De winst van hulp

12-02-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

De landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), de club van de rijke landen, hebben in 2002 samen meer dan 58 miljard dollar uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Dat is een indrukwekkende stijging in vergelijking met de 52 miljard dollar van 2001 en de teleurstellende totalen die in de jaren daarvoor op de teller stonden. 

De komende tijd zit er zelfs nog veel meer in het vat. De Oeso rekent voor dat de officiële ontwikkelingshulp in 2006 zal stijgen tot 75 miljard dollar als alle rijke landen de beloften naleven die ze in 2002 hebben gedaan op de VN-Conferentie over Financiering voor Ontwikkeling.

Het is echter lang niet zeker dat die stijgende lijn doorzet. Grote donoren als Duitsland, Japan en Groot-Brittannië lieten het in 2002 al afweten. En er bestaat ook serieuze twijfel of de Verenigde Staten en Frankrijk almaar meer zullen willen blijven geven

Bijna niemand haalt de 0,7-procentsnorm

Zelfs als er 75 miljard dollar bijeenkomt in 2006, zal dat nog altijd minder zijn dan 0,3 procent van het bruto binnenlands product van alle Oeso-leden samen. De Verenigde Naties stellen al jarenlang 0,7 procent als doel. Nederland is een van de weinige landen die hieraan voldoet. De huidige ontwikkelingshulp moet dus nog minstens verdubbeld worden om de zogenaamde Millennium Development Goals te halen.

Deze millenniumdoelstellingen zijn een reeks fundamentele ontwikkelingsvoornemens die de internationale gemeenschap in 2000 vastlegde. Zo moet tegen 2015 de extreme armoede en de honger in de wereld zijn gehalveerd; alle kinderen toegang hebben tot lager onderwijs en is de kindersterfte met tweederde teruggedrongen.

Natuurlijk is buitenlandse hulp maar een factor die de ontwikkeling van arme landen kan versnellen. Ter plaatse kunnen ook middelen worden vrijgemaakt en een goed bestuur moet ervoor zorgen dat het maximum wordt gehaald uit de schaarse middelen. Daarnaast kunnen betere handelsvoorwaarden en meer investeringen de midden-inkomenslanden veel meer opleveren dan hulp.

Vooral voor de armste landen blijft ontwikkelingssamenwerking cruciaal. Met name voor de Afrikaanse landen dreigen de millenniumdoelstellingen onbereikbaar te blijven als er niet voldoende ontwikkelingshulp binnenkomt.

Niet elke vorm van ontwikkelingshulp levert evenveel op. Sommige projecten of programma's schaden misschien zelfs meer dan ze baten. Maar de internationale gemeenschap lijkt langzaam bij te leren. Volgens de Oeso gaat er de laatste jaren meer hulp naar die regeringen die goede resultaten kunnen voorleggen; loopt de gebonden hulp terug; komt er meer steun voor programma's die door de ontvangende landen zelf zijn uitgewerkt en wordt er meer aandacht besteed aan goed bestuur en programma's in de gezondheidssector.

Onrustwekkend zijn dan weer de desinteresse voor landbouw en plattelandsontwikkeling en de toename van de bedragen die naar noodhulp gaan - waardoor de structurele hulp tekort komt.

Winst van onderwijs zeven maal groter dan kosten

Juist die structurele hulp kan, mits goed gekozen, een enorme winst opleveren. Hulp uittrekken voor onderwijsprogramma's in arme landen lijkt een goede keuze. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft onlangs een studie gemaakt waaruit blijkt dat projecten die kinderen uit de fabrieken weer naar de schoolbanken halen, een veelvoud opleveren van de investering die ervoor nodig is.

De ILO berekende dat het 760 miljard dollar gaat kosten om tegen 2020 alle kinderen ter wereld tot hun veertiende naar school te laten gaan. De organisatie schat dat die investeringen uiteindelijk een fabelachtige winst van 5.100 miljard dollar zullen opleveren. De ILO gaat er namelijk van uit dat jongeren onder de 14 voor elk jaar dat ze extra in de schoolbanken zitten, later gemiddeld 11 procent meer verdienen.

Door het terugdringen van kinderarbeid en een betere scholing dalen ook de uitgaven voor gezondheidszorg. Hogere lonen leiden verder tot meer belastingsinkomsten voor de overheid. Andere voordelen op het vlak van persoonlijke ontwikkeling en sociale integratie kunnen niet in geld worden uitgedrukt. De ILO schat dat wereldwijd op dit moment ongeveer 246 miljoen kinderen werken in plaats van naar school gaan.

Als het idee wereldwijd in de praktijk wordt gebracht, zou dat de komende jaren gemiddeld 95 miljard dollar kosten. Een enorm bedrag, maar toch maar eenvijfde van het geld dat ontwikkelings- en transitielanden per jaar aan bewapening uitgeven of eentiende van wat de arme landen jaarlijks aan hun buitenlandse schuldeisers overmaken, brengt de ILO in herinnering.

Het geld dat naar het indammen van de kinderarbeid gaat, brengt veel meer op dan die uitgaven. Een probleem is wel dat die winst pas na een jaar of 15 groter wordt dan de aanvankelijke investeringen. Maar dan blijven de voordelen wel nog een jaar of 40 aanhouden terwijl de investeringen wegvallen.

Wonderpil

Ook reproductieve gezondheidszorg is een veelbelovend investeringsterrein. Geld dat naar investeringen in voorlichting, de verspreiding van voorbehoedmiddelen en een goede zwangerschapsbegeleiding gaat, wordt dubbel en dik terugverdiend, stellen de auteurs van 'Adding it up', een rapport van het Alan Guttmacher Institute (AGI) en het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) dat vorige week werd gepresenteerd.

Als de internationale gemeenschap 3,1 miljard euro ter beschikking stelt om alle vruchtbare vrouwen toegang te bieden tot de pil, condooms of andere moderne voorbehoedmiddelen, kunnen daardoor elk jaar 1,5 miljoen kinderlevens worden gespaard. Het aantal abortussen in de wereld zou met 64 procent afnemen, en ook de ziekten die veroorzaakt worden door (te frequente) zwangerschappen zouden kunnen worden teruggedrongen.

Het geld dat in de pil en andere anticonceptiemiddelen wordt gepompt, verdient zich ook makkelijk terug. Studies in Latijns Amerika wijzen uit dat elke dollar die wordt uitgegeven aan voorbehoedmiddelen, een besparing oplevert van 12 dollar aan gezondheidskosten en onderwijsuitgaven.
 

Ook de economie wordt erdoor gestimuleerd. Kinderen uit kleine gezinnen lijden minder gauw honger en hebben een grotere kans de nodige geneeskundige verzorging te krijgen en langer naar school te kunnen gaan. Dat leidt tot een productievere arbeidsbevolking die geld opzij kan zetten en voor meer economische groei zorgt. Als er minder ongeplande kinderen worden geboren, gaan ook de uitgaven voor weeshuizen, gezinsuitkeringen en gezondheidskosten die met problematische zwangerschappen samenhangen omlaag. 

Gemiste kansen

Volgens het rapport hebben 200 miljoen vrouwen uit ontwikkelingslanden die moderne anticonceptiemiddelen zouden willen gebruiken, geen toegang tot die middelen. Sommige arme landen maken daarvoor zelf te weinig geld vrij, maar ook de rijke landen blijven in gebreke. In 2000 gaven de rijke landen 2,1 miljard euro uit aan programma's voor reproductieve gezondheidszorg in de ontwikkelingslanden, minder dan de helft van wat ze in 1994 op de bevolkingsconferentie van Caïro voor 2000 hadden toegezegd.

De brede kloof tussen woord en daad blijkt een constante in de ontwikkelingshulp. De Britse organisatie ActionAid publiceerde in november vorig jaar een rapport waaruit blijkt de meeste rijke landen bitter weinig terecht brengen van hun belofte er mee voor te zorgen dat alle kinderen in de wereld toegang krijgen tot basisonderwijs. Ze leggen te weinig geld op tafel, geven het basisonderwijs onvoldoende prioriteit, leveren bij voorkeur gebonden hulp en vergeten de armste landen.

Nederland krijgt wel een schouderklopje. Landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland krijgen een uitbrander. De VS, die volgens de normen van de Oeso jaarlijks meer dan 13 miljard dollar besteden aan ontwikkelingshulp en daarmee in absolute cijfers 's werelds grootste donor zijn, missen bijzonder veel kansen om dat geld echt te laten renderen. President George W. Bush heeft het Amerikaanse ontwikkelingsbudget wel laten stijgen, maar het zijn niet de armste landen die daarvan profiteren.

Onder 'hulp' verstaat Washington in de eerste plaats militaire bijstand en economische steun aan strategisch belangrijke landen. Voor echte armoedebestrijding hebben de VS per jaar maar ongeveer 5 miljard dollar over. Onderwijs en vooral gezondheidszorg zijn prioriteiten voor de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking.

Maar ook daar heeft de huidige regering voor negatieve accenten gezorgd. Bush besliste in 2001 de zogenaamde <i>Gag Rule</i> opnieuw in te voeren, een regeling die Amerikaans ontwikkelingsgeld ontzegt aan hulporganisaties die abortus toepassen of aanbevelen. Dankzij de beslissing van Bush hebben een aantal Afrikaanse gezondheidscentra hun afdeling voor gezinsplanning kunnen sluiten.

ILO: 'Child labour prevents development' (BBC)
Adding it up (Guttmacher Institute) 
Investing in Every Child (IAO)
Officiële Ontwikkelingshulp in 2002 (OESO)
Must try harder (Action Aid)
The Role and Effectiveness of Development Assistance (Wereldbank)
Millenniumdoelstellingen (Wereldbank)
Financing for Development (VN)

Reacties