De oplossing voorbij

01-09-2005
Door: Tekst: Johan van de Gronden


Het boekje bestaat uit een verzameling lezingen en artikelen uit de periode 1992 tot 2004. Alleen de bijdrage waaraan de uitgave haar titel ontleent, 'Willens en wetens', is speciaal voor de bundel geschreven. Het stuk vormt een sombere inleiding tot een somber boek. In 'De kritische grens', een eerdere verzameling opstellen uit 1994, paart Pronk nog therapie aan diagnose; tien jaar later is de analyse harder en de oplossing vrijwel uit zicht. Destijds riep Pronk nog op tot een harmonieus multiculturalisme, tot een herwaardering van de verzorgingsstaat en tot een versterking van de internationale publieke sector. Die oplossingen zijn gesneuveld onder de effecten van de globalisering.

Pronk ziet de mondiale wetten van de globalisering weerspiegeld in de microkosmos van Sudan. Wij mogen bij Sudan dan denken aan zand, armoede, vluchtelingen en gewapend conflict, maar daarmee doen we de complexiteit van het land tekort. Khartoum is 'booming'. Inkomsten uit olie genereren welvaart voor een beperkte middenklasse die niet onderdoet voor die in geïndustrialiseerde landen. En die gegoede burgerij heeft meer contact met even gegoede medeburgers waar ook ter wereld, via internet, transacties en internationaal verkeer, dan met de verstotenen in eigen land. Men wil het niet zien: de tragedie die zich onder de eigen ogen afspeelt, wordt glashard ontkend door hen die de dans zijn ontsprongen.

Dat is volgens Pronk de kern van globalisering: de triomf van de middenklasse wereldwijd, gevoed door enerzijds eigenbelang op korte termijn en anderzijds de angst zelf buiten de boot te vallen. Meedoen moet je, vooruit, verdienen, niet van dat benauwde. Met die schaarste zal het wel meevallen en voor armoedebestrijding hebben we campagnes en internationale organisaties. Die armen moeten trouwens zelf eens wat harder aanpakken.

Pronk karakteriseert de moderne politieke moraal als pechbestrijding. Pech kan iedereen overkomen. Het burgermansfatsoen eist nog wel dat we gezamenlijk pech bestrijden als een vorm van verzekering tegen ongelukken, maar dezelfde burgermoraal ontkent ten enen male dat we bewust groepen uitsluiten en profiteren van een doelbewust nagestreefde tweedeling. Partijgenoot Bos moet het daarbij even hard ontgelden als premier Balkenende. Geen van beiden is bereid de eigen levenswijze ter discussie te stellen en een forse stap achteruit te doen. Pronks titelopstel is doordrenkt van weemoed naar hooggestemde waarden die aanleiding zouden kunnen geven tot systeemverandering. Maar hij weet dat de voortdenderende trein van de globalisering niet te stoppen is. Internationale hulp is in zijn visie intussen een druppel op een gloeiende plaat: de noden zijn te groot en de kosten te hoog.

Wie na het lezen van de inleiding diep ademhaalt en toch kennisneemt van wat volgt, wordt bediend met goede essays over trends in de ontwikkelingssamenwerking, een uitgebreid referaat over de zin en onzin van de Millenniumdoelstellingen (Pronks oratie aan het ISS in 2004) en beschouwingen over leiderschap na 11 september. Natuurlijk is er ook aandacht voor Pronks inspiratoren, zoals Tinbergen, Den Uyl en prins Claus, al zijn geen van die essays erg sprankelend.

Pikant is een opzichzelfstaand opstel over de autonomie van Suriname. Suriname is vermoedelijk de plek waar Nederland - gedurende ruim twaalf jaar onder Pronks bezielende leiding - meer ontwikkelingsgeld per inwoner heeft verspild dan in enig ander land ter wereld. Suriname is dé casus voor het ongelijk van Millenniumgoeroe Jeffrey Sachs, die meent dat zogenaamde 'frontloading' van hulp aan arme landen - grootschalige hulpinvesteringen op meerdere terreinen tegelijkertijd - de juiste manier is om landen versneld uit hun negatieve armoedespiraal te halen. Niet dus. We hebben in Suriname even hard leergeld betaald als elders. Al komt Pronk er maar mondjesmaat voor uit. De hoogleraar Pronk hekelt achteraf de dominantie van de Washington-consensus en de druk op structurele aanpassing van de economie met vaak ernstige negatieve gevolgen voor de sociale sectoren. Maar minister Pronk maakte het opstellen en aanvaarden van een structureel aanpassingsprogramma door de Surinaamse overheid, bijgestaan door een leger aan externe deskundigen, nog begin jaren negentig tot een voorwaarde voor volledige hervatting van de Nederlandse hulp na het herstel van de democratie. Het werkte averechts.

Je bent nooit een profeet in eigen land, maar mensen van het kaliber Pronk zijn schaars. Lezen dat boek, willens en wetens.

Jan Pronk: Willens en wetens.

Gedachten over globalisering en politiek.

Bert Bakker, Amsterdam 2005



Reacties