‘De regering moet onze bijdrage efficiënt gebruiken’

01-05-2006
Door: Tekst: Alberta Opoku


Woensdag 29 maart. Zowat heel Ghana beleeft een volledige zonsverduistering. 'Dit is een historische dag', verkondigen de media, gevolgd door zelfverklaarde apostelen, dominees, imams en fetisjpriesters. 'Er is meer tussen hemel en aarde', roept een psychotische man bij de poort van de psychiatrische afdeling van het Ridge Hospital in de Ghanese hoofdstad Accra. Ook in de 'conference hall' van het ziekenhuis wordt geschiedenis geschreven, zij het van een andere orde. De Engels-Ghanese Victor Doku geeft een dozijn laatstejaarsstudenten van de University of Ghana Medical School (UGMS) college in een vak waarvoor de vele Ghanese talen geen naam hebben: psychiatrie. De studenten behandelen een casus klassieke psychoseleer. De 53-jarige 'Peace' heeft naar eigen zeggen last van 'bijzondere contacten'. Na jarenlange behandelingen door een fetisjpriester hoort ze nog steeds stemmen en lijdt ze aan achtervolgingswaanzin. 'Over tien minuten wil ik uw behandelplan weten', zegt Doku terwijl hij de zaal verlaat.

Doku studeerde zelf aan de UGMS, vertrok naar Engeland om zich te specialiseren en is daar gebleven. En met hem vele anderen. Eén op de acht Ghanezen leeft in het buitenland. Meer dan de helft van de hoogopgeleiden heeft het land inmiddels verlaten. Tachtig procent van het gezondheidspersoneel vertrekt na het afstuderen naar het Westen - in de stad New York wonen bijvoorbeeld meer Ghanese artsen dan in heel Ghana. Om de leemte te vullen, zet Ghana doorgaans Cubaanse artsen in. Maar dat geeft geen soelaas. De Cubanen spreken geen Engels - de officiële taal in Ghana - en zijn meestal meer tijd kwijt aan cultuurproblemen, dan aan het behandelen van patiënten.

Snelgroeiend netwerk

Jarenlang heeft de Ghanese diaspora zichzelf beperkt tot het sturen van 'remittances', terwijl de gezondheidszorg in het moederland afbrokkelde. De 'remittances' blijven het land binnenstromen, maar de laatste jaren gaan steeds meer gevers tijdelijk zelf mee. 'We zijn inmiddels gesetteld en organiseren onszelf steeds beter. Daardoor kunnen we ons scherper richten op Ghana', legt psychiater Doku uit. Sinds 2002 vormt hij met Ghanese collega's in de diaspora een snelgroeiend netwerk van gezondheidspersoneel dat tijdelijk lesgeeft, werkt of onderzoek doet in Ghana. Naast zijn colleges aan de UGMS werkt Doku aan een project dat tot doel heeft om klinische termen uit de psychologie en psychiatrie te vertalen naar ten minste één Ghanese taal.

Kinderpsychiater Ama Addo is geboren en getogen in Schotland en sloot zich drie jaar geleden aan bij het netwerk van Doku. 'In Ghana worden geneeskundestudenten opgeleid tot generalisten. Ik hoop een soort mentor te kunnen zijn voor studenten die zich willen specialiseren. De eerstejaars probeer ik bekend te maken met verschillende manieren van leren. Zij hebben vaak geen internettoegang of zijn niet bekend met digitaal onderricht. Via de "Internet community" van ons netwerk, waarop we geregeld collegeaantekeningen posten, raken ze daar langzaam mee vertrouwd. Daarnaast schrijf ik mee aan een goedkoop basisboek waaraan collega's op het continent en in de diaspora samenwerken.'

Bewezen succes

Op ongeveer hetzelfde moment dat Doku en zijn collega's begonnen met hun artsennetwerk, ontwikkelde de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) samen met partners in Ghana een soortgelijk project. Vorig jaar ging Migration in Development for Africa (ook wel MIDA-Ghana Gezondheidszorg genoemd) van start. Doel van het project is om de diaspora in te zetten voor de verbetering van de gezondheidssector in Ghana. De IOM wordt bij de uitvoering van MIDA-Ghana ondersteund door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ghanese Ministerie van Volksgezondheid. 'Wij doen de werving en selectie van zowel de mensen die naar Ghana gaan, als van hen die naar Nederland komen', legt Ralph Welcker, projectcoördinator bij de IOM, uit. 'De Ghanagangers gaan patiënten behandelen en lesgeven. En de gezondheidswerkers uit Ghana komen hier kennis en ervaring opdoen. Tot dusver hebben we zeven mensen uitgezonden en de ervaringen zijn positief. MIDA-Ghana, dat 450 duizend euro kost, loopt tot medio 2007. Bij bewezen succes wil Ghana de diasporacomponent vormgeven tot een structureel onderdeel van het beleid.'

Eigen initiatief

Feit is dat Ghana niet om de diaspora heen kan. Maar van harte gaat het vaak niet, zo ondervond schrijver dezes vijf jaar geleden. 'Je bent jong, in het buitenland opgeleid en bovendien leef je ondertussen langer daar dan dat je hier hebt gewoond. Stuur liever geld of studieboeken en kom terug wanneer je in de veertig bent.' Dit zei de secretaris van de Ghanese journalistenvereniging toen ik hem vroeg naar de mogelijkheden om vrijwillig twee maanden les te geven aan het Ghana Institute of Journalism. Dat was in april 2002.

Terug naar april dit jaar. Frustrerend, bureaucratisch, uitsluitend. Zo oordeelde Kodwo Sarfo Agyemang, een in Nederland opgeleide Ghanese arts, een paar jaar geleden over zijn vaderland. 'Ik wilde op eigen initiatief vrijwillig aan de slag in Ghana, maar de Ghana Medical and Dental Council werkte me tegen. In 2000 weigerde die mij te registreren en ik kon dus niet beginnen. Een jaar later gebeurde dit opnieuw. Als "buitenlandse" arts moest ik een examen Engels afleggen. Dat weigerde ik principieel. Niet alleen omdat ik pas na de middelbare school naar Nederland ben vertrokken, maar vooral omdat Cubanen en Congolezen - die meestal geen Engels spreken - wél werden geregistreerd.' Na bemiddeling door IOM Ghana kon Sarfo Agyemang eind vorig jaar alsnog aan het werk.

Hoewel hij zijn gastland niet wil aanvallen, geeft de Engels-Nigeriaanse Yomi Fashola toe dat Ghana niet erg flexibel is tegenover tijdelijk teruggekeerden. Sinds februari dit jaar is hij er officieel gevestigd. Net als Ama Addo zit hij in het netwerk van Doku en heeft hij colleges gegeven aan de UGMS. Hoewel hij vanaf begin dit jaar een baan als psychiater heeft, mag hij nog niet werken. 'Een paar maanden geleden heb ik het examen van de Medical Council met goed gevolg afgelegd, maar ik heb nog geen werkvergunning. Pas vorige week hoorde ik waarom: mijn tewerkstellingsdocument is verkeerd geïnterpreteerd - men heeft "stage" begrepen in plaats van "baan". Afrika is dol op bureaucratie', lacht Fashola.

Wij en zij

'Wat Ghana nodig heeft, is een radicale mentaliteitsverandering', zegt Sarfo Agyemang resoluut. 'Bij gebrek aan leiderschap is er ooit een lijn getrokken van "wij de achterblijvers versus zij de diaspora". Bij de Medical and Dental Council zitten visieloze mensen die niet weten wat zich in de dagelijkse praktijk afspeelt, maar die wel bepalen of een gekwalificeerde arts patiënten mag behandelen of niet. In het veld heerst een enthousiaste, collegiale en leergierige sfeer. De lokale partners willen graag samenwerken en van elkaar leren. Dat werkt inspirerend om terug te blijven komen.'

Sarfo Agyemang glimlacht hoofdschuddend. 'Het probleem zit in Accra, bij de beslissers. Toen ik de Ghanese minister van Volksgezondheid sprak over de problemen in de zorgsector, was zijn kordate reactie: "Stuur maar een memo." Die houding moet veranderen. Daar is visie voor nodig, en die ontbreekt - zowel op politiek, als op cultureel en sociaal gebied. Volgend jaar is Ghana vijftig jaar onafhankelijk. We kunnen niet nog vijf decennia visieloos doormodderen', besluit Sarfo Agyemang op strijdlustige toon. Hij krijgt bijval van Doku: 'Ondanks de grote belangstelling vanuit de diaspora voor MIDA-Ghana, blijft het symptoombestrijding. Of het op de lange termijn ook echt effect heeft, hangt grotendeels af van de regering. Die moet bereid zijn onze bijdrage efficiënt te gebruiken.'

Politieke agenda

Aan de UGMS in Accra zijn voltijds drie psychologen verbonden en twee psychiaters, onder wie Samuel Ohene, tevens hoofd Psychiatrie. Ondanks het tekort aan artsen ziet Ohene weinig in de kritische geluiden uit de diaspora. 'Het is mode om de leegloop toe te schrijven aan gebrek aan leiderschap. Feit is dat gezondheidswerkers onder deze regering meer verdienen dan ze ooit hebben gedaan. Nooit eerder heeft de gezondheidszorg zo hoog op de politieke agenda gestaan als nu. De diaspora komt vanzelf terug - als ze het hebben gemaakt, met pensioen gaan of wanneer de achterblijvers de weg hebben geëffend.'

Ohenes collega in Kumasi, John Appiah-Poku, is een andere mening toegedaan. 'We hebben wat de diaspora betreft een leiderschapsprobleem en een mentaliteitprobleem. Dat mensen beginnen terug te keren, is veelbetekenend. Ze weten van aanpakken en dat werkt. Het probleem is dat de achterblijvers die "drive" missen en de diaspora buitensluiten uit angst om zelf door de mand te vallen. Maar dat zal veranderen naarmate men ziet hoeveel je van elkaar kunt leren.' Laten we realistisch blijven, vervolgt Appiah-Poku: 'De "remitted" ponden, euro's en dollars zullen dit land niet opbouwen, omdat het geld de mensen nog meer redenen geeft om niet zelf iets te ondernemen. Wat wel helpt? Ghanezen die in het buitenland een opleiding volgen en daarna terugkeren.'

Medio 2007 wordt MIDA-Ghana afgesloten en moeten de Ghanese overheid en Buitenlandse Zaken besluiten of het project een structurele vorm krijgt. Bij voortzetting zal de Ghanese diaspora haar toegevoegde waarde moeten bewijzen. Blijft zij een instrument voor het dichten van een bodemloos personeelsgat of gaat ze de broodnodige omslag bewerkstelligen in de mentaliteit van de achterblijvers? De Nederlands-Ghanese Kodwo Sarfo Agyemang is dat laatste van plan. Vanaf augustus gaat hij, opnieuw voor het MIDA-project, een jaar lang werken in Ghanese ziekenhuizen.



Reacties