'De reclamejongens worden hier beter van, het zuiden niet'

18-03-2005
Door: Mark van Kollenburg
Bron: OneWorld

Een politiek beladen onderwerp is momenteel het nieuwe systeem voor subsidie aan ontwikkelingsorganisaties, het zogeheten Beleidskader Medefinanciering 2007-2010. Vooral over de eis dat hulporganisaties een kwart van hun budget halen uit andere bronnen dan die van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zullen dit voorjaar in de Tweede Kamer nog harde noten worden gekraakt.

delarivebox1kleinerLouk de la Rive Box is sinds 1 januari rector van het Institute for Social Studies. Daarvoor was hij hoogleraar internationale samenwerking aan de Universiteit Maastricht. In die tijd onderzocht een commissie onder zijn voorzitterschap de 'bedrijfsplannen' van de zes medefinancieringsorganisaties Cordaid, Hivos, Icco, Novib, Plan Nederland en Terre des Hommes. De commissie-Box bracht daarover advies uit aan minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking.

De minister heeft uw bevindingen betrokken bij het opstellen van een nieuw beleidskader voor medefinanciering. Wat ziet u van uw adviezen terug?

'Allereerst dat het tijdig is voorbereid. Het initiatief ligt weer bij de minister en haar ambtenaren. Verder gaat het schot tussen medefinancieringsorganisaties en thematische organisaties verdwijnen. Het wordt één subsidiekanaal en dat moet in zijn geheel worden bekeken. Ten slotte komt er een externe adviescommissie, waarvoor wij ook al pleitten. Daardoor is de mogelijkheid van beïnvloeding van een ambtenaar door organisaties beperkt geworden.'

Wat ontbreekt eraan?

'Dit beleidskader is een flinke stap voorwaarts en dat moet gezegd worden. Maar de eis dat organisaties 25 procent aan eigen middelen moeten genereren, vind ik onjuist. Het gaat hier om het leveren van een kwaliteitsdienst met publiek geld. De vraag is waarom dan een kwart  - cru gezegd - op de chari-markt moet worden gehaald.

Ik ben er niet van overtuigd dat de kwaliteit van de programma's hierdoor wordt verbeterd. Integendeel. Die zal eronder lijden. Je krijgt nu een nog sterkere concurrentie tussen organisaties waarbij vooral de grote organisaties dure reclamecampagnes gaan voeren. Daarvan worden alleen de reclamejongens en -meisjes beter, de mensen in het zuiden niet...

De hoogte van het percentage vind ik ook arbitrair. Leveren organisaties die de helft uit de chari-markt halen betere kwaliteit dan zij die voor een kwart uit andere middelen putten? Ik heb geen enkele indicatie uit welke studie dan ook.'

Van Ardenne wil de hulporganisaties zo ook dwingen meer samen te werken. Werkt zo'n prikkel?

'Ik ben het met de minister eens dat meer samenwerking wenselijk is. Die is in Nederland opmerkelijk afwezig geweest. Partos (brancheorganisatie, red) is een nieuw samenwerkingsverband. Dat kan een goede ontwikkeling zijn, als er bijvoorbeeld goede afspraken komen over kwaliteitsmetingen voor internationale samenwerking.

Anderzijds, maatschappelijke organisaties beginnen klein en onafhankelijk en kunnen een heel eigen geluid laten horen. Een gevaar zou kunnen zijn dat Partos zich ontwikkelt tot een corporatistische instelling waarbij die kleine organisaties met hun oorspronkelijke geluid geen deel van het concert zijn.

Het aardige van bijvoorbeeld OneWorld is dat iedereen lid kan worden als ie de doelstelling betreffende duurzame ontwikkeling en mensenrechten maar onderschrijft. Het is een hele open organisatie, het is niet duur om lid te worden en je profiteert van allerlei faciliteiten.

Dus ik ben er niet zeker van dat de prikkel in dat opzicht positieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van internationale samenwerking en daar gaat het mij steeds om.'

Politici klagen over een teveel aan organisaties. Die klacht deelt u niet?

'Je moet organisaties niet allemaal in een keurslijf dwingen. Zeker niet nu het veld van de civilaterale samenwerking, zoals ik het internationale netwerk van maatschappelijke organisaties graag noem, aan het schuiven is.

Ik noem allereerst de groeiende impact van de diaspora-organisaties. Naar alle waarschijnlijkheid overtreft het geldbedrag dat Ghanezen in Nederland jaarlijks naar Ghana sturen de bilaterale hulp van Nederland aan Ghana. De transactiekosten zijn bovendien laag en de efficiëntie is naar alle waarschijnlijkheid hoog, omdat het via vertrouwde kanalen als familie loopt.

Als dit een stabiele vorm van financiering is die direct arme mensen ten goede komt, moet je je afvragen of dit geen interessantere vorm van internationale samenwerking is dan de bestaande. Deze vorm komt voort uit de mobiliteit van arbeid en die neemt voorlopig nog toe. Europa blijft een immigratiegebied.'

Moet Van Ardenne het gemakkelijker en goedkoper maken voor Ghanezen en anderen om dat geld naar hun geboorteland over te maken?

'Die Ghanezen willen waarschijnlijk niet eens bij een samenwerkingsverband horen of geld van de minister krijgen, maar de minister zou wel eens kunnen aankloppen bij haar collega van Financiën in de trant van: Het gaat erom dat het geld terecht komt bij de armsten, ik heb nog een manier gevonden, collega van Financiën, en of dat dan van legale of illegale mensen komt..., daarover moeten we het nog maar hebben.'

Gebeurt er iets in die richting?

'Niet dat ik weet. Het wordt alleen maar moeilijker om geld over te maken.'

Welke ontwikkeling in de internationale samenwerking ziet u nog meer?

'De toenemende betekenis van bedrijven. Je kunt natuurlijk zeggen dat bedrijven vooral uit zijn op winst, maar bedrijven zijn er ook om mensen een aantrekkelijke werkomgeving te bezorgen. Steeds meer dertigers willen ook iets goed kunnen doen binnen een bedrijf.

TPG biedt in haar beleid personeel de mogelijkheid iets aan internationale samenwerking te doen. Een kabinet dat de rol van het bedrijfsleven hoog in het vaandel heeft geschreven, moet dit stimuleren.

Het is maar zeer de vraag of dat met geld moet. Regelingen voor bedrijven en bepaalde erkenning van die bedrijven voor maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn misschien meer op zijn plaats.

Ik ben helemaal geen voorstander van de gedachte dat alleen sprake is van een betrouwbare vorm van internationale samenwerking als de overheid organisaties subsidieert. Juist als er geld bij komt kijken, zijn er extra problemen. De internationale campagne tegen landmijnen en die voor de oprichting van het Internationaal Strafhof zijn naar mijn smaak geweldige successen.  Die waren in eerste instantie niet op geld gebaseerd maar op internationale solidariteit en regelvorming.'

Een ander mooi voorbeeld is een minder bekend verdrag van Geneve waarin niet-statelijke organisaties gebonden worden aan regelgeving. De meeste oorlogen tegenwoordig, denk bijvoorbeeld aan Darfur, zijn burgeroorlogen, dus niet tussen staten, waarvoor wel internationale verdragen bestaan. Dit verdrag is een mooi voorbeeld van internationale samenwerking waaraan een heleboel mensen iets kunnen hebben.

Dat zijn ook vormen van internationale samenwerking en ook vormen die wellicht de armoede op sommige momenten kunnen verminderen. Het gaat mij niet alleen erom dat er geld naar de armen gaat want dat is naar mijn smaak juist een van de minst effectieve vormen van internationale samenwerking. Het gaat erom dat de ongelijkheid die toeneemt, wordt bestreden. Dat kan op diverse manieren en de traditionele vorm van ontwikkelingssamenwerking is daar een klein deel van.'


Van Ardenne is nu twee jaar minister, ze is halverwege. Hoe beoordeelt u haar beleid?

'Mevrouw Van Ardenne heeft in haar beleidsnota Aan Elkaar Verplicht beperkte doelstellingen geformuleerd, maar daaraan kan ze wel worden gehouden. Is haar beleid bijvoorbeeld toetsbaar aan de Millenniumdoelstellingen, die internationaal nu echt belangrijk zijn geworden? Dan zeg ik ja. Nederland is daarmee vooruit en de minister legt daarbij gewicht in de schaal.'

Is de focus op Millenniumdoelen terecht?

'Nederland heeft in 2000 ingestemd met de Millenniumdoelstellingen en moet dus daaraan een bijdrage leveren. Maar als je er kritisch naar kijkt, moet je vaststellen dat de Millenniumdoelstellingen maar een zachte afspiegeling zijn van overeenkomsten die in jaren negentig op diverse conferenties werden bereikt. Onderwerpen als vrede en veiligheid zijn zwak uitgewerkt. Wordt de handel in kleine wapens nu eindelijk eens aangepakt? We weten allemaal dat de meeste mensen sterven als gevolg van het gebruik van kleine wapens.

De Millenniumdoelstellingen zijn een zwak compromis maar laten we ons tenminste inspannen om dat zwakke compromis wel te halen. We moeten de doelstellingen wel aanscherpen. Wereldwijde halvering van de armoede, de eerste doelstelling, halen we wel, maar dat geldt niet voor Afrika. De Millenniumdoelstellingen moeten dus gespecificeerd worden. Anders krijgen we een vals gevoel van voldaanheid, zo van we halen het wel terwijl het volstrekt irreëel is.

Het zou goed zijn als Nederland een grote conferentie zou organiseren waarop de doelstellingen kritisch maar positief worden bekeken. Hoe gaan we die verbeteren?

Welke standaarden gaan we vaststellen? Zo kan Nederland bij de internationale evaluatie in september met heldere voorstellen komen voor een kritische behandeling.'

U hebt haar keuze voor een concentratie op Afrika indertijd moedig genoemd. Bedoelde u overmoedig?

'De minister had zich ten doel gesteld om in het Grote Merengebied wat te betekenen. Juist daar is het de vraag of je als minister voor ontwikkelingssamenwerking een grote bijdrage kunt leveren. Pronk probeerde dat ook al met verve en kreeg van links en rechts veel kritiek. Je hebt daar eerder een grote troepenmacht nodig van vele tienduizenden blauwhelmen met zware uitrusting en langetermijnperspectief die orde op zaken kan stellen. Je kunt geen internationale samenwerking doen in onrustige gebieden.'

Ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Kamp (Defensie) vertonen weinig animo om zich in Afrika te manifesteren...

'Nee, het is Afghanistan, Irak en in de buurt van Europa. Ik zie dat dus niet snel gebeuren. Dus voor de minister voor Ontwikkelingssamenwerking is het de vraag of ze zich daarop moet richten. Ik vind dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een zeer beperkte rol kan spelen in dat gebied. Zo er zijn die dat wel kunnen zijn het Amerikanen, Fransen en Belgen, die tenminste de kennis hebben over het gebied. Van Ardenne kan onvoldoende goed worden geïnformeerd. Als je slecht geïnformeerd bent, is de kans groot dat je slecht belegt.'


Louk de la Rive Box gaat maandag 11 april in Nijmegen in debat met Zsolt Szabo (Tweede Kamer VVD) over de stelling of ontwikkelingssamenwerking een overheidstaak is. Meer informatie

Reacties