De taaie dynamiek van sociaal-economische ontwikkeling

01-01-2006
Door: Tekst: Johan van de Gronden


In veertien overzichtelijke hoofdstukken met ieder een eigen literatuuroverzicht maakt de auteur de lezer vertrouwd met de basisbegrippen van economische ontwikkeling, het ontstaan van de internationale economische orde, technologie- en industriebeleid, landbouw, onderwijs en gezondheidszorg, maar ook met de minder grijpbare culturele aspecten van ontwikkeling. Het slothoofdstuk is gewijd aan buitenlandse hulp.

De studie is het resultaat van meer dan vijftien jaar noeste academische arbeid. Wat begon als een serie collegeaantekeningen is, via de publicatie van de Nederlandse uitgave in 1993 en de Engelse vertaling vier jaar later, uitgegroeid tot deze volledig herschreven en uitgebreide editie.

Schoolse opzet

De prijs voor zo'n omvangrijk overzicht van een zeer complexe problematiek is een zekere saaiheid, die nog wordt versterkt door de wat schoolse opzet van het geheel. Aan het eind van ieder hoofdstuk worden enkele inzichtvragen gesteld, aan de hand waarvan de lezer zelf kan bepalen of hij de stof voldoende heeft begrepen. Handig zijn de wenken voor verdere studie met een becommentarieerde beknopte literatuurlijst.

Teleurstellend aan dit anderszins uiterst nuttige overzichtswerk is het ontbreken van een prikkelende of overtuigende centrale visie. Szirmai heeft veel onderzoek gedaan naar industriële productieprocessen in ontwikkelingslanden en lijkt een lans te willen breken voor het bevorderen van technologische vernieuwing. Dat aan de klassieke trias arbeid, grond en kapitaal een vierde element, namelijk technologie, moet worden toegevoegd om sociaal-economische dynamiek te kunnen verklaren, nemen we wel aan, maar de auteur herkauwt oude ideeën over 'technologietransfer' en 'technologieoverdracht' aan ontwikkelingslanden vanuit het rijke Westen. Een wat sleetse gedachte. De harde lessen uit de ontwikkelingspraktijk van de jaren tachtig en negentig hebben juist geleerd dat moderne technologie niet zomaar is over te dragen. Kennis moet worden verworven. De motieven om te leren en te verwerven zijn bovendien vaak sterk verweven met de lokale cultuur en samenleving.

Het slothoofdstuk sluit aan bij een prangende actuele vraag: waarom zouden we eigenlijk internationale hulp verlenen? Een causaal verband tussen de omvang van de ontwikkelingshulp en macro-economische groei lijkt immers zeer moeilijk aantoonbaar. Hier laat Szirmai zich ondanks al zijn academische reserves verleiden tot stellingname. Er zijn, zegt hij, sterke morele aanwijzingen om hulp te geven. Als we uit ons hoofd zetten dat hulp een bepalende factor kan zijn om economische groei te stimuleren, en genoegen nemen met het feit dat hulp in bescheiden mate bij kan dragen aan het realiseren van beperkte ontwikkelingsdoelen, dan zijn we al een heel eind. Veel hulp is van dubieuze kwaliteit. Het verbeteren van de kwaliteit van de hulp zou ten ene male moeten prevaleren boven pogingen om bestaande hulpstromen te behouden of te verhogen. Dat hulp de armen niet altijd direct bereikt - een veelgehoorde kritiek - is volgens Szirmai geen ramp, mits de hulp maar bijdraagt aan het creëren van een positieve sociaal-economische dynamiek. Want geen land heeft ooit zijn armoede significant weten te verminderen zonder economische groei te realiseren.

Prettige distantie

Economische groei en sociaal-economische dynamiek zijn stokpaardjes die de auteur graag berijdt. Hij haast zich wel telkens om eraan toe te voegen dat armoede meer is dan inkomensarmoede, maar in de kern definieert Szirmai armoede wel degelijk als een economisch probleem. Voor mogelijke andere structurele oorzaken van armoede - zoals deprivatie, stelselmatige discriminatie en sociale uitsluiting - heeft de auteur minder oog.

Ietwat verrassend is in dit verband de vrijwel volledige afwezigheid van het meest invloedrijke normatieve raamwerk voor internationale hulp van de afgelopen jaren: de Millenniumdoelen. Aan de MDG's is in het boek welgeteld één voetnoot gewijd. Dat is wat zuinig voor een kader dat in toenemende mate door vrijwel alle grote donoren en veel ontwikkelingslanden zelf wordt aangewend om internationale hulp in goede, meetbare banen te leiden.

Szirmai heeft een prachtig en nuttig overzichtswerk geschreven. Allereerst voor studenten, maar ook geïnteresseerde leken, beleidsmakers en praktische armoedebestrijders kunnen er veel van hun gading in vinden. Met uitzondering van zijn openlijk beleden voorkeur voor een economisch armoedeperspectief behoudt de auteur in het gehele werk een prettige distantie tot scholen en ideologieën. Ondersteund door een schat aan empirisch materiaal laat hij de lezer daarmee de ruimte om zijn of haar eigen vergelijking te maken.

'The Dynamics of Socio-Economic Development: An Introduction'

Adam Szirmai

Cambridge University Press, 2005

www.dynamicsofdevelopment.com



Reacties