De Nederlandse bijdrage aan vrede in Afrika

07-10-2003
Door: Peter van Lier
Bron: OneWorld

Nederlandse_militairen_in_Ethiopie Half augustus reisden de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, Jaap de Hoop Scheffer en Agnes van Ardenne, samen door het Grote-Merengebied (Democratische Republiek Congo (DRC), Burundi, Rwanda en Uganda). Zij concludeerden dat Nederland moet bijdragen aan de 'dringend noodzakelijke verbetering van de situatie' in Afrika. En dat kan slechts gebeuren met een internationaal aanpak en met een samenhangende inzet van 'middelen van ontwikkelingssamenwerking en politieke instrumenten, en waar zulks vereist is, militaire middelen'.

'Nederland,' zo zei De Hoop Scheffer, 'is bereid tot een fors commitment'.

Stabiliteitsfonds

De indrukken die het CDA-duo opdeden in het Grote-Merengebied en eerder in de Hoorn van Afrika (Ethiopië en Eritrea) hebben geleid tot nieuw beleid, waarin het zogenoemde 'stabiliteitsfonds' een centrale plaats inneemt. Afgelopen vrijdag is dat beleid ter goedkeuring naar het parlement gestuurd.

Het stabiliteitsfonds dient om activiteiten te financieren die vrede, veiligheid en stabiliteit in conflictgebieden bevorderen. Dat kan gaan om het ruimen van mijnen in Irak, Mozambique of Angola, het ontwapenen en herïntegreren van rebellen in het Grote-Merengebied, het bevorderen van conflictpreventie en vredesdialogen tussen strijdende partijen in Sudan, Burundi of Sri Lanka, maar ook bijvoorbeeld het opbouwen van een politie-apparaat in Afghanistan en het ondersteunen van capaciteit van Zuid-Afrikanen en Nigerianen aan Afrikaanse vredesmissies.

Het fonds is niet bedoeld voor noodhulp, zoals voedsel en medische hulp voor vluchtelingen, volgens sommigen een activiteit die ook de stabiliteit bevordert. Evenmin worden er Nederlandse militairen uit betaald die in vredesmissies dienen.

Het stabiliteitsfonds start in 2004 met 64 miljoen euro. De middelen komen van zowel Ontwikkelingssamenwerking (ODA, officiële hulp) als Buitenlandse Zaken (non-ODA).

De gedachte achter dit zogenoemde 'geïntegreerde' beleid verwoordde Van Ardenne als volgt: 'Ontwikkelingsprogramma's worden pas effectief als er stabiliteit en vrede in de regio heersen'. Zonder stabiliteit geen ontwikkeling.

Nederlandse bijdrage aan VN-vredesmissies

In het verlengde van het nieuwe fonds heeft Den Haag een tweede mogelijkheid om bij te dragen aan de vrede: het sturen van militairen naar conflictgebieden. Zo hielpen Nederlandse soldaten in 2000-2001 de vrede te bewaren tussen Ethiopië en Eritrea (in de Tweede Kamer stemde alleen toenmalig Kamerlid De Hoop Scheffer namens het CDA tegen). Voor Liberia heeft secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan Den Haag onlangs verzocht blauwhelmen te leveren. Daar begon vorige week de opbouw van de grootste troepenmacht uit de VN-geschiedenis, in totaal 15.000 militairen.

Voor de Democratische Republiek Congo hebben de VN nog geen officieel verzoek ingediend voor Nederlandse soldaten. Al liet speciaal gezant voor Congo, Bill Swing, tijdens de reis van De Hoop Scheffer en Van Ardenne in augustus wel weten dat hij graag Nederlandse soldaten ziet komen. De Veiligheidsraad stemde eind juli in met de komst van 10.800 soldaten.

Voorwaarden uitzending militairen

De linkse partijen in de Tweede Kamer staan niet afwijzend tegenover het sturen van militairen naar Afrika. De aandacht wordt al te vaak afgewend van het continent, stelt de PvdA, Afrika is nu aan de beurt. Als het aan die partij had gelegen, zouden er überhaupt eerder Nederlandse militairen naar Congo zijn gestuurd dan naar Irak (hoewel de sociaal-democraten niet tegen dat laatste waren). Buitenlandspecialist van de PvdA Bert Koenders zei dat een missie in Congo meer voor de hand ligt, omdat daar 'een slepende genocide' plaatsvindt.

De regering heeft Nederlandse deelname aan de vredesmacht in Congo echter al afgewezen, ook al ligt er dan officieel geen VN-verzoek. Het officiële verzoek dat er wel ligt voor Liberia onderzoekt de regering op dit moment, al ziet het er evenmin naar uit dat Nederlandse krijgsmachtsonderdelen daar heen gaan.

In zijn overweging hanteert Buitenlandse Zaken het zogeheten 'toetsingskader' (van 19-07-2001), dat in 2001 is vastgelegd door kabinet en parlement. Met dit kader worden de voorwaarden voor uitzending van militairen 'getoetst'.

Gekeken wordt onder meer naar politieke en militaire haalbaarheid en wenselijkheid van de uitzending van militairen: van 'hoe stellen de partijen in het conflict zich op' en de 'terreinomstandigheden' tot de 'geweldsinstructies' van de vredesmacht en of er wel een 'duidelijke bevelstructuur' is.

De regering zegt ook factoren als solidariteit en geloofwaardigheid mee te nemen in haar overweging.

'Mandaat niet toereikend'

In de ogen van De Hoop Scheffer en Van Ardenne is het VN-mandaat voor Congo niet 'robuust' genoeg, oftewel: je dwingt er geen stabiliteit en vrede mee af. De voorwaarden waaronder de blauwhelmen geweld zouden mogen gebruiken in Congo, is te vaag. Ook kent het mandaat geen 'exit-strategie'; dat wil zeggen: hoe komen we zo snel mogelijk en veilig uit Congo als het te heet onder de voeten wordt. Die vraag is voor Nederland uiterst belangrijk na het debacle van Dutchbat in Srebrenica in voormalig Joegoslavië.

Ook acht Nederland de deelname van een grote mogendheid (bijvoorbeeld de VS) een essentiële voorwaarde voor deelname.

Vanuit het oosten van Congo is juist een Europese vredesmacht, met voornamelijk Franse militairen, aan het vertrekken. Nu moeten jongens en meisjes uit Bangladesh, India, Nepal, Pakistan en Uruguay, de topleveranciers van blauwhelmen, er voor rust en orde zorgen. In Liberia trokken de Amerikanen zich op de laatste dag van september terug, net op het moment dat een VN-macht het land binnentreedt.

Van Ardenne voegde daar in een publieksdebat in augustus nog aan toe: 'Het gaat niet om het sturen van meer troepen, maar om meer luchtmacht en "intelligence" (inlichtingendienst). Er doen nu drie nationaliteiten mee die toezien op een wapenembargo. Maar het is onmogelijk toe te zien op wat er het land inkomt. Je zult de vliegtuigstrips [in de jungle, red.] moeten spotten met de juiste apparatuur.' De minister acht het bewaken van Congo 'volstrekt illusionair.'

Kortom, het is te gevaarlijk voor 'onze jongens'.

'Morele plicht'

Maar de 'jongens' zelf, hoewel zij politiek niets te zeggen hebben, lijken wel te staan popelen om hun nieuwe taak - het bevorderen van de internationale rechtorde - te gaan uitvoeren. Een aantal van hen, en niet de geringste, is positief.

De militair adviseur voor Kofi Annan, de Nederlander Cammaert, zei bij een bezoek aan Liberia dat er aan alle aspecten van het toetsingskader wordt voldaan. 'Liberia is volledig ingestort. Nederland heeft de morele plicht om hier een steentje aan bij te dragen, en niet alleen met geld en dekens, maar ook met mensen,' aldus Cammaert.

Nederlandse generaal-majoor b.d., A.J. van Vuren, pleitte eind september in de Volkskrant ook voor het sturen van soldaten naar Liberia. 'Wanneer er een land is dat dringend een adequate vredesmacht nodig heeft, is het Liberia wel,' aldus Van Vuren.

Behalve deelname aan vredesmissies ziet Defensie mogelijkheden in het stabiliteitsfonds. Demobilisatie, ontmijning, soldaten zien hier een taak. En mogelijkheden om met geld van een ander ministerie bij te dragen aan vrede. De krijgsmachtonderdelen kampen immers met forse bezuinigingen.

LPF-fractieleider Mat Herben gaat nog een stap verder. Hij wil dat een deel van het budget van Ontwikkelingssamenwerking wordt overgeheveld naar Defensie. 'Humanitaire hulpverlening is een essentieel onderdeel van de werkzaamheden van de krijgsmacht en levert een duurzame bijdrage aan de ontwikkeling van de landen in kwestie. In zekere zin is defensie de sterke arm geworden van ontwikkelingssamenwerking.'

Buiten het stabiliteitsfonds

Het stabiliteitsfonds, zo meldt Buitenlandse Zaken, is er niet om Nederlandse eenheden in te zetten in VN-vredesmissies, daarvoor is een aparte voorziening. En Defensie is verder ook buiten het 'geïntegreerde' beleid van het Stabiliteitsfonds gehouden. Hoewel de militairen graag bijdragen aan vrede en veiligheid en humanitaire hulp verrichten (zij zullen taken uitvoeren die het stabiliteitsfonds financiert), willen zij dat doen - zo vrezen ontwikkelingsdeskundigen - 'met een graai uit de kas van Ontwikkelingssamenwerking'.

Blijft de vraag waarom Afrikaanse militairen met Nederlands geld worden getraind voor VN-vredesmissies. Zij moeten tenslotte de orde herstellen in dezelfde brandhaarden waarvan de Nederlandse regering oordeelt dat die voor Nederlandse soldaten te gevaarlijk zijn.




Reacties