De waarde van atypische ontwikkelingswerkers

01-01-2006
Door: Tekst: Elles van Gelder


Met de kragen hoog opgetrokken en paraplu's in de hand stromen de bezoekers het Museumcafé in de Utrechtse wijk Lombok binnen. Bruin verbrande gezichten contrasteren met het grijze weer. Voor een week hebben enkele medewerkers van VSO (Voluntary Service Overseas) hun post in het warme Windhoek in Namibië verlaten om aanwezig te zijn bij de presentatie van twee nieuwe reclamefilmpjes van VSO.

In een van de spotjes schittert Niek van der Spek. Zij werkt sinds maart 2005 bij Catholic Aids Action (CAA), met 85 personeelsleden en 1.600 vrijwilligers de grootste HIV/aids-organisatie van Namibië. Je ziet haar tijdens een vergadering, op kantoor en in het veld. Terwijl ze buiten op de rode aarde staat, roept ze de kijkers op om VSO financieel te steunen. 'Ik had veel vooroordelen over ontwikkelingswerk', vertelt Van der Spek na de première van het spotje. 'Ik dacht dat je minstens arts moest zijn of iets anders moest doen in de gezondheidszorg om uitgezonden te worden naar een ontwikkelingsland. Wat zou ik met mijn ervaring in hemelsnaam kunnen bijdragen?'

Menselijk talent

Van der Spek is de eerste uitgezonden vakspecialist in het kader van het samenwerkingsverband tussen VSO en Randstad Holding dat in juni 2004 van start ging. Randstad leent tijdelijk vakmensen uit aan VSO, dat ze plaatst bij verschillende organisaties in ontwikkelingslanden. De 44-jarige Van der Spek werkt bij Randstad als human resource-manager. Van der Spek: 'Mijn vak gaat over hoe je het menselijk talent van een bedrijf zo goed mogelijk kunt ontwikkelen. Daarbij horen ook thema's als salaris, het motiveren van werknemers en ziekteverzuim.'

Haar vraag wat een HR-manager tegen HIV/aids kan doen, werd al snel beantwoord toen ze eenmaal aan de slag ging voor CAA, een organisatie die zich met name op thuiszorg richt. Van der Spek kon bijdragen aan het versterken van de organisatie zélf, waardoor de slagkracht wordt vergroot. 'CAA had al een redelijk sterke structuur toen ik daar begon en ook financieel waren de zaken in orde. Maar de arbeidsverhoudingen typeerden zich door een bijna bestraffende zienswijze. De werknemers kregen een document met hun functieomschrijving, maar niemand controleerde of diegene wel begreep wat erin stond. Nieuwe personeelsleden werden ook niet ingewerkt. En als er iets fout ging, werd er direct over ontslag gesproken.'

Van der Spek besefte dat ze moest beginnen bij de leidinggevenden als ze dit wilde veranderen. 'Veel managers hebben het beeld dat een leidinggevende in zijn hok hoort te zitten met de deur dicht en vanachter het bureau allemaal belangrijke dingen moet doen. Ze willen hun handen niet vuil maken door zich intensief met het personeel te bemoeien. Ik ben erg veel vragen gaan stellen. Zoals: Hoe heb je zelf iets geleerd? Gaat het goed met je werknemers? Zou het niet handig zijn als ze iets van jou konden leren?'

Zelfbescherming

Van der Spek is blij dat de managers inmiddels inzien dat hun rol bestaat uit het aansturen van mensen. Maar het trotst is ze op de discussie die ze aanzwengelde over de toekomststrategie van de organisatie. 'De vraag waar de organisatie naartoe wilde en wat hun sterktes en zwaktes waren, werd niet gesteld. Ik begeleidde het management tijdens strategiesessies waarin de doelstellingen helder werden. Dat is nodig om de organisatie tegen zichzelf te beschermen. Want er is een ongelooflijke vraag naar hulp en CAA wil ook iedereen helpen, maar dat gaat gewoon niet.'

HR-specialist Niek van der Spek en haar collega's van de Catholic Aids Action, de grootste HIV/Aids organisatie van Namibië.

Beeld: VSO

Zorgen dat een organisatie haar doelen duidelijk op papier zet, is ook een van de taken van de 38-jarige organisatieadviseur Hans van der Windt. Vanuit het Namibische VSO-hoofdkantoor in Windhoek steunt hij zes kleine organisaties die zich bezighouden met de bestrijding van HIV/aids. 'Als je je op thuiszorg voor aids-patiënten richt, is het belangrijk dat je niet opeens iets met wezen gaat doen, alleen omdat daar toevallig wel een potje met geld voor is', verduidelijkt Van der Windt, die sinds 2003 in de hoofdstad werkt.

Van der Windt probeert de organisaties te helpen om 'zo adequaat mogelijk te doen wat ze van plan waren'. "We zorgen er onder meer voor dat organisaties meer vaardigheden krijgen om fondsen te werven en dat de organisatiestructuur wordt verbeterd. Het gaat soms om heel basale dingen, zoals het maken van een planning of het inrichten van een goed boekhoudsysteem. Daarnaast proberen we ervoor te zorgen dat er ook iets op papier staat over de omgang met HIV/aids in de organisatie zelf. Bijvoorbeeld wat de rechten van een medewerker zijn die ziek wordt of naar een begrafenis moet.'

Emotionele dieptepunten

Van der Spek en Van der Windt zijn niet de enige VSO'ers die een heel andere achtergrond hebben dan 'typische' ontwikkelingswerkers als artsen, verpleegkundigen of ingenieurs. Wereldwijd zijn 370 VSO'ers actief als accountant, marketeer, organisatieadviseur, manager of IT'er. En de vraag naar dergelijke vakspecialisten neemt volgens VSO alleen maar toe.

Tweehonderdduizend patiënten

VSO is sinds 1990 actief in Namibië. De organisatie richt zich niet alleen op de bestrijding van HIV/aids, maar heeft ook een programma voor gehandicapten. Het aids-programma werd in 2000 opgezet. Sindsdien houdt VSO zich bezig met het ondersteunen van lokale organisaties die actief zijn op het gebied van aids-bestrijding. VSO werkt al vier jaar samen met Catholic Aids Action (CAA).

Volgens UNAIDS (United Nations Programme on HIV/AIDS) telde Namibië in 2003 200 duizend HIV/aids-patiënten tussen de 15 en 49 jaar. In datzelfde jaar overleden 16.000 mensen aan de ziekte en verloren 17.000 kinderen tussen de nul en 17 jaar hun ouders. Vijftienduizend kinderen waren zelf besmet.

VSO: www.vso.nl

CAA: www.caa.org.na

Echte dieptepunten hebben Van der Spek en Van der Windt niet meegemaakt sinds ze in Namibië zijn. Van der Spek zegt dat het helpt om je te focussen op het functioneren van een organisatie in plaats van je te veel bezig te houden met de moordende ziekte zelf. 'Natuurlijk heb ik wel momenten van vertwijfeling en frustraties - je doet een stap vooruit en weer een stap terug -, maar ik heb meer veranderingsprocessen in organisaties meegemaakt en weet dat het niet allemaal in één keer gaat.'

Wel zegt Van der Spek soms 'blunders' te begaan. 'Mijn collega bij CAA die human resources in haar portefeuille heeft, wijst me er soms op dat Nederlandse ideeën in Namibië niet altijd werken. Vooral met mijn hele "arbo-denken" kon ik als het ware de pot op. Wij hebben in Nederland een heel strikt ziekteverzuimbeleid, maar in Namibië hebben de werknemers recht op tien ziektedagen per jaar. Mijn Namibische collega ontplofte bijna toen we het over deze onderwerpen hadden. Ze proestte: "Jullie witte calvinisten werken totdat je er dood bij neervalt. Wij zwarte mensen zijn jaren uitgebuit totdat we er dood bij neervielen." Ons strikte beleid behoorde duidelijk niet tot hetgeen zij voor haar organisatie wenste.'

Van der Windt loopt er met name tegen aan dat zaken die voor hem vanzelfsprekend zijn, niet in Namibië gelden. 'Ik erger me er soms aan hoe er hier wordt vergaderd. Ook in Nederland heb ik wel op vergaderingen gezeten waarvan ik dacht "Ik verdoe hier mijn tijd", maar in Namibië heb ik dat gevoel wel heel vaak. Meestal is er niet eens een agenda. Ik zeg daar altijd iets van. Soms heeft dat effect, soms niet. Ik besef dat dit ook met mezelf te maken heeft. Dat ik degene ben die zich niet kan aanpassen.'

Van der Windts werk bij VSO zit er bijna op, maar de organisatieadviseur blijft in Namibië. Hij gaat aan de slag als manager bij Penduka, een non-gouvernementele organisatie die vrouwen op het platteland helpt bij het maken en verkopen van handwerkproducten. Van der Spek zou in eerste instantie eind 2005 huiswaarts keren, na afloop van haar termijn bij CAA. Maar omdat ook andere organisaties veel belangstelling hebben voor human resources, heeft ze besloten langer te blijven.

Nieuwe plannen

Daan Gerretsen, directeur van VSO-Namibië, over de plannen waar Van der Spek bij betrokken is: 'Randstad heeft in Nederland de service "HR solutions". Dat willen we ook in Namibië invoeren. Het idee is dat je, als een vorm van dienstverlening, aanbiedt de ontwikkeling binnen een organisatie te bekijken en na te gaan welke hulp er nodig is. Op financieel vlak ondersteunen we al vele partners. Met voltijds vrijwilligers, maar ook met parttime krachten die meerdere organisaties tegelijkertijd bijstaan. In het kader van HR solutions willen we een volledige service aanbieden: we maken een analyse en stippelen een ontwikkelingstraject uit. Verschillende vrijwilligers dragen daar dan aan bij.'

Van der Spek gaat in Namibië helpen met het opzetten van een proefproject. 'Samen met haar en Randstad gaan we kijken hoe we dit in- en extern kunnen organiseren. Later hopen we ook trainingen aan te kunnen bieden aan lokale HR-adviseurs, zodat zij op den duur onze partners en andere organisaties kunnen ondersteunen', vervolgt Gerretsen. 'Van ngo's die het kunnen betalen, vragen we een kleine vergoeding. Zo zijn we in staat de kleinere en armere organisaties te subsidiëren.'

Volgens Gerretsen vindt VSO het zeer belangrijk dat er steeds nieuwe ideeën worden bedacht om organisaties te ondersteunen die zich bezighouden met aids-bestrijding. 'Ik ken geen enkele sector die zo dynamisch is. Er zijn zoveel veranderingen en ontwikkelingen waar iedereen zo snel mogelijk op in wil spelen. Toen ik hier vier jaar geleden kwam, waren er amper aids-remmers beschikbaar en was er weinig thuiszorg voor aids-patiënten. Nu is dat sterk verbeterd en heerst er ook een positiever gevoel. Je voelt dat er een soort omslag heeft plaatsgevonden. En als de directeur van CAA naar me toekomt en zegt dat zijn organisatie door de inzet van Van der Spek haar werk beter kan doen, dan is dat erg mooi.'

Weblog Niek van der Spek over haar werk bij CAA: www.niek.vso-stories.net



Reacties