niet committeert aan het openstellen van de markten, het afschaffen van de handelsverstorende subsidies en het mogelijk maken voor ontwikkelingslanden om eerlijk met hun producten te kunnen concurreren op de wereldmarkt.'

De huidige textielruzie tussen VS, EU en China werpt zijn schaduw vooruit?
'Die ruzie helpt inderdaad niet, dat zijn inleidende passen in de verkeerde richting.'

Nederland is al langer voorstander van het afbouwen van subsidies en andere beperkingen. Maar nu stelt de EU per 1 juni quota vast om de Chinese export van textiel aan banden te leggen. Wat kunnen u en uw collega Brinkhorst van Economische Zaken eraan doen nu het handelsbeleid is gedelegeerd aan de EU?
'Die quota horen natuurlijk niet. Brinkhorst en ik trekken samen op maar we winnen niet elke race. We zijn met 25 lidstaten en we moeten het met elkaar eens worden. We zijn het eens over het opheffen van handelsverstorende subsidies maar het traject is zo ontzettend lang. Dat is in het nadeel van de ontwikkelingslanden.'

Reacties