De sociale controle van de voedselhulp

01-03-2006
Door: Da Root


Hoeveel economen er in de zaal zaten, vroeg Bas de Gaay Fortman aan het einde van de dag aan het aanwezige publiek. Er ging welgeteld één vinger de lucht in. 'Jammer', concludeerde Fortman, dagvoorzitter van de conferentie over voedsel en mensenrechten. 'Beleidsmakers luisteren alleen naar economen.'

Of het de oren van beleidsmakers zal bereiken, is dus nog maar de vraag, maar aan een gebrek aan inspiratie ligt het zeker niet. Een conferentie over de 'rights based approach to food'. De term zoemt 's avonds laat nog steeds door in mijn oren. 'Voluntary guidelines' - nog zo een. En dan de 'Universal declaration of human rights', ook vaak gehoord. Daar ging het over. Mensenrechten 'meets' ontwikkelingssamenwerking: 'rights based approaches'.

Conferentie: Rights based approach to food

Organisatie: Wageningen International (WI), Wageningen Universiteit, ICCO, Plan

Datum: 20 maart 2006

Er bestaat een hele serie van: vrouwenrechten, kinderrechten, het recht op behuizing, op onderwijs, én op voedsel. Pleitbezorgers van deze benadering vinden dat overheden direct verantwoordelijk zijn wanneer de mensenrechten in hun land niet worden gerespecteerd. Hebben bepaalde bevolkingsgroepen geen toegang tot gepast voedsel, dan worden hiermee hun mensenrechten geschonden. Voedselhulp niet meer bezien als liefdadigheid, maar als plicht van de regering - daar gaat het om. Volgens dagvoorzitter Fortman gaan mensenrechten fundamenteel over het gebruik of het misbruik van macht. Zo kun je stellen dat overheden hun macht soms misbruiken of niet goed genoeg gebruiken, en op die manier de mensenrechten van hun burgers schenden.

'Missing link'

Waarom deze benadering? Omdat voedselhulp 'an sich' niet het juiste antwoord lijkt op de honger in de wereld. Ricardo Gonzalez, directeur van Plan Guatemala, onderbouwt deze stelling met harde cijfers. In 1990 werd er dertig miljoen dollar aan voedselhulp in Guatemala gepompt. In dat jaar waren er 1,2 mensen ondervoed. Ook in 2000 bedroeg het budget voor voedselhulp dertig miljoen dollar. Het aantal ondervoede mensen was in die tien jaar echter gestegen naar 2,6 miljoen - meer dan een verdubbeling. Tijd voor een andere aanpak dus. Ook Julian Thomas van de FAO gelooft dat we met z'n allen een andere weg in moeten slaan. Jaarlijks worden er miljarden dollars uitgegeven aan voedselhulp. We weten hoe het moet, we hebben de technieken en we beseffen wat de noden zijn. Maar toch zijn er wereldwijd nog steeds 850 miljoen mensen ondervoed. Thomas gelooft heilig in de potentie van de 'rights based approach'. Volgens hem vormt deze de 'missing link' die het wereldvoedselprobleem wel eens op zou kunnen lossen. Mensen 'empoweren', onderbedeelden stimuleren hun rechten op te eisen, of de civil society dat voor hen laten doen. Daar ligt volgens hem dé kans.

Het lijkt haast missionariswerk. En de blijde boodschap vindt gretig aftrek. Ilka Esquivel van Plan Panama is in ieder geval erg enthousiast. 'Wij proberen onze focus te verleggen: van humanitaire assistentie naar een duurzamere manier van voedselhulp. Werken op basis van mensenrechten heeft voor onze regio een groot potentieel. Op deze conferentie doe ik kennis op waar ik in Centraal Amerika mee aan de slag kan.'

'Name and shame'

Er is in het voorbije decennium veel gebeurd op het vlak van voedselhulp. In 1996 werd de 'rights based approach to food' voor het eerst op de internationale agenda gezet, op de World Food Summit. In 2004 hebben 187 landen een verklaring ondertekend waarin ze erkennen dat voedsel een mensenrecht is, en dat regeringen verantwoordelijk zijn voor het garanderen van dat mensenrecht - de 'voluntary guidelines', zoals ze in de wandelgangen worden genoemd. Ook al zijn die richtlijnen vrijwillig, de deelnemers aan de conferentie zijn er blij mee. Wenche Barth Eide, een academische activiste uit Noorwegen en een internationale autoriteit op het gebied van voedsel en mensenrechten, heeft het over de 'name and shame'-functie van de richtlijnen.

'Landen zijn nergens toe verplicht, maar laten door te tekenen wel een bepaalde intentie zien. Ze erkennen ermee dat er een norm bestaat. Doorbreekt een land die norm, dan is het daar makkelijker op aanspreekbaar.' Sociale controle dus. Een van de congresgangers haalt een voorbeeld aan uit Honduras. Een grote bananenmultinational wilde uitbreiden. Maar de plaatselijke boeren voelden er niets voor om hun land te verkopen. Daar leefden ze immers van. Groot was hun afschuw dan ook toen ze op een dag zagen hoe een grote bulldozer hun velden vernielde. De boeren in de schulden, het bananenbedrijf enkele akkers rijker. Geen haan in de regering die ernaar kraaide. Totdat een expat het verhaal vertelde aan een lokale krant uit Ohio. Drie dagen na de publicatie van het artikel kregen de boeren de compensatie die hen toekwam - 'name and shame' ten voeten uit.

Interessante materie, maar kunnen ontwikkelingswerkers er wat mee? Jan Marchal van ICCO meent van wel. 'Ik wist eerlijk gezegd niet eens dat die verklaring bestond. Conferenties als deze zijn erg handig om het grotere plaatje weer te zien, de context waarin je werkt. Ik ga de "voluntary guidelines"zeker doorgeven aan onze partnerorganisaties in Congo en Uganda. Ik denk dat ze voor hen een handig hulpmiddel kunnen vormen, tijdens lobbyactiviteiten bijvoorbeeld.'

De OS-wereld lijkt positief. Nu nog de economen aan boord zien te krijgen. Kunnen die de beleidsmakers gaan beïnvloeden.

 

Literatuur

'Voluntary Guidelines to support the progressive realization of the right to adequate food in the context of national food security', FAO (2005)



Reacties